ECLI:NL:RBROT:2026:944
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen tijdelijk huisverbod en gebiedsverbod wegens woonoverlast
De burgemeester van Hoeksche Waard legde verzoeker een tijdelijk huisverbod en een gebiedsverbod op voor tien dagen vanwege herhaalde conflicten met buurtbewoners en ernstige incidenten zoals brandstichting en verboden wapenbezit. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van deze besluiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod een zwaar middel is dat alleen mag worden opgelegd als er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid bestaat en als minder ingrijpende maatregelen niet mogelijk zijn. Hoewel er incidenten waren die het huisverbod konden rechtvaardigen, heeft de burgemeester onvoldoende gemotiveerd waarom niet eerst lichtere maatregelen zijn genomen, zoals een waarschuwing of een gedragsaanwijzing.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werden de besluiten geschorst, waardoor verzoeker per direct terug mocht keren naar zijn woning. Ook het gebiedsverbod werd geschorst omdat dit verzoeker de toegang tot zijn woning ontneemt. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
De uitspraak is mondeling gedaan op 2 februari 2026 en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst het tijdelijk huisverbod en gebiedsverbod en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.