ECLI:NL:RBROT:2026:8776

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/10/716963 / KG ZA 26-285 (herstelvonnis)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens verschrijving in uitvoerbaar bij voorraad verklaring in kort geding

In deze zaak verzocht de man om verbetering van het vonnis van 15 mei 2026, omdat in het vonnis ten onrechte de verkeerde beslissing uitvoerbaar bij voorraad was verklaard. De vrouw verzette zich tegen dit verzoek, stellende dat geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 31 lid 1 Rv Pro een kennelijke fout te allen tijde kan worden hersteld. De rechter stelde vast dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de kostencompensatie (beslissing 5.6) geen betekenis heeft en dat bedoeld was om de beslissing onder 5.5 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, waarin de vrouw werd veroordeeld tot medewerking aan de inschrijving van de zoon op zijn feitelijke woonadres.

De rechter wijzigde daarom de tekst in het vonnis en bepaalde dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld. Tevens verzocht de rechter de partij die de grosse had ontvangen deze na ontvangst van het herstelvonnis aan de griffie terug te sturen.

Uitkomst: Het vonnis van 15 mei 2026 is hersteld door correctie van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de beslissing onder 5.6 naar die onder 5.5.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/716963 / KG ZA 26-285
Verbetervonnis in kort geding van 29 mei 2026
in de zaak van
[naam vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. A. Apistola,
tegen
[naam man],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. F.O. Ligeon-Merton.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij bericht van 18 mei 2026 heeft mr. Ligeon-Merton namens de man verzocht om verbetering van het op 15 mei 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens de man bevat het vonnis een verschrijving, omdat in 5.7. van het vonnis de verkeerde beslissing (5.6. in plaats van 5.5. van het vonnis) uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
1.2.
Bij bericht van 22 mei 2026 heeft mr. Apistola aan de voorzieningenrechter laten weten dat de vrouw bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. Volgens de vrouw is geen sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 Rv Pro verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarbij gaat het om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
Het verzoek van de man wordt toegewezen. Anders dan de vrouw stelt, is in dit geval sprake van een verschrijving die zich voor eenvoudig herstel leent. In 5.6. van het vonnis heeft de voorzieningenrechter de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. Die kostencompensatie is in 5.7. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Duidelijk is dat het hier gaat om een verschrijving, omdat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een kostencompensatie geen betekenis heeft. Bedoeld is om 5.5. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, waarin de vrouw is veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan de inschrijving van de zoon van partijen op zijn feitelijke woonadres. Dit blijkt ook uit 4.10. van het vonnis, waarin is overwogen dat de administratieve situatie zo spoedig mogelijk in overstemming dient te worden gebracht met de feitelijke situatie.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat 5.7. van het op 15 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.6. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
wordt gewijzigd in

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.5. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 29 mei 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 15 mei 2026,
3.3.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 15 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026. [2971/106]