ECLI:NL:RBROT:2026:8853
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens langdurige huurachterstand ondanks lopend hoger beroep
In deze kort geding procedure vordert eiseres ontruiming van een woning vanwege een aanzienlijke huurachterstand van €13.621,25 die sinds december 2024 is opgelopen. Gedaagde, die de woning bewoont na het overlijden van de oorspronkelijke huurder, had eerder een verzoek tot voortzetting van de huurovereenkomst ingediend, maar dit was door de kantonrechter afgewezen. Gedaagde stelde hoger beroep in, waardoor ontruiming tot dan toe werd uitgesteld.
De kantonrechter oordeelt dat de langdurige betalingsachterstand een zelfstandige grond vormt voor ontruiming, ook al is het hoger beroep nog niet afgerond. Daarbij weegt mee dat gedaagde inmiddels een nieuwe huurovereenkomst heeft gesloten voor een andere woning en heeft verklaard de huidige woning eind juli 2026 vrijwillig te verlaten.
De kantonrechter stelt de ontruimingsdatum vast op 31 juli 2026 en veroordeelt gedaagde tevens tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de ontruiming direct kan plaatsvinden. Hiermee wordt het belang van eiseres en andere woningzoekenden op de wachtlijst beschermd tegen verdere huurachterstanden.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk op 31 juli 2026 vanwege langdurige huurachterstand.