Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014; en
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016.
3.Het geschil
- [gedaagde] te verbieden om zich jegens [eiseres] op welke wijze dan ook nog onrechtmatig uit te laten, waaronder begrepen smaad en/of laster, en om [eiseres] , haar werkgever, familieleden en/of andere derden te benaderen of te (laten) contacteren;
- [gedaagde] te veroordelen om iedere publicatie, verspreiding of openbaarmaking van uitlatingen of gegevens betreffende [eiseres] te staken en gestaakt te houden;
- te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 200,- per dag of gedeelte daarvan dat hij in strijd handelt met het onder 1 en 2 gevorderde, met een maximum van € 20.000,-;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis.
4.De beoordeling
5.De beslissing
3608/638