ECLI:NL:RBROT:2026:8846

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
10/146087-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet Wapens en Munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens hoog risico op recidive

De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2026 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde te verlengen met twee jaar. De TBS was oorspronkelijk opgelegd wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven en het handelen in strijd met de Wet Wapens en Munitie. De maatregel is sinds 24 juni 2021 van kracht en werd eerder al meerdere malen verlengd.

Tijdens de openbare terechtzitting zijn de ter beschikking gestelde, zijn raadsvrouw, de officier van justitie en deskundigen gehoord. De instelling, psychiater en psycholoog adviseerden unaniem tot verlenging van de TBS met twee jaar vanwege een nog aanwezige persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken, en een hoog risico op terugval in delictgedrag en middelengebruik. De ter beschikking gestelde bevindt zich aan het begin van zijn behandeltraject en werkt positief mee.

De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen. De raadsvrouw pleitte voor een verlenging van één jaar, maar de rechtbank volgt de vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die uitgaat van een verlenging van twee jaar wanneer de behandeling meer tijd vergt. De totale duur van de TBS zal door deze verlenging meer dan vier jaar bedragen, wat geoorloofd is gezien de ernst van de delicten en het risico op herhaling.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en stelt dat tegen deze beslissing beroep mogelijk is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar wegens een hoog risico op terugval en de ernst van de delicten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/146087-19
Datum uitspraak: 29 juni 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [naam kliniek] te [plaats] (de instelling),
raadsvrouw mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 20 oktober 2020 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 24 juni 2021.
Bij beslissing van deze rechtbank van 14 juli 2023 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Op 21 december 2023 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die beslissing met aanvulling en verbetering van de gronden bevestigd. Het gerechtshof heeft in dat verband vastgesteld dat in de overwegingen van de opleggingsrechter besloten ligt dat de veroordeling betrekking heeft op een geweldsdelict en dat de totale duur van de maatregel daarom ongemaximeerd is.
Bij beslissing van deze rechtbank van 16 juli 2025 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 29 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 29 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en de deskundige [naam deskundige] , werkzaam als [functie] bij de instelling, zijn gehoord.
Daarnaast is het slachtoffer [naam slachtoffer] ter terechtzitting aanwezig.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 19 maart 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken, een stoornis in cannabisgebruik (in langdurige remissie) en een stoornis in het gebruik van cocaïne (in langdurige remissie). De kernproblematiek is nog actueel en er is sprake van een hoog risico op terugval in delictgedrag. Indien de tbs-maatregel en daarmee de hoge mate van zorg en toezicht komt te vervallen, zal de ter beschikking gestelde hoogstwaarschijnlijk onvoldoende in staat zijn om nieuwe delicten te voorkomen en zal hij naar verwachting ook terugvallen in middelengebruik.
De ter beschikking gestelde verblijft sinds 31 juli 2025 bij de instelling en staat aan het begin van zijn behandeltraject. Hij zet zich positief in, volgt therapieën, sluit aan bij de groepsmomenten en is sinds november 2025 bezig met zijn delictanalyse. De komende periode zal de focus liggen op het in kaart brengen van risicofactoren, waarna verder te volgen behandelonderdelen geïndiceerd kunnen worden. De verwachting is dat het traject nog meerdere jaren in beslag zal nemen.
De deskundige, [naam deskundige] heeft het advies van de instelling op de terechtzitting bevestigd en toegelicht. De delictanalyse is inmiddels afgerond en er is beter zicht op relevante risicofactoren. De ter beschikking gestelde zet zich positief in bij zijn behandeling, maar voert ook de druk op om verlof te organiseren en het traject zo snel mogelijk te doorlopen. Op dit moment bestaat nog onvoldoende zicht op de relatie tussen de ter beschikking gestelde en zijn ex-partner (het slachtoffer van het indexdelict); dit zal bij de verdere uitwerking van het behandelplan nader worden onderzocht.
Advies psychiater
Psychiater [naam psychiater] komt in het rapport van 27 februari 2026 tot vergelijkbare diagnostische conclusies als de instelling en adviseert de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
Advies psycholoog
Ook GZ-psycholoog [naam GZ-psycholoog] adviseert in zijn rapport van 3 maart 2026 om de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Hij ziet in de kern geen discrepanties tussen zijn diagnostische conclusies en de bevindingen van de kliniek.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar, gelet op de totale duur van de maatregel en proportionaliteit tot de delicten waarvoor deze is opgelegd. Verlenging met een jaar is ook wenselijk, zodat de ter beschikking gestelde zijn behandelmotivatie kan vasthouden.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de instelling, de psychiater en de psycholoog en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat de ter beschikking gestelde, na omzetting van de eerder onder voorwaarden opgelegde tbs-maatregel, sinds 31 juli 2025 in de instelling verblijft en aan het begin staat van zijn behandeltraject. Hij werkt goed mee aan de behandeling en heeft recent de delictanalyse afgerond, die nodig is bij de verdere invulling van het traject. Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geldt als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie in het bestaande juridisch kader meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en ziet geen meerwaarde in een nieuwe rechterlijke toetsing over een jaar. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat een verlenging met twee jaar niet proportioneel zou zijn met de ernst van de misdrijven waarvoor de tbs-maatregel werd opgelegd. De duur en zwaarte van de te verlengen terbeschikkingstelling staan in verhouding tot de ernst van de indexdelicten en de kans op herhaling van strafbaar gedrag door de ter beschikking gestelde vanuit de bij hem vastgestelde psychische problematiek. De rechtbank zal de termijn van de terbeschikkingstelling daarom met twee jaar verlengen.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor één of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaren;
wijst afhet meer of anders verzochte.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.