ECLI:NL:RBROT:2026:964

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
704704 / HA RK 25-778
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:162 BWArt. 7:759 BWArt. 6:248 BWArt. 196 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht wegens exoneratiebeding en gebrek aan belang

BVBA Rederij Aris heeft een visserschip laten bouwen door verweersters, bestaande uit Padmos, Post, Comint en Hoekman. Na oplevering ontstond schade door zeewaterlekkage, waarop Aris een deskundigenonderzoek liet uitvoeren en verweersters aansprakelijk stelde. Aris verzocht de rechtbank om een aanvullend voorlopig deskundigenbericht om de aansprakelijkheid nader te onderbouwen.

Verweersters stelden dat hun aansprakelijkheid contractueel was beperkt tot twaalf maanden na oplevering door een exoneratiebeding in de bouwovereenkomst, en dat Aris geen belang had bij het deskundigenbericht. De rechtbank oordeelde dat het exoneratiebeding ook derdenwerking heeft ten aanzien van de onderaannemers en dat de schade pas na de termijn van twaalf maanden aan het licht kwam, waardoor aansprakelijkheid is uitgesloten.

Daarnaast was er al een onbetwist deskundigenrapport over de schadeoorzaak en waren de meeste vragen juridisch van aard, waardoor het verzoek niet toewijsbaar was. De rechtbank veroordeelde Aris in de proceskosten van alle verweersters en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen wegens exoneratiebeding en gebrek aan belang; Aris wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Handel en Haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/704704 / HA RK 25-778
Beschikking van 27 januari 2026
in de zaak van
BVBA REDERIJ ARIS,
gevestigd te Knokke-Heist (België),
verzoekende partij,
advocaat: mr. P.J. Hoepel,
hierna: Aris,
tegen

1.MACHINEFABRIEK PADMOS STELLENDAM B.V.,

gevestigd te Stellendam,
advocaat: mr. M. Broekhuisen,
2.
AANNEMINGS- EN SCHEEPSTIMMERBEDRIJF L. POST EN ZN B.V.,
gevestigd te Urk,
advocaat: mr. J.E.G. Joosten,
3. de vennootschap onder firma
COMINT,
gevestigd te Urk,
advocaat: mr. L.H. Rijpkema,
4.
HOEKMAN SHIPBUILDING B.V.,
gevestigd te Urk,
advocaat: mr. A.R. de Graaf,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: verweersters; en afzonderlijk Padmos, Post, Comint en Hoekman.

1.De kern van het geschil

Verweersters hebben een visserschip gebouwd voor Aris. Aan het schip is schade ontstaan. Aris heeft expertisebureau Eelsing al onderzoek laten verrichten naar de oorzaak daarvan. Aris spreekt verweersters aan voor de schade, en verzoekt de rechtbank om een aanvullend deskundigenonderzoek. Verweersters wijzen de aansprakelijkheid van de hand en stellen dat Aris geen belang heeft bij het verzochte onderzoek, onder meer vanwege een exoneratiebeding in de bouwovereenkomst. De rechtbank geeft verweersters daarin gelijk en wijst het verzoek van Aris af. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

2.De procedure2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 4 augustus 2025, met bijlagen 1 tot en met 7;
- de brieven van de rechtbank van 8 oktober 2025, waarin de mondelinge behandeling is bepaald;
- het verweerschrift van Padmos, met producties 1 tot en met 5;
- het verweerschrift van Post, met bijlage 1 en 2;
- het verweerschrift van Comint, met producties A tot en met H;
- het verweerschrift van Hoekman;
- de door Comint overgelegde verklaring van de heren [naam 1] en [naam 2];
- de mondelinge behandeling van 24 november 2025, en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. Hoepel.

3.De feiten

3.1.
Aris is de geregistreerd eigenaar van het visserschip Z.98 WINDROOS (hierna: ‘het schip’).
3.2.
Op 3 december 2019 hebben Aris en Padmos een overeenkomst gesloten voor de bouw van het schip (hierna: ‘de bouwovereenkomst’). Artikel 16 van Pro de bouwovereenkomst bepaalt:

Na oplevering van het schip zal de bouwer geen andere verplichtingen of verantwoordelijkheden hebben, welke dan ook, dan de garantie zoals omschreven in dit artikel.
De bouwer zal op zijn eigen werf goed maken, door reparatie indien nodig door vervanging:
1. Elk gebrek door de opdrachtgever ter kennis gebracht bij oplevering van het schip.
2. Elk gebrek veroorzaakt door slecht vakmanschap of het gebruik van ondeugdelijk materiaal, welke bij oplevering niet vast te stellen waren en zich gedurende de periode van 12 maanden, gerekend vanaf de datum van oplevering van het schip voordoen.
De bovengenoemde garantie heeft slechts betrekking op de leveranties van de bouwer, zijn onderaannemers en leveranciers. Schilder- en conserveringswerkzaamheden zijn van deze garantie uitgesloten.
De aansprakelijkheid van de bouwer zal zowel naar omvang als naar duur beperkt zijn tot bovengenoemde verplichtingen. De bouwer en/of zijn onderaannemers en leveranciers zullen op geen enkele wijze aansprakelijk zijn voor enige gevolgschade, schaden of kosten, welke op engerlei wijze voortvloeien uit of in verband staan met bovengenoemde gebreken.
Evenmin zal de bouwer aansprakelijk zijn voor gebreken als gevolg van bovenmatige slijtage, overbelasting, corrosie van materiaal als gevolg van ongevallen, brand, onjuiste behandeling en of onachtzaamheid bij het gebruik en onderhoud van het schip.
3.3.
Padmos heeft de opdracht tot het bouwen van het schip uitbesteed aan Hoekman.
3.4.
Hoekman heeft het aanbrengen van het houten scheepsdek op het schip uitbesteed aan Comint, die dat op haar beurt weer heeft uitbesteed aan Post.
3.5.
Op 11 augustus 2021 is het schip opgeleverd en geaccepteerd door Aris.
3.6.
Op 17 april 2024 is op het schip zeewaterlekkage aangetroffen in de bakboord brandstoftank.
3.7.
Op 18 april 2024 heeft Aris (samen met andere belanghebbenden) aan Eelsing Expertises & Taxaties (hierna: ‘Eelsing’) opdracht gegeven onderzoek te doen naar de oorzaak van de zeewaterlekkage en de daardoor ontstane schade.
3.8.
Op 25 april 2024 heeft Eelsing – naar eigen zeggen op dat moment om een schade-expert namens dat bedrijf bij de kwestie te betrekken – een aansprakelijkstelling verstuurd aan Padmos.
3.9.
Op 31 oktober 2024 heeft Eelsing rapport uitgebracht van het door haar verrichtte onderzoek. Eelsing heeft vastgesteld dat het stalen hoofddek onder het hardhout ernstig was beschadigd en aangetast. Volgens Eelsing zou sprake kunnen zijn van elektrolytische werking tussen het stalen hoofddek en rvs bouten/draadeinden.
3.10.
Op 4 november 2024 heeft Aris verweersters ieder afzonderlijk aansprakelijk gesteld voor de schade aan het schip door de zeewaterlekkage.
3.11.
Verweersters wijzen alle vier aansprakelijkheid van de hand.
3.12.
Op 14 november 2025 heeft [naam 3] in opdracht van de verzekeraar van Comint een aanvullend rapport opgesteld over de schade aan het schip.

4.Het verzoek

4.1.
Het verzoek van Aris strekt er toe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht beveelt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Aris legt, kort samengevat, aan het verzoek ten grondslag dat verweersters zeer onzorgvuldig te werk zijn gegaan door roestvrijstalen bouten in het scheepsdek aan te brengen. Daarom is het schip niet conform gebouwd. Verweersters zijn zodoende toerekenbaar te kort gekomen (artikel 6:74 en Pro 7:759 BW) of hebben onrechtmatig gehandeld (artikel 6:162 BW Pro). Voor het onderbouwen van haar vorderingen in een bodemprocedure wil Aris door een gerechtsdeskundige laten onderzoeken of de wijze waarop het scheepsdek op het schip is aangebracht in overeenstemming is met de gebruikelijke werkwijze in de scheepsbouw. Aris doet in haar verzoek voorstellen voor de aan de deskundigen voor te leggen vragen en voor de persoon van de te benoemen deskundige.
4.2.
Padmos, Post, Comint en Hoekman verzetten zich ieder afzonderlijk tegen toewijzing van het verzoek. Zij voeren alle vier het verweer dat Aris geen belang heeft bij haar verzoek. Dat belang ontbreekt volgens hen, kort samengevat, omdat hun aansprakelijkheid is beperkt tot twaalf maanden na oplevering van het schip op grond van artikel 16 bouwovereenkomst Pro, dus tot 11 augustus 2022. Daarnaast is het verzochte deskundigenonderzoek juridisch van aard. Het gaat niet over een feitelijk onderzoek naar de oorzaak van de schade. Daarbij is er al een deskundigenrapport over de schadeoorzaak voorhanden en daarover is geen geschil tussen partijen. Een nieuw deskundigenbericht kan dan ook niets nieuws opleveren. Post, Comint en Hoekman stellen voorts dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn, en dat op grond daarvan hun aansprakelijkheid is uitgesloten. Comint voert nog aan dat het schip al is hersteld, waardoor er geen feitelijk onderzoek meer mogelijk is. Hoekman stelt ten slotte dat het verzoek moet worden afgewezen omdat de aard en het beloop van de vordering niet uit het verzoekschrift blijken. Volgens haar is het onduidelijk wie op welke grond wordt aangesproken.
4.3.
Ingeval toewijzing van het verzoek, vragen verweersters alle vier om de door Aris geformuleerde vragen te wijzigen overeenkomstig de door ieder van hen afzonderlijk voorgestelde aanpassingen daarvan. Comint en Hoekman verzoeken de rechtbank, om verschillende redenen, bij toewijzing een andere deskundige te benoemen dan de door Aris voorgestelde deskundige.
4.4.
Ten slotte verzoeken Post, Comint en Hoekman de rechtbank om Aris in de proceskosten te veroordelen.

5.De beoordeling

Het verzoek is in beginsel toewijsbaar
5.1.
De rechtbank Rotterdam is vermoedelijk bevoegd kennis te nemen van de zaak in de bodemprocedure als deze aanhangig wordt gemaakt, omdat Padmos in haar werkgebied is gevestigd. De rechtbank Rotterdam is daarom bevoegd kennis te nemen van het onderhavige verzoek (artikel 197 Rv Pro).
5.2.
Het verzoekschrift voldoet aan de formele vereisten die daaraan worden gesteld in artikel 197 lid 2 en Pro lid 3 sub b Rv Anders dan Hoekman stelt, blijken de aard en het beloop van de vordering voldoende uit het verzoek. Aris stelt immers dat verweersters jegens haar toerekenbaar tekort zijn gekomen dan wel onrechtmatig hebben gehandeld, en voor welke schade zij jegens haar verantwoordelijk zijn.
5.3.
Op grond van artikel 196 Rv Pro kan de rechter voordat een zaak aanhangig is op verzoek van een belanghebbende een voorlopige bewijsverrichting bevelen. De rechter wijst een dergelijk verzoek in beginsel toe, tenzij:
- de verlangde informatie onvoldoende bepaald is;
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek in strijd is met de goede procesorde;
- sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Aris heeft geen belang bij het onderzoek
5.4.
De rechtbank wijst het verzoek van Aris af omdat zij daarbij geen belang heeft.
5.5.
Naar aanleiding van het beroep van verweersters op het exoneratiebeding in artikel 16 bouwovereenkomst Pro heeft Aris nog aangevoerd dat het gebrek zich al voordeed tijdens de eerste twaalf maanden na oplevering, en dat daaraan niet afdoet dat het gebrek pas later aan het licht is gekomen. Daarbij zijn Post, Comint en Hoekman geen partij bij de bouwovereenkomst. Voorts is het exoneratiebeding mogelijk onaanvaardbaar gelet op de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW Pro). Het deskundigenonderzoek is nodig om daarin inzicht te geven. De kans van slagen van de vorderingen van Aris ligt ook niet voor in deze procedure. De door verweersters gemaakte vergelijking met de zaak tussen M.I.P. en HEBO gaat niet op, omdat er in die zaak geen discussie was over de tussen die partijen overeengekomen contractuele vervaltermijn. [1]
5.6.
De rechtbank is van oordeel dat de exoneratie van artikel 16 bouwovereenkomst Pro niet anders kan worden gelezen dan dat deze ook ziet op de onderaannemers van Padmos. In de tekst van artikel 16 bouwovereenkomst Pro is namelijk expliciet opgenomen dat deze exoneratie ook is overeengekomen ten behoeve van de onderaannemers van Padmos. De exoneratie heeft daarom derdenwerking ten aanzien van Hoekman, Comint en Post.
5.7.
Daarnaast is met het exoneratiebeding aansprakelijkheid voor schade die zich later dan twaalf maanden na de oplevering openbaart volledig uitgesloten. Tot die twaalf maanden was alleen aansprakelijkheid mogelijk wegens specifieke gebreken die bij oplevering nog niet konden worden opgemerkt en gedurende de daaropvolgende periode van twaalf maanden boven water kwamen. Het gebrek waarover het in deze zaak gaat, heeft zich pas geopenbaard nadat de termijn van twaalf maanden na de oplevering was verstreken.
5.8.
Enige aanleiding of onderbouwing dat sprake zou kunnen zijn van een zeer uitzonderlijke situatie waarin het exoneratiebeding aan de kant kan worden geschoven op grond de redelijkheid en billijkheid, is niet gegeven. [2] Zodoende is het dusdanig evident dat aansprakelijkheid van verweersters is uitgesloten, dat Aris geen belang heeft bij het deskundigenbericht.
5.9.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het gebrek aan belang bij het verzochte voorlopige deskundigenbericht eveneens erin is gelegen dat er al een (onbetwist) onderzoeksrapport voorhanden is over de oorzaak van de schade. Daar komt nog bij dat de meeste vragen die Aris beantwoord wil zien ofwel juridisch van aard zijn en/of zich eerder, of zelfs uitsluitend, voor een (voorlopig) getuigenverhoor lenen.
Proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad
5.10.
De rechtbank ziet aanleiding Aris als in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten).
De proceskosten van Padmos worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 × tarief II € 614,00)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.120,00
De proceskosten van Post worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 × tarief II € 614,00)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.120,00
De proceskosten van Comint worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 × tarief II € 614,00)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.120,00
De proceskosten van Hoekman worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 × tarief II € 614,00)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.120,00
5.11.
De rechtbank verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst het verzoek af;
6.2.
veroordeelt Aris in de proceskosten van Padmos tot op heden begroot op € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Aris niet tijdig aan de veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet Aris € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.3.
veroordeelt Aris in de proceskosten van Post tot op heden begroot op € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Aris niet tijdig aan de veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet Aris € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
veroordeelt Aris in de proceskosten van Comint tot op heden begroot op € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Aris niet tijdig aan de veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet Aris € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.5.
veroordeelt Aris in de proceskosten van Hoekman tot op heden begroot op € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Aris niet tijdig aan de veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet Aris € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.6.
verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
3718/2009

Voetnoten

1.Rechtbank Rotterdam 24 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5969.
2.Vgl. Rechtbank Rotterdam 24 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5969, r.o. 3.9.