ECLI:NL:RBROT:2026:867

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/712687 / KG ZA 25-1299
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557a lid 2 RvArt. 557a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning in wooncomplex wegens geplande grootschalige renovatie

De woningcorporatie [eiseres] vordert in kort geding de ontruiming van een woning aan een adres in Rotterdam, die zonder recht of titel door gedaagden is gekraakt. Het wooncomplex staat gepland voor grootschalige renovatie vanaf augustus 2026, waarvoor de woningcorporatie de woningen leeg wil hebben.

Gedaagden erkenden het kraakgebruik maar wensen te blijven wonen tot aan de renovatie, omdat zij anders dakloos worden. De rechtbank oordeelt dat ondanks het begrip voor de situatie van gedaagden, het eigendomsrecht van de corporatie prevaleert en dat de woning ontruimd moet worden. De vordering wordt toegewezen met een termijn van drie weken voor ontruiming.

Daarnaast wordt gedaagden verboden om terug te keren in de woning of andere woningen in het complex zonder huurovereenkomst, onder dreiging van een gematigde dwangsom. De proceskosten worden hoofdelijk aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagden tot ontruiming van de woning binnen drie weken en legt een terugkeerverbod op met een gematigde dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/712687 / KG ZA 25-1299
Vonnis in kort geding van 26 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. R. van der Hoeff,
tegen
1.
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, AAN DE [adres] IN ( [postcode] ) [plaats],
verblijvende te [plaats] ,
niet verschenen,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
niet verschenen,
3.
[gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3]
verschenen in persoon,
gedaagden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 januari 2026, met producties 1 tot en met 27;
- de door [eiseres] in het geding gebrachte kopie van de advertentie in het AD Rotterdams Dagblad van 14 januari 2026 waarmee gedaagden zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 19 januari 2026;
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde(n).

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
gedaagden, ieder afzonderlijk, te veroordelen om de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woning bevinden, te ontruimen, te verlaten en ontruimd te houden;
te bepalen dat het vonnis tot een jaar na de dag waarop het is uitgesproken dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand, bestaande uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
gedaagden, ieder afzonderlijk, te verbieden om na vertrek uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door [eiseres] verhuurde woning in de flatgebouwen aan de [straatnaam] 6A tot en met 34D en 36A tot en met 64D
(te betrekken, toevoeging rechtbank), zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per persoon per dag, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
2.2.
Op de zitting heeft [eiseres] de vordering onder a in zoverre gewijzigd dat zij nu vordert dat de ontruiming van de woning op een termijn van drie weken na betekening van het vonnis dient plaats te vinden.

3.De beoordeling

3.1.
Met haar vorderingen wil [eiseres] er voor zorgen dat de woning aan de [adres] wordt ontruimd door de personen die zich daarin thans bevinden. De woning bevindt zich in een flatgebouw dat vanaf augustus 2026 grootschalig zal worden gerenoveerd door [eiseres] . Met het oog daarop zijn al veel bewoners uitverhuisd. De leeggekomen woningen heeft [eiseres] in beheer gegeven aan Ad Hoc, dat de woningen tijdelijk in gebruik geeft aan door haar geselecteerde personen om kraken van de woningen te voorkomen. Voordat Ad Hoc vrijgekomen woningen in gebruik heeft kunnen geven, is een aantal daarvan gekraakt. De (meeste) krakers bezorgen veel overlast.
3.2.
Ook de woning aan de [adres] is gekraakt. Gedaagden hebben zich volgens [eiseres] onrechtmatig de toegang verschaft tot de woning en verblijven zonder recht of titel in de woning. Naar aanleiding van een brief van [eiseres] van 5 december 2025 met daarin het verzoek de woning te ontruimen en te verlaten, hebben [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zich bij [eiseres] gemeld. Zij hebben toen aangegeven de woning niet te gebruiken of misbruiken zoals de andere krakers in het gebouw, geen overlast te veroorzaken en Ad Hoc te hebben benaderd. Ad Hoc heeft aan [eiseres] laten weten dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] niet in aanmerking komen voor een anti-kraak huurovereenkomst voor de woning, omdat Ad Hoc haar eigen wachtlijsten hanteert en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] niet geregistreerd zijn bij Ad Hoc. [eiseres] wil de woning die haar eigendom is, terugkrijgen. Zij heeft er belang bij dat de woning alsnog via Ad Hoc aan een derde in gebruik wordt gegeven. Zolang dat niet gebeurt, loopt [eiseres] maandelijks een bedrag van circa € 450,00 aan inkomsten mis. Voor het geval er ten tijde van de ontruiming van de woning andere personen dan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] in de woning zijn getrokken, heeft [eiseres] de vordering ook tegen de gedaagde(n) genoemd onder 1 van de kop van dit vonnis ingesteld.
3.3.
Op de zitting heeft [gedaagde sub 3] erkend dat de woning door [gedaagde sub 2] en haar is gekraakt. Zij zou graag willen dat [gedaagde sub 2] en zij in de woning kunnen blijven wonen totdat de renovatiewerkzaamheden beginnen. Als zij uit de woning moeten, betekent dat dat zij (weer) dakloos zijn en aangewezen zijn op dagopvang.
3.4.
Niet in geschil is dat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] zonder recht of titel in de woning verblijven en dat [eiseres] nu geen inkomsten heeft met de woning. [eiseres] heeft aangegeven begrip te hebben voor de situatie van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] , maar dat dat niet betekent dat zij de woning aan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] ter beschikking kan stellen. Daarmee zouden [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] ten onrechte een voorrangspositie krijgen ten opzichte van derden die op de wachtlijst staan bij Ad Hoc, wat precedentwerking zou kunnen hebben. De voorzieningenrechter deelt dat standpunt. [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] hebben de woning onrechtmatig in gebruik genomen. [eiseres] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij de spoedige ontruiming van de woning en het wederom ter beschikking krijgen daarvan ten behoeve van de geplande renovatie van het wooncomplex. Dat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] de woning netjes gebruiken en geen overlast veroorzaken, maakt niet dat [eiseres] haar eigendom niet kan opeisen. De voorzieningenrechter realiseert zich dat dit mogelijk betekent dat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] dakloos worden. [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] zullen, hoe lastig ook in de huidige woningmarkt, via de gebruikelijke kanalen moeten trachten een woonruimte te vinden.
3.5.
Gelet op het voorgaande zal de (gewijzigde) vordering van [eiseres] , die niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, worden toegewezen, voor zover hierna niet anders blijkt. Nu de wijziging van de vordering – een ruimere ontruimingstermijn – feitelijk een vermindering van eis is, kan deze ook tegen de niet verschenen gedaagden worden toegewezen.
3.6.
Vordering c. wordt afgewezen voor zover het anderen dan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] betreft, omdat [eiseres] niet bekend is met de namen van mogelijke andere personen die de woning aan de [adres] (naast of samen met [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] ) in gebruik hebben. De executie van een vonnis waarbij die vordering tegen die eventuele andere, onbekende personen wordt toegewezen, zal in zoverre niet mogelijk zijn.
De vordering onder c. is wel toewijsbaar voor zover het betreft [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] . Het verbod ziet, zoals gevorderd, ook op andere woningen in het wooncomplex. [eiseres] heeft daar belang bij. Gebleken is dat steeds als iemand daar vertrekt uit een woning, die woning direct wordt gekraakt, ook door mensen die eerder elders in het complex een woning hadden gekraakt.
De gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 100,00 per dag per persoon en gemaximeerd op € 5.000,00 per persoon.
3.7.
De voorzieningenrechter acht het onverenigbaar met het (spoedeisend) belang van om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen.
3.8.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.760,02
3.9.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde het hele bedrag is verschuldigd. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt gedaagden om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan te ( [postcode] ) Rotterdam aan [adres] met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woning bevinden, te ontruimen, te verlaten en ontruimd te houden;
4.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
4.3.
verbiedt [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] , ieder afzonderlijk, om na vertrek uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door verhuurde woning in de flatgebouwen aan de [straatnaam] 6A tot en met 34D en 36A tot en met 64D in gebruik te nemen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per persoon per dag, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend, tot een maximum van € 5.000,00 per persoon;
4.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.760,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.
1861/1694