ECLI:NL:RBSGR:1998:AA9868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kalbfleisch
- Van Rossum
- Van Wesenbeeck
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid en schadevergoeding wegens afwijzing extra melkquotum na ruilverkaveling
In deze zaak vordert eiser vergoeding van schade wegens het onrechtmatig handelen van de Staat bij de afwijzing van zijn aanvraag voor een extra melkquotum op grond van de Beschikking superheffing (Bsh) in het kader van de ruilverkaveling Zonzeel. Eiser stelt dat de rechtsgang naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) en het besluit van de directeur van de Landinrichtingsdienst onrechtmatig waren, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank overweegt dat hoewel het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) onvolkomenheden in de rechtsgang heeft vastgesteld, dit niet betekent dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser. De overschrijding van de redelijke termijn wordt toegeschreven aan een stortvloed aan zaken bij het CBB in de jaren tachtig, waarvoor de Staat geen verwijt treft. Ook het niet aanbieden van schadevergoeding wordt niet als onrechtmatig beoordeeld.
Verder is in geschil of eiser voldeed aan de cumulatieve criteria van het ontmengersbeleid voor toekenning van het extra melkquotum. De rechtbank constateert dat eiser destijds niet aan deze vereisten voldeed. Gezien de uitzonderlijke positie van eiser en de complexiteit van de zaak, wordt een schikking tussen partijen bepleit. Het tussenvonnis sluit tussentijds hoger beroep uit en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepleit een schikking tussen partijen.