ECLI:NL:RBROT:2026:9221

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
10-054960-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wetenschap van mensensmokkel in vrachtwagen

De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van mensensmokkel door zes vreemdelingen te vervoeren in de trailer van zijn vrachtwagen op 20 februari 2026 in Vlaardingen. Tijdens een grenscontrole werden de personen in de trailer aangetroffen, waarna verdachte werd aangehouden.

Uit onderzoek bleek dat de trailer verzegeld was en dat de tachograaf beperkte gegevens gaf. WhatsApp-berichten toonden communicatie over een rit naar Manchester, maar er was geen direct bewijs dat verdachte wist van de vreemdelingen in de trailer. De verdachte verklaarde dat hij de trailer in Turkije overnam, waar deze verzegeld was, en dat hij niets afwijkends had geconstateerd bij controle.

De rechtbank oordeelde dat ondanks enkele opmerkelijke omstandigheden, zoals de verbroken TIR-lijn en de vliegreis, niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de vreemdelingen. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste opzet.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van de aanwezigheid van vreemdelingen in de trailer.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-054960-26
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Datum zitting: 19 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in [naam PI].
Advocaat van de verdachte: mr. W. de Deugd
Officier van justitie: mr. E.M. ter Braak
Kern van het vonnis
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van mensensmokkel. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de personen in de trailer van zijn vrachtwagen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - samen met een of meer anderen in de uitoefening van zijn beroep als internationaal vrachtwagenchauffeur heeft schuldig gemaakt aan de smokkel van zes personen.
De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:
op of omstreeks 20 februari 2026 te Vlaardingen, gemeente Vlaardingen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in de uitoefening van enig ambt of beroep, te weten zijn beroep van (vrachtwagen)chauffeur,
een ander of anderen, te weten zes (6) personen, althans één of meer personen, met de Irakese en/of Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,
• behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, en/of Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft
verschaft en/of
• uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen vanverblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, en/of het Verenigd Koninkrijk, zijnde een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New
York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of
genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door
- een vrachtwagen (met kenteken [kenteken 1]) en trailer (met kenteken [kenteken 2]) te besturen, en/of
- bovengenoemde personen in de genoemde trailer te vervoeren door Nederland richting het haventerrein te Vlaardingen om vervolgens de boot naar het Verenigd Koninkrijk te (gaan) nemen, en/of
- na het instappen van vernoemd(e) perso(o)n(en), een verzegeling aan te brengen op de trailer en het zegelnummer te noteren op de vrachtbrief, en/of
- met bovengenoemde personen in de laadruimte van een vrachtwagen naar het controlepunt van de Koninklijke Marechaussee te (laten) rijden met als doel uit te reizen naar het Verenigd Koninkrijk,
- bovengenoemde personen naar de vrachtwagen te begeleiden, en/of
- bovengenoemde personen te helpen instappen in de trailer van de vrachtwagen, en/of
- contact te onderhouden met en/of instructies te geven aan / krijgen van één of meer medeverdachte(n) betreffende het vervoer en/of verblijf van bovengenoemde personen,
en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Nederland en/of Verenigd Koninkrijk heeft georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was,
en dit feit werd begaan in de uitoefening van zijn beroep als internationaal vrachtwagenchauffeur.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het ten laste gelegde. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, hierna worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de voor een bewezenverklaring vereiste wetenschap.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld.
Op 20 februari 2026 is omstreeks 18:00 uur door de Zeehavenpolitie tijdens een grenscontrole op het terrein van DFDS-Seaways te Vlaardingen de vrachtwagencombinatie gecontroleerd die op dat moment door de verdachte werd bestuurd. Hierbij werd gebruik gemaakt van een migratiehond, opgeleid om menselijke geur te detecteren. Tijdens de grenscontrole sloeg de speurhond aan bij de trailer van voornoemde vrachtwagencombinatie. De verdachte opende desgevraagd – nadat een van de politieagenten het zegel op zijn verzoek had doorgeknipt – de trailer waarna in die trailer tussen de lading zes personen werden aangetroffen. Vijf personen hadden de Irakese nationaliteit en één persoon de Afghaanse nationaliteit. Hierop is de verdachte aangehouden.
Tijdens de controle van de trailer hebben de verbalisanten een verzegelde TIR-lijn rondom de trailer waargenomen. Deze TIR-lijn was door de hengsels van de deuren van de trailer bevestigd. Eén van de verbalisanten heeft waargenomen dat de zegel waarmee de TIR-lijnen met elkaar verbonden waren nog in tact was en dat het zegelnummer correspondeerde met het zegelnummer op de pakbon. Eén van de verbalisanten heeft deze metalen TIR-lijn doorgeknipt waarna de verdachte de trailer kon openen. De verbalisanten hebben geen verbrekingen aan het zeil, de TIR-lijn en de deuren waargenomen. Pas na nader onderzoek naar de TIR-lijn die rondom de trailer was aangebracht, bleek dat zich achter het chassis aan de rechterachterzijde van de trailer een kluw opgerolde TIR-lijn bevond. Voorts bleek dat de TIR-lijn verbroken was en dat in de kabelkern en plastic buitenmantel sporen van roest zichtbaar waren, hetgeen werd opgevat als een teken dat deze verbreking niet recent was.
De tachograaf van de betreffende vrachtwagen betrof een verouderd model dat niet de mogelijkheid bood om GPS-locaties uit te lezen. Uit het rapport van de tachograaf blijkt dat de vrachtwagen op 20 februari 2026 een afstand van dertig kilometer heeft afgelegd en dat het voertuig in totaal 01:25 uur heeft gereden met een gemiddelde snelheid van éénentwintig kilometer per uur. Voorts blijkt uit het rapport dat op 20 februari 2026 om 10:24 uur de chauffeurspas van een persoon genaamd [naam 1] is verwijderd en dat de chauffeurspas van de verdachte in de tachograaf is geplaatst. Vanaf 12:59 uur heeft het voertuig een afstand van 22,4 kilometer afgelegd en heeft het voertuig enkele malen richting de negentig kilometer per uur gereden.
Uit onderzoek naar de twee in beslag genomen telefoons van de verdachte blijkt dat hij via WhatsApp-contact heeft gehad met de gebruiker “[naam 2]”. Dit gesprek heeft plaatsgevonden tussen 19 februari 2026 16:30 uur en 20 februari 2026 om 16:15 uur. Uit dit gesprek volgt dat aan de verdachte is gevraagd of hij beschikbaar is, omdat “zij” een vrachtwagen gelost willen hebben in Manchester. Hierop heeft de verdachte geantwoord dat hij beschikbaar is. Desgevraagd heeft “[naam 2]” aangegeven dat de verdachte € 650,- voor een eenmalige rit zou krijgen. Vervolgens heeft de verdachte een foto van zijn paspoort gestuurd waarna voor de verdachte een vlucht van Istanbul naar Amsterdam is geboekt. Voorts is een link van Google Maps naar de verdachte verzonden van de locatie [adres]. Uit het gesprek volgt verder dat de verdachte met een Uber van Schiphol naar Ridderkerk is gereden. Hiervan is in één van de telefoons ook een e-mail ter bevestiging aangetroffen. De verdachte heeft op 20 februari 2026 om 13:00 uur gestuurd dat hij bij het voertuig is en gaat vertrekken. Voorts heeft “[naam 2]” gestuurd dat de sleutel aan het windscherm van de vrachtwagen hangt waarbij het kenteken van de vrachtwagen wordt gedeeld.
De in de trailer aangetroffen vreemdelingen zijn alle zes gehoord. Hieruit kan in grote lijnen worden opgemaakt dat zij in de nacht in de trailer zijn gestapt en zich al enige tijd in de trailer bevonden alvorens de verdachte de vrachtwagencombinatie van zijn collega chauffeur overnam.
De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting een verklaring afgelegd. Hij heeft onder meer verklaard dat de trailer reeds in Turkije was geladen, dat hij daar zelf niet bij aanwezig was en voorts dat de trailer in Turkije was verzegeld. Voorts heeft hij verklaard dat hij een controle-ronde rondom de vrachtwagencombinatie heeft gemaakt voordat hij ging rijden en daarbij niets afwijkends heeft geconstateerd. Zijn afgelegde verklaringen met betrekking tot de totstandkoming van de opdracht, de gang van zaken omtrent zijn reis naar de vachtwagencombinatie en de gereden route, komen overeen met de objectieve bevindingen in het dossier.
De officier van justitie heeft gewezen op een aantal omstandigheden waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de verdachte wetenschap had van de mogelijkheid van de vreemdelingen in zijn trailer. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Weliswaar bevinden zich in het dossier opmerkelijke aspecten, zoals de vliegreis vanuit Turkije naar Nederland om een vrachtwagenlading te lossen in Manchester en de verbroken TIR-lijn die speling bevatte, maar dit is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de verdachte wetenschap had van de in de trailer aanwezige vreemdelingen. Dat de TIR-lijn de mogelijkheid bood om personen toegang tot de trailer te verschaffen, is immers ook pas door de politie in tweede instantie geconstateerd. Het is niet onaannemelijk dat ook de verdachte dit tijdens het verrichten van zijn controle-ronde abusievelijk over het hoofd heeft gezien. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden uitgesloten dat de vreemdelingen reeds eerder in de trailer zijn gestapt waarna de verdachte nietsvermoedend de vrachtwagencombinatie heeft overgenomen van zijn collega-chauffeur. Aangezien dus niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de voor een bewezenverklaring vereiste opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, zal hij worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

3.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. E. Boersma, voorzitter,
mrs. D.F. Smulders en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.