ECLI:NL:RBROT:2026:9271

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
15-216712-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 Wetboek van StrafrechtArt. 47 Wetboek van StrafrechtArt. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 77a Wetboek van StrafrechtArt. 77g Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor medeplegen voorbereiding ontploffing en wapenbezit

De rechtbank Rotterdam heeft op 9 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 14-jarige verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van de voorbereiding van een opzettelijke ontploffing en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De verdachte had samen met anderen een vuurwerk-brandstof-combinatie vervaardigd en voorhanden gehad, bedoeld om een woning in Purmerend op te blazen.

De verdachte bekende de ten laste gelegde feiten, waardoor de rechtbank deze zonder nadere motivering bewezen verklaarde. Uit het onderzoek bleek dat de verdachte in opdracht van een ander tegen betaling een ontploffing wilde veroorzaken en deze filmen. De rechtbank achtte dit ernstig vanwege de mogelijke schade en de maatschappelijke onrust die dergelijke explosies veroorzaken.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een instabiele opvoeding, eerdere strafbeschikkingen en zorgen over zijn gedrag en netwerk, werden meegewogen. De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering adviseerden begeleiding en structuur om recidive te voorkomen.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 90 dagen op, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals toezicht, begeleiding, dagbesteding en contactverboden. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 90 dagen jeugddetentie, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd
Parketnummer: 15-216712-25
Datum uitspraak: 9 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2011,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres], [postcode] [plaatsnaam],
raadsman mr. P. van Tour, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 juni 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.P.L. ter Laak heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen met aftrek
  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op
of omstreeks14 juli 2025 te Purmerend,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het opzettelijk
teweegbrengen van een ontploffing (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157
Wetboek van Strafrecht oplevert), opzettelijk voorwerpen, stoffen,
te weten
- een vuurwerk-brandstof-combinatie (VBC), samengesteld uit drie stuks Cobra 6
zwaar knalvuurwerk, met transparante tape bevestigd aan een kunststoffles met een
inhoud van l.25 liter, vrijwel geheel gevuld met een heldere, lichtgele vloeistof, zeer
waarschijnlijk benzine
en
/of
- een aansteker
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven
, vervaardigd,en
/of
voorhanden heeft gehad;
2
hij op
of omstreeks14 juli 2025 te Purmerend,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten een vuurwerk-brandstof-combinatie (VBC), samengesteld uit drie stuks
Cobra 6 zwaar knalvuurwerk, met transparante tape bevestigd aan een kunststoffles
met een inhoud van l.25 liter, vrijwel geheel gevuld met een heldere, lichtgele
vloeistof, zeer waarschijnlijk benzine,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door
vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
1
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen;
2
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op veertienjarige leeftijd in opdracht van een ander een ontploffing bij een woning voorbereid. Hij is samen met twee (oudere) medeverdachten aangehouden in een auto. In de auto werd een fles met vloeistof, zeer waarschijnlijk benzine, en daaraan drie cobra’s vast getapet gevonden. Hiermee hadden zij een flinke ontploffing teweeg kunnen brengen die veel schade zou hebben veroorzaakt, en dat was ook de bedoeling van de verdachte. Hij zou tegen betaling de vuurwerkbom bij een woning in Purmerend plaatsen, deze aansteken en de ontploffing filmen voor zijn opdrachtgever. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de bewoners van de betreffende woning en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies tot hevige onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving, want er zijn helaas in het recente verleden veel van deze aanslagen gepleegd met in een aantal gevallen heel ernstige gevolgen, waaronder dodelijke slachtoffers en enorme schade. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de verdachte bereid was om tegen betaling zo’n ernstig strafbaar feit te plegen en neemt het de verdachte kwalijk dat hij bij het plegen van het feit enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en sociale status, zonder daarbij na te denken over de gevolgen van zijn voorgenomen acties voor anderen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 4 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder een strafbeschikking heeft opgelegd gekregen voor heling en overtreding van het Vuurwerkbesluit.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er zijn grote zorgen om het zelfbepalende gedrag van de verdachte en de kans op verder afglijden wanneer de grenzen niet consequent worden bewaakt. Het gedrag van de verdachte lijkt grotendeels voort te komen vanuit een instabiele opvoeding waarbij het een lange tijd ontbrak aan duidelijke grenzen, regels en nabijheid. De grip van ouders is beperkt en dat wordt teruggezien in zijn gedrag. De verdachte handelt vanuit impulsen en directe behoeftebevrediging en is daarnaast onvoldoende in staat om zijn emoties te uiten en te reguleren. De zorgen om zijn geestelijke gezondheid en instabiele opvoedsituatie hebben invloed op vrijwel elk gebied in zijn leven. Zo is de verdachte vastgelopen op school en ook thuis zijn er veel spanningen. Ook zijn er grote zorgen over met wie de verdachte omgaat. Het is van groot belang dat de verdachte de juiste begeleiding, duidelijkheid en structuur ontvangt.
Wegens de kans op herhaling adviseert de Raad om de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt met de hulpverlening die door de jeugdreclassering als noodzakelijk wordt geacht, ook als dit een persoonlijkheidsonderzoek betreft, meewerkt aan het hebben en behouden van een positieve dagbesteding, meewerkt aan coaching en begeleiding vanuit E25, en een meldplicht.
Tijdens de zitting heeft de jeugdreclasseerder van de verdachte, [naam], verklaard zich te kunnen vinden in het advies van de Raad. De verdachte vindt het lastig om mensen te vertrouwen, maar met zijn coach heeft hij een goede klik. Vorige week is een machtiging uithuisplaatsing door de rechtbank uitgesproken. Er zijn zorgen over het netwerk van de verdachte en de plekken waar hij zich bevindt. Het vinden van een zinvolle dagbesteding is van belang zodat de verdachte zijn vrije tijd anders indeelt.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Verder heeft de rechtbank in het voordeel van de verdachte meegewogen dat hij op de zitting openheid van zaken heeft gegeven en verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden en om de kans op recidive te verkleinen, is het belangrijk dat de verdachte begeleiding en structuur worden geboden. De rechtbank legt daarom een deels voorwaardelijke jeugddetentie op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 46, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 90 (negentig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat deze jeugddetentie groot
75 (vijfenzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
  • zal meewerken aan hulpverlening die door de gecertificeerde instelling nodig wordt geacht, ook als dit een persoonlijkheidsonderzoek betreft;
  • zal meewerken aan begeleiding van E25, of een soortgelijke instelling, zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
  • zal meewerken aan het hebben en het behouden van een door de Jeugdbescherming West goedgekeurde gestructureerde en volledige dagbesteding in de vorm van school of stage;
  • zich zal inspannen een zinvolle vrijetijdsbesteding te hebben en te behouden, bijvoorbeeld in de vorm van sport of een bijbaan, een en ander in overleg met Jeugdbescherming West;
  • op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1], geboren [geboortedatum 2] 2006 en [medeverdachte 2], geboren [geboortedatum 3] 2007;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en P.A. Ellenbroek, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het opzettelijk
teweegbrengen van een ontploffing (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 157
Wetboek van Strafrecht oplevert), opzettelijk voorwerpen, stoffen,
te weten
- een vuurwerk-brandstof-combinatie (VBC), samengesteld uit drie stuks Cobra 6
zwaar knalvuurwerk, met transparante tape bevestigd aan een kunststoffles met een
inhoud van l.25 liter, vrijwel geheel gevuld met een heldere, lichtgele vloeistof, zeer
waarschijnlijk benzine
en/of
- een aansteker
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, en/of
voorhanden heeft gehad;
( art 46 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten een vuurwerk-brandstof-combinatie (VBC), samengesteld uit drie stuks Cobra 6 zwaar knalvuurwerk, met transparante tape bevestigd aan een kunststoffles met een inhoud van l.25 liter, vrijwel geheel gevuld met een heldere, lichtgele vloeistof, zeer waarschijnlijk benzine, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door
vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten 3 stuks Cobra 6, heeft opgeslagen en/of
voorhanden heeft gehad;
( art 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit )