ECLI:NL:RBSGR:1986:AZ6052
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kootte
- Mulder
- Kok
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van doodslag en veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf voor valsheid in geschrift en oplichting
Op 22 augustus 1986 werd het slachtoffer, een oudere vrouw, in haar woning te Leidschendam gewurgd met een elektriciteitssnoer. Verdachte, haar bejaardenverzorgster, gaf toe haar te hebben geduwd en met een wandelstok bewusteloos te hebben geslagen, waarna zij het snoer om haar hals draaide. Ondanks deze bekentenis sprak de rechtbank verdachte vrij van doodslag wegens onvoldoende wettig bewijs.
Wel werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk valselijk invullen en gebruiken van kascheques op naam van het slachtoffer, waarmee zij op 23 augustus 1986 een bedrag van f.1000,- wist te verzilveren. De rechtbank achtte het bewijs van valsheid in geschrift en oplichting wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank verwierp het verweer dat de vrijwillige medewerking aan een schrijfproef onrechtmatig was verkregen, en oordeelde dat het subsidariteitsbeginsel niet was geschonden. De strafmaat werd bepaald op zes jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht.
De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten, vooral gezien de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de positie van verdachte als verzorgster. De straf weerspiegelt de zwaarte van het valsheid- en oplichtingsdelict, terwijl de vrijspraak van doodslag een technische beoordeling van het bewijs betreft.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag en veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor valsheid in geschrift en oplichting.