Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 2 september 2025), met bijlagen;
- het verweerschrift van de VvE, met bijlagen;
- de akte vermeerdering van eis (ontvangen op 5 december 2025), met bijlagen;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen twee leden van een Vereniging van Eigenaars (VvE) over besluiten genomen tijdens een vergadering op 3 augustus 2025. De bestuurder van de VvE had de vergadering verplaatst naar een datum waarop de andere eigenaar vanwege een verblijf in het buitenland niet aanwezig kon zijn. De kantonrechter oordeelt dat dit handelen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 BW Pro, omdat de bestuurder geen rekening hield met de verhindering van de mede-eigenaar, terwijl dit eenvoudig mogelijk was gezien het kleine aantal leden.
Het aanvullende verzoek van de mede-eigenaar om de splitsingsakte te wijzigen en het bestuur te ontbinden wordt niet toegelaten. Dit verzoek kwam kort voor de zitting en betrof een zelfstandige eis met een andere juridische grondslag, waardoor het indienen ervan in strijd was met de goede procesorde. Bovendien ontbrak een opgave van beperkt gerechtigden die volgens artikel 5:139 BW Pro betrokken moeten worden bij een dergelijke procedure.
De kantonrechter veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten, die hoger worden vastgesteld dan het standaardtarief vanwege de voorgeschiedenis en het handelen van de bestuurder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en vernietigt de besluiten van de vergadering van 3 augustus 2025, wijst het aanvullende verzoek af en veroordeelt de VvE in de kosten.
Uitkomst: De kantonrechter vernietigt de besluiten van de VvE-vergadering van 3 augustus 2025 wegens strijd met redelijkheid en billijkheid en wijst het aanvullende verzoek tot splitsingsaktewijziging af.