ECLI:NL:RBROT:2026:8763

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
12234146 HA VERZ 26-42
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:291 BWArt. 7:292 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring afwijkende huurbedingen in huurovereenkomst bedrijfsruimte

Verhuurder en huurder hebben gezamenlijk een verzoek ingediend tot goedkeuring van bedingen in een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte die afwijken van de wettelijke bepalingen in artikel 7:292 e.v. BW.

De huurovereenkomst betreft een periode van drie jaar met aansluitende verlengingsperioden van telkens zes maanden. De korte looptijd en verlengingsmogelijkheden zijn gerelateerd aan een beoogde herontwikkeling van het pand, waarbij rekening is gehouden met een lagere huurprijs dan marktconform en beperkte investeringen van de huurder.

Beide partijen zijn professionele partijen, bijgestaan door makelaars, en de huurder exploiteert meerdere horecavestigingen. De kantonrechter oordeelt dat de bedingen geen wezenlijke aantasting vormen van de rechten van de huurder en keurt deze goed. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De kantonrechter keurt de afwijkende huurbedingen goed omdat deze de rechten van de huurder niet wezenlijk aantasten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 12234146 HA VERZ 26-42
datum uitspraak: 7 juli 2026
beschikking van de kantonrechter
op het verzoek van
[verzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: Hardinxveld-Giessendam,
verzoekster,
hierna: ‘verhuurder’,
en
[medeverzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: Alblasserdam,
medeverzoekster,
hierna: ‘huurder’.
Als gemachtigde voor verhuurder en huurder treedt [gemachtigde] op.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Verhuurder en huurder hebben gezamenlijk een verzoek ingediend voor de goedkeuring van één of meer bedingen die afwijken van de artikelen 7:292 e.v. BW.
1.2.
Op 23 juni 2026 hebben partijen naar aanleiding van vragen van de kantonrechter een nadere toelichting gegeven.
1.3.
De kantonrechter heeft op grond van de inhoud van de stukken een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten.

2.Het verzoek

2.1.
Verhuurder en huurder hebben een huurovereenkomst gesloten voor de bedrijfsruimte aan [adres] te [plaats] .
2.2.
Verhuurder en huurder vragen goedkeuring van de volgende bedingen die zijn opgenomen in de huurovereenkomst en die afwijken van de bepalingen genoemd in artikel 7:292 e.v. BW:

Duur, verlenging en opzegging
3.1
Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 15 juli 2026 (hierna te noemen 'ingangsdatum') en lopende tot en met 14 juli 2029.
3.2
Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging door
huurder of verhuurderin overeenstemming met 3.4 en 3.5 wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode voortgezet voor een aansluitende
periode van 6 maanden, derhalve tot en met 14 januari 2030.
3.3
Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging door huurder of verhuurder in overeenstemming met 3.4 en 3.5 wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de in 3.2 genoemde periode voortgezet voor
aansluitende perioden van telkens 6 maanden”

3.De beoordeling van het verzoek

3.1.
Goedkeuring van een beding is op grond van artikel 7:291 lid 3 BW Pro mogelijk indien het beding de rechten die huurder aan deze afdeling ontleent niet wezenlijk aantast of wanneer de maatschappelijke positie van huurder in vergelijking met die van verhuurder zodanig is dat huurder de bescherming van de afdeling in redelijkheid niet behoeft. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. De beide goedkeuringsgronden kunnen in onderling verband worden beoordeeld.
3.2.
Uit het verzoekschrift en de nadere toelichting volgt dat huurder een regionaal opererende horeca-exploitant/horecagroep is met zeven horecavestigingen. Verhuurder is een regionaal actieve projectontwikkelaar en aannemer. Beide zijn aldus professionele partijen en beide zijn gedurende het onderhandelings- en contracteringsproces bijgestaan door professionele makelaars.
3.3.
Bij de beoordeling of sprake is van een wezenlijke aantasting van de rechten van huurder is voorts het volgende van belang. De korte looptijd van de huurovereenkomst en de korte verlengingsperioden laten zich verklaren door de door verhuurder beoogde herontwikkeling van het pand, waarvan de daadwerkelijke aanvang nog wel langer dan drie jaar kan duren. Bij de vaststelling van de huurprijs is hiermee rekening gehouden: partijen zijn een huurprijs overeengekomen die lager is dan marktconform. Bovendien hoeft huurder maar beperkt in het gehuurde – dat is voorzien van een volledige horeca-inventaris – te investeren.
3.4.
Op basis van bovengenoemde omstandigheden, in onderling verband bezien, is de kantonrechter van oordeel dat de genoemde bedingen geen wezenlijke aantasting vormen van de rechten van huurder. De bedingen zullen worden goedgekeurd.
3.5.
Omdat het gaat om een gemeenschappelijk verzoek compenseert de kantonrechter de kosten. Dit betekent dat elke partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
verleent goedkeuring aan de van artikel 7:292 e.v. BW afwijkende bedingen die zijn opgenomen in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3 van de huurovereenkomst en die zijn geciteerd in 2.2 van deze beschikking;
compenseert de proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. dr. P.G.J. van den Berg en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
527