ECLI:NL:RBSGR:1998:AA5505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Minister van Buitenlandse Zaken in proceskosten na intrekking beroep
Eiser diende op 2 juli 1999 een beroepschrift in tegen een besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 9 juni 1999. Vervolgens trok de Minister het besluit in en besloot opnieuw op het bezwaar van eiser, waarop eiser het beroep introk en verzocht om veroordeling van de Minister in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenveroordeling gegrond was op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De proceskosten werden vastgesteld op 710 gulden conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Eiser had tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend, maar de rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat de Awb geen grondslag biedt voor een uitspraak over schade na intrekking van het beroep.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het door eiser betaalde griffierecht van 225 gulden door de Staat der Nederlanden moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 7 maart 1998.
Uitkomst: De Minister van Buitenlandse Zaken wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, terwijl het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.