ECLI:NL:RBROT:2026:8971

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
10-258865-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie en vervoer van grote hoeveelheid MDMA

De rechtbank Rotterdam heeft op 15 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die samen met anderen een productielocatie voor MDMA-pillen heeft opgezet en onderhouden. Bewezen is dat de verdachte in de periode van 18 augustus tot 2 oktober 2025 opzettelijk MDMA-pillen heeft geproduceerd, vervoerd en op 2 oktober 2025 ongeveer 332 kilogram MDMA in bezit had.

De bewijsmiddelen bestonden uit onder meer vondsten van drie tabletteermachines, grote hoeveelheden MDMA-poeder en pillen, stempels, en chatberichten waarin de verdachte betrokkenheid bij het productieproces werd bevestigd. De verdachte erkende zijn betrokkenheid, waaronder het draaien van pillen en het vervoeren van pillen in zijn voertuig.

De rechtbank kwalificeerde de feiten als medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet. Gelet op de ernst, omvang en professionele aard van de productie, en rekening houdend met het strafblad en het reclasseringsrapport, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Tevens werd een maatregel kostenverhaal van €2.966,35 opgelegd en het in beslag genomen voertuig verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijkomende maatregelen en verbeurdverklaring voertuig.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-258865-25
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Datum zitting: 1 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres ] , [postcode] te [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. N. Assouiki
Officier van justitie: mr. N.J. Jacobs
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee strafbare Opiumwetfeiten, namelijk het opzettelijk in vereniging produceren van MDMA-pillen, het vervoeren van onder meer MDMA-pillen en het aanwezig hebben van 332,23 kilogram MDMA op de dag van de ontdekking van de productielocatie.
Daarvoor wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. Ook wordt aan hem de maatregel kostenverhaal opgelegd voor het opruimen van de productielocatie. Het in beslag genomen voertuig van de verdachte wordt verbeurd verklaard omdat dit is gebruikt bij de strafbare feiten.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2025 tot en met 2 oktober 2025 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op of omstreeks 2 oktober 2025 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 337.070 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide ten laste gelegde feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft erop gewezen dat een deel van de aangetroffen middelen niet is getest, zodat niet kan worden bewezen dat er 337,07 kilogram MDMA aanwezig was in de woning, maar hooguit 239,80 kilogram. Verder stelt de verdediging dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zelf MDMA-pillen heeft geproduceerd. Hij heeft slechts de woning ter beschikking gesteld, wat spullen naar boven getild en ritten gereden.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte:
1
in de periode van 18 augustus 2025 tot en met 2 oktober 2025 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt, vervoerd en vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2
op 2 oktober 2025 te Velsen-Noord, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 332.230 gram, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage I opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Bewezen is dat de verdachte medepleger is van het opzetten en draaiende houden van een productielocatie waar met MDMA pillen (XTC-pillen) werden vervaardigd. Ook is bewezen dat de verdachte deze XTC-pillen vervoerde.
Op 2 oktober 2025 is op de zolder van de woning waar de verdachte met zijn vriendin, tevens [medeverdachte 1] verbleef een productielocatie voor XTC-pillen aangetroffen. Daar zijn onder meer drie tabletteermachines aangetroffen, MDMA-poeders en -brokken, grote hoeveelheden XTC-pillen, vulmiddel voor het produceren van die pillen, stempels, een vacuümeermachine en vele andere goederen die in verband staan met de productie van XTC-pillen. Ook in het voertuig van de verdachte is een grote hoeveelheid XTC-pillen gevonden.
Uit het bewijs volgt dat de verdachte in de ten laste gelegde periode in het productieproces nauw en bewust samenwerkte met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Ook vervoerde hij in die periode onder meer XTC-pillen. De verdachte zou hiervoor een vergoeding krijgen. Op de zolder zijn in relatief korte tijd grote hoeveelheden MDMA verwerkt tot XTC -pillen.
De verdachte erkent dat hij betrokken was bij het opzetten en draaiende houden van de productielocatie en dat hij aanwezig was tijdens productie van de pillen. Dit volgt ook uit de bewijsmiddelen. De rechtbank gaat er van uit dat de verdachte ook zelf ‘pillen heeft getikt’. Dit blijkt uit verschillende WhatsApp-berichten tussen de verdachte en [medeverdachte 1] , waarin wordt gesproken over schepjes, het draaien van de productie en het wisselen van stempels. Bij zijn aanhouding had de verdachte ook groen poeder op zijn handen dat qua kleur overeenkwam met het poeder op één van de tabletteermachines.
Over de hoeveelheid aangetroffen MDMA overweegt de rechtbank dat de sealzakken met pillen steekproefsgewijs zijn getest. Alle pillen die getest zijn, bevatten MDMA.
De rechtbank acht daarom voldoende bewezen dat alle inbeslaggenomen pillen MDMA bevatten. Het doel van de productiefaciliteit was immers het produceren van pillen met MDMA. Ten aanzien van de inbeslaggenomen poeders is de rechtbank van oordeel dat hier niet kan worden uitgegaan van een steekproef, omdat poeders ook andere substanties kunnen betreffen dan MDMA, zoals vulmiddel. Om die reden neemt de rechtbank wat de poeders betreft alleen de geteste hoeveelheid in aanmerking bij de bewezenverklaring.
2.3.3.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee strafbare Opiumwetfeiten, namelijk het een periode opzettelijk in vereniging produceren van MDMA-pillen, het vervoeren van onder meer MDMA-pillen en het aanwezig hebben van 332,23 kilogram MDMA op de dag van de ontdekking van de productielocatie.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op de eendaadse samenloop:
1.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B en
onder D van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
2.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van
24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De officier van justitie dicht de verdachte de rol van ‘gewone uitvoerder’ binnen de productielocatie toe. De officier van justitie heeft bij zijn eis rekening gehouden met de procesafspraken die in een ander, verwant, onderzoek zijn gemaakt met verdachten die een grotere rol hadden en waarbij het ging om grotere productielocaties dan in de onderhavige zaak.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt primair dat rekening moet worden gehouden met de relatief kleine rol van de verdachte in het productieproces. Hij moet niet worden gezien als uitvoerder, maar als katvanger. Hij reed enkel ritten en heeft geen pillen geproduceerd. Dit zou moeten leiden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en eventueel een taakstraf. Subsidiair stelt de verdediging dat de persoon van de verdachte en zijn proceshouding in ieder geval maken dat een straf van ten hoogste de eis redelijk is.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft samen met anderen een productielocatie opgezet voor XTC-pillen op de zolder van de woning waar hij met zijn vriendin samenwoonde. Hij heeft eerst bij twee andere productielocaties gekeken om te zien hoe alles werkte. Daarna heeft hij de zolder gereed gemaakt en alle benodigde spullen naar zolder gebracht. Vervolgens heeft hij daar gedurende meerdere weken (samen met anderen) een zeer grote hoeveelheid pillen geproduceerd. Ook heeft hij ongeveer 20 keer XTC-pillen vervoerd. De verdachte heeft op verschillende momenten steeds de keuze gemaakt om het plan dat hij had, namelijk een productielocatie opzetten en XTC-pillen vervoeren om geld te verdienen, door te zetten.
De enorme hoeveelheden aangetroffen MDMA, drie tabletteermachines, ongeveer 60 verschillende stempels en het overige toebehoren duiden op een georganiseerde en professionele aanpak.
De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de criminele drugshandel. De handel in harddrugs leidt tot veel problemen in de maatschappij. Dit gaat vaak gepaard met diverse vormen van zware en georganiseerde criminaliteit en gezondheidsrisico’s. Tegen deze handel moet streng worden opgetreden. De verdachte heeft, zoals hij zelf heeft aangegeven, deze feiten gepleegd omdat hij een schuld had. De strafbaarheid van wat hij deed, de ernst daarvan of de mogelijke negatieve gevolgen hiervan voor hemzelf en zijn omgeving, hebben hem hiervan niet kunnen weerhouden.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 april 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een Opiumwetfeit. Dit betreft een oud feit. Het strafblad van de verdachte leidt daarom niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van
20 maart 2026. Daarin wordt het herhalingsgevaar ingeschat als gemiddeld. De reclassering overweegt dat de verdachte vanwege financieel gewin bewust koos voor criminele inkomstenverwerving middels het opzetten van een productieplek voor XTC-pillen. Hij heeft delict- en zelfinzicht en kan zijn keuzes zelf bepalen. De reclassering ziet factoren die de re-integratie van de verdachte in de weg kunnen staan, zoals (kwetsbaarheid voor) negatieve beïnvloeding, overmatig drugsgebruik, financiële problematiek en enige zorgen op het gebied van huisvesting. De reclassering adviseert bij een veroordeling daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank merkt daarbij op dat de oriëntatiepunten niet verder gaan dan “boven de 20 kilo”, terwijl het in deze zaak gaat om meer dan 300 kilo.
Zoals eerder is overwogen heeft de verdachte nauw en bewust met de medeverdachten samengewerkt en misstaat naar het oordeel van de rechtbank de toedichting van de rol van ‘gewone uitvoerder’ in dit productieproces hem niet. In deze vrij professionele productielocatie met 3 tabletteermachines is een zeer grote hoeveelheid MDMA aangetroffen. Gelet op de omvang en ernst van de feiten en rekening houdend met de voornoemde oriëntatiepunten en vergelijkbare zaken komt de rechtbank tot een hogere gevangenisstraf dan geëist.
Daarom wordt een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft (ook) als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd en zoals opgenomen in het dictum. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.Maatregel kostenverhaal

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel kostenverhaal zoals bedoeld in artikel 13d van de Opiumwet wordt opgelegd, voor de kosten van het opruimen van de productielocatie. Een kwart van de totale kosten van € 11.865,43 moet voor rekening van de verdachte komen, namelijk € 2.966,35.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt dat de kosten over alle zes verdachten moeten worden verdeeld.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De maatregel in artikel 13d van de Opiumwet maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp.
De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. De kosten zoals omschreven op de factuur van 22 oktober 2025, gericht aan de Staat, zijn voldoende onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank conform de vordering van de officier van justitie aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen ter hoogte van € 2.966,35, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 13d van de Opiumwet. Kennelijk worden er slechts nog vier personen als verdachten aangemerkt voor deze productielocatie, zodat de kosten alleen over hen verdeeld kunnen worden.
Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 29 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

6.In beslag genomen voorwerpen

Beslag is gelegd op een Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] ,
met IBN-code [code] .
6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de bestelbus verbeurd moet worden verklaard.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft teruggave van de bestelbus aan de verdachte bepleit. Hij heeft deze nodig voor de voortzetting van zijn bedrijf.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor de feiten wordt het in beslag genomen voertuig van de verdachte, een Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] , verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Het strafbare feit is met behulp van dit voertuig gepleegd. Hiermee is meermalen MDMA vervoerd en in het voertuig is ook een grote hoeveelheid MDMA aangetroffen.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in eerste instantie ook klassiek beslag is gelegd op een geldbedrag van € 3.360,-. Dit beslag is inmiddels omgezet naar conservatoir beslag. De rechtbank zal hierover derhalve geen beslissing nemen.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13d van de Opiumwet.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
12 (twaalf) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op delictanalyse, cognitieve- en sociale vaardigheden en/of andere problematiek;
3. de verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen gebruikt, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en lijst IA (andere middelen die vallen onder een stofgroep) van de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
4. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan het aflossen van zijn schulden, zolang de reclassering dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het treffen van afbetalingsregelingen of het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wnsp). De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Maatregel kostenverhaal
legt op als maatregel de verplichting tot vergoeding van het bedrag van € 2.966,35 aan de
Staat. Stelt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden
gevorderd vast op 29 dagen;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2: de Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] , met IBN-code [code] .

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. Wielhouwer, voorzitter,
en mrs. E.M. Havik en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 mei 2026.
Bijlage 1 – Bewijsmiddelen
1.
Verklaring van de [verdachte] [1]
Ik heb in de periode van 18 augustus 2025 tot en met 2 oktober 2025 te Velsen-Noord MDMA aanwezig gehad en vervoerd. Ik verbleef in die periode met [medeverdachte 1] in de woning [adres delict] . Ik heb met [medeverdachte 2] op twee verschillende locaties meegekeken bij de productie van MDMA. Samen met [medeverdachte 2] en anderen hebben we na mijn toestemming een productielocatie voor XTC op de zolder in de woning te [adres delict] geplaatst. Het klopt dat hier onder meer 3 tabletteermachines stonden en stempels en poeder voor de productie van XTC. Ik was erbij als anderen daar pillen aan het tikken waren. Ik ruimde op en maakte schoon. Ik zorgde voor boodschappen of materiaal. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kwamen over de vloer en maakten de pillen. [medeverdachte 1] en ik zouden maandelijks een bedrag krijgen voor het gebruik van het huis als productielocatie. Het klopt dat er op 2 oktober 2025 een groot aantal pillen in de woning [adres delict] en in mijn Vito bus met kenteken [kenteken] aanwezig was. Ik heb met mijn Vito bus in de ten laste gelegde periode 18 keer ritten gereden om goederen op te halen en weg te brengen, waaronder de pillen die werden gemaakt op zolder. Ik kreeg daar geld voor.
2.
Proces-verbaal van de politie, eenheid LFO [2]
Op 2 oktober 2025 in de woning [adres delict] , troffen wij de volgende goederen aan. Deze zijn onderzocht, bemonsterd en voorzien van SIN-nummers.
Woonkamer beneden verdieping:
  • 2 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 4 kilogram (voorzien van SIN-nummer AASQ1589NL);
  • 6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 10,4 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIM-nummers AASQ1590NL en AASQ1591NL);
  • diverse sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 1,1 kilogram, waarvan één sealzak indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1592NL).
Zolderruimte achterkamer (rechterzijde):
  • een tabletteeropstelling met tabletteermachine met oranje poeder, met daarop een speciekuip met daarin een totaalgewicht van 13,3 kilogram poeder (voorzien van SIN-nummer AAQL0280NL);
  • twee tabletteeropstellingen met tabletteermachines, met stempelsets en met lichtgroen poeder (voorzien van SIN-nummers AAQL0281NL en AAQL0282NL);
  • een MDMA-vergruizer (voorzien van LFO-code 8.5);
  • 2 emmers, met daarin een totaalgewicht van 17,5 kilogram tabletten (voorzien van SIN-nummer AAQL0283NL);
  • een stempelset boven- en onder stempels en matrijzen (voorzien van LFO-code 8.8.1);
  • een tafel met daarop een vacuümeermachine, vacuümeerzakken, diverse blikken met stempels, matrijzen en onderdelen van tabletteermachines en diverse zakken met daarin tabletten, met daarin een totaalgewicht van 4,7 kilogram (voorzien van LFO-code 8-20);
  • 15 sealzakken op de grond, met daarin tabletten, met een totaalgewicht van 27 kilogram (voorzien van LFO-code 8-21);
  • een emmer met daarin tabletten, met een totaalgewicht van 13 kilogram (voorzien van LFO-code 8-22).
Zolderruimte voorkamer:
  • 310 kilogram vulmiddel (voorzien van SIN-nummer AAQL0274NL);
  • een doos met 10 sealzakken met pillen, met een totaalgewicht van 30 kilogram (voorzien van SIN-nummer AAQL0276NL);
  • emmers met kleurstof;
  • een speciekuip met poeder, met een totaalgewicht van 17,45 kilogram (voorzien van SIN-nummer AAQL0288NL);
  • een speciekuip met poeder, met een totaalgewicht van 27,50 kilogram (voorzien van SIN-nummer AAQL0293NL);
  • een speciekuip met poeder, met een totaalgewicht van 17,6 kilogram (voorzien van SIN-nummer AAQL0292NL);
  • diverse emmers en teilen, met MDMA, met een totaalgewicht van 13,5 kilogram (voorzien van LFO-code 10-20 en één van de emmers is voorzien van SIN-nummer AAQL0277NL);
  • een emmer met bruine brokken MDMA, met een totaalgewicht van 3 kilogram (voorzien van LFO-code 10.21.1);
  • een boodschappentas met een vuilniszak en sealzak, met brokken MDMA, onbekend van welk gewicht (voorzien van LFO-code 10-21.2 en SIN-nummer AAQL0278NL);
  • een vacuümzak met brokken MDMA, met een totaalgewicht van 2 kilogram (voorzien van LFO-code 10-21.4);
  • een boodschappentas met verschillende vacuümzakken met pillen, met een totaalgewicht van 7,7 kilogram (voorzien van LFO-code 10-21.5);
  • een boodschappentas met verschillende vacuümzakken met pillen, met een totaalgewicht van 6,58 kilogram (voorzien van LFO-code 10-21.6);
  • een emmer met brokken MDMA, met een totaalgewicht van 3,88 kilogram (voorzien van LFO-code 10-21.7);
  • een kunststof bak met verschillende vacuümzakken met pillen, met een totaalgewicht van 7,16 kilogram (voorzien van LFO-code 10-21.8);
  • een sealzak met MDMA-poeder, met een totaalgewicht van 0.28 kilogram (voorzien van LFO-code 10-22.3);
  • een emmer met brokken MDMA, met een totaalgewicht van 2 kilogram (voorzien van LFO-code 10-22.4);
  • een zeef met daarin een sealzak met pillen, met een totaalgewicht van 0,58 kilogram (voorzien van LFO-code 10-22.5).
Vito bus met kenteken [kenteken]:
6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 15,3 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1595NL);
6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 12,8 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1596NL);
  • 4 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 11,2 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1597NL);
  • 8 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 11,2 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1598NL);
  • 6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 13,7 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1599NL);
  • 6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 12,8 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1559NL);
  • 8 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 11,3 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1560NL);
  • 6 sealzakken met tabletten, met een totaalgewicht van 13,7 kilogram, indicatief positief op MDMA (voorzien van SIN-nummer AASQ1561NL).
3.
Deskundigenverslag van het NFI [3]
Woonkamer beneden verdieping
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1589NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1590NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1591NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1592NL bevat MDMA.
Zolderruimte achterkamer
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0280NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0281NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0282NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0283NL bevat MDMA.
Zolderruimte voorkamer
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0276NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0288NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0293NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0292NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0277NL bevat MDMA HCI.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AAQL0278NL bevat MDMA HCI.
Vito bus met kenteken [kenteken]
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1595NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1596NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1597NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1598NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1599NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1559NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1560NL bevat MDMA.
Onderzoeksmateriaal met kenmerk AASQ1561NL bevat MDMA.
In het onderzoeksmateriaal is MDMA aangetoond. MDMA is vermeld op lijst I van de Opiumwet. In het onderzoeksmateriaal is MDMA HCI aangetoond. MDMA HCI is een zout van MDMA, gelijkgesteld aan MDMA zelf en valt onder lijst I van de Opiumwet.
4.
Proces-verbaal van de politie [4]
Op 2 oktober 2025 zag ik tijdens het verhoor van [verdachte] op zijn handen en voornamelijk tussen de vingers, nagelriemen en onder de nagels een gif groene/gele kleur.
Op de aangetroffen tabletteermachine in de woning te [adres delict] werd een zelfde soort groen poeder aangetroffen. In een speciekuip is een restant van deze groen substantie bestaande uit kleurstof, MDMA en vul/bindmiddel aangetroffen.
5.
Proces-verbaal van de politie [5]
Op 1 en 3 september 2025 laat [verdachte] aan [medeverdachte 1] weten dat hij bezig is met opstarten.
Schepjes
Op 21 augustus 2025, omstreeks 21:15 uur, vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte] met wie hij zojuist belde en omstreeks 23: 16 uur of hij iets zachter kan doen met de deuren. [verdachte] geeft vervolgens aan dat hij bijna klaar is en nog een paar schepjes moet doen. Een paar schepjes past in het productieproces van XTC-pillen, waarbij er stoffen worden gemengd en het mengsel vervolgens in de machine wordt gebracht.
Draaien
Uit de chat tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] komt nog meer woordgebruik naar voren dat verwijst naar het productieproces van XTC-pillen. Zo geeft [verdachte] op 3 september 2025 omstreeks 16:47 uur aan dat hij tot ongeveer 23:00 uur moet draaien. De aangetroffen tabletteermachines aan de [adres delict] zijn rondlopers, waarbij er diverse onderdelen roteren/ draaien. Het produceren van pillen wordt ook wel pillen draaien of pillen tikken genoemd. De zendmast die tussen 3 september 2025 17.42 uur en
4 september 2025 13: 17 uur zijn geregistreerd in relatie tot het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] , betreft de eerder genoemde zendmast aan de [locatie] . [verdachte] was dan ook waarschijnlijk aan de [adres delict] aan het draaien - bezig met de productie van XTC-pillen.
Stempels
Voorts laat [verdachte] op 4 september 2025 aan [medeverdachte 1] weten dat hij stempel(s) aan het wisselen is en even later dat het niet lukt. In tabletteermachines wordt gebruik gemaakt van stempels.
Ritjes
In de periode dat de productieruimte voor XTC-pillen in gebruik was, voerde [verdachte] ritjes uit. Door [verdachte] is verklaard dat hij de op zolder van de [adres delict] geproduceerde pillen wegbracht:
Op de zolderruimte van de [adres delict] zijn tijdens de doorzoeking meerdere sealzakken met tabletten aangetroffen met daarop de naam [persoon 1] en dergelijke zakken met de naam [persoon 2] . Voorts is op de bank van de woonkamer een briefje aangetroffen met de naam [persoon 2] en de tekst "datum, opgehaald 50 mango's, gebracht, getikt". [verdachte] verklaarde tijdens zijn verhoor op 2 oktober 2025 dat met 50 mango's, 50 kilo MDMA wordt bedoeld; dat hij heeft gedaan wat op het briefje stond en dat hij het briefje heeft geschreven. Op dat briefje staat ook de datum 3 september 2025 vermeld.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 1 mei 2026.
2.Het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] /Velsen-Noord/PC-001, van de eenheid LFO, uit het zaaksdossier Jetski.
3.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 11 december 2025, zaaknummer 2025.10.29.084, aanvraagnummer 001, pagina 299 e.v. van de 2e aanvulling van het zaaksdossier Jetski.
4.Het proces-verbaal van voorgeleiding, nummer -18, pagina 46 e.v., uit het zaaksdossier Jetski.
5.Het proces-verbaal van 2e aanvulling, nummer -92, pagina 420 e.v., uit het zaaksdossier Jetski.