ECLI:NL:RBROT:2026:8988

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
12014372 CV EXPL 25-26704
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedaagde moet gedeeltelijk betalen voor online training wegens niet-naleving informatieplichten

Eiseres, een opleidingscentrum, vordert betaling van kosten voor een training waarvoor gedaagde zich online zou hebben aangemeld. Gedaagde betwist de inschrijving en weigert te betalen. De kantonrechter stelt vast dat op basis van onweerlegbare stukken, waaronder een online inschrijving en bevestigingsmail, een overeenkomst tot stand is gekomen.

Omdat het een consumentenovereenkomst betreft, toetst de rechter ambtshalve de naleving van informatieplichten volgens artikel 6:230m en 6:230v BW. Eiseres erkent zelf niet aan deze plichten te hebben voldaan en stemt in met toepassing van de hoogste sanctie uit het sanctiemodel, wat leidt tot een korting van 60% op de hoofdsom.

De rechter wijst de aangepaste hoofdsom van € 2.778,64 toe, inclusief rente. De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens een oneerlijke bepaling in de algemene voorwaarden en het niet voldoen aan wettelijke eisen. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde moet € 2.778,64 plus rente betalen, met 60% korting op de oorspronkelijke vordering wegens schending van informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12014372 CV EXPL 25-26704
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: Ede,
eiseres,
gemachtigde: Lambers Legal & Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 december 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek met een eiswijziging, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te reageren op de repliek maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2.De zaak in het kort

2.1.
[eiseres] is een opleidingscentrum. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] zich online aangemeld voor de training ‘Bootcamp Monteur Koudetechniek in 20 dagen’ in de periode 17 oktober 2022 tot 22 november 2022. [eiseres] heeft [gedaagde] hiervoor op 19 oktober 2022 een factuur gestuurd voor een bedrag van € 6.946,61. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. Tijdens deze procedure heeft [eiseres] de hoofdsom verminderd tot een bedrag van
€ 2.778,64. Zij wil dat [gedaagde] dit bedrag betaalt en dat hij daarnaast wordt veroordeeld om een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en rente te betalen.
2.2.
[gedaagde] vindt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Hij heeft zich niet aangemeld voor de training.
2.3.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] gedeeltelijk toe. Hierna wordt dit toegelicht.

3.De beoordeling

3.1.
In deze zaak gaat het in de eerste plaats om de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen en zo ja, of [gedaagde] de volledige kosten van de training moet betalen.
Overeenkomst
3.2.
[eiseres] heeft in reactie op de betwisting van [gedaagde] een uitdraai van de online inschrijving op 29 juli 2022 voor de training ‘Bootcamp koudetechniek’ overgelegd. Hierin staan allerlei persoonlijke gegevens vermeld, zoals het (huidige) adres van [gedaagde]. Ook heeft [eiseres] de bevestiging van de aanmelding die zij diezelfde dag naar [gedaagde] heeft gemaild en de uitnodiging voor de training met praktische informatie van 20 september 2022, in de procedure overgelegd. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd. Op basis van deze stellingen en stukken, die dus niet zijn weersproken, staat voldoende vast dat [gedaagde] zich heeft ingeschreven en daarmee opdracht heeft gegeven voor het verzorgen van de training. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hij nooit daarvoor heeft getekend, maar ondertekening is voor totstandkoming van een overeenkomst van opdracht niet vereist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
Informatieplichten
3.3.
De overeenkomst is online tot stand gekomen tussen [eiseres] als professionele dienstverlener en [gedaagde] als particulier. Het gaat dus om een consumentenovereenkomst. Om die reden moet de kantonrechter ambtshalve, dat betekent dat de kantonrechter ook zonder dat [gedaagde] daar een beroep op doet, moet kijken of aan de informatieplichten van artikel 6:230m BW en 6:230v BW is voldaan.
3.4.
In dit geval heeft [eiseres] in de reactie op het antwoord van [gedaagde] (de repliek) zelf al naar voren gebracht dat zij niet aan de informatieplichten heeft voldaan. Dat houdt volgens haar in dat de hoogste sanctie (categorie 5) uit de Richtlijn Sanctiemodel Informatieplichten moet worden toegepast. De eiswijziging houdt daarmee verband. De kantonrechter is met [eiseres] eens dat zij meerdere essentiële informatieplichten ernstig heeft geschonden en daarom de hoogste sanctie van 60% moet worden toegepast. De betalingsverplichting van [gedaagde] van € 6.946,61 wordt daarom met 60% verminderd.
Hoofdsom
3.5.
De gewijzigde hoofdsom van € 2.778,64 wordt gelet op het voorgaande toegewezen.
Rente
3.6.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen de rente van € 526,61 die [eiseres] heeft berekend tot en met 2 december 2025. Daarnaast wordt rente vanaf 3 december 2025 toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.7.
De bepaling over de buitengerechtelijke incassokosten is oneerlijk in de zin Richtlijn 93/13/EEG. De bepaling wijkt in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW Pro). In artikel 6.5 van de algemene voorwaarden is namelijk vermeld dat [gedaagde] gehouden is tot volledige vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en dat is meer dan volgens de wet dient te worden vergoed. Een bepaling die de handelaar recht kan geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet is oneerlijk. Bovendien heeft [eiseres] pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW Pro). De door (de gemachtigde van) [eiseres] verzonden brieven voldoen niet aan de wet. De geëiste vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
3.8.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, omdat slechts een deel van de oorspronkelijke vordering wordt toegewezen. Dat betekent dat elke partij de eigen kosten moet betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 3.305,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.778,64 vanaf 3 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
4.2.
compenseert de proceskosten;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
540