Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 juni 2026, met bijlagen;
- de mail van mr. A. Coskun namens [gedaagde] van 2 juli 2026, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Erol.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Vastgoed Erol B.V. betaling van een huurachterstand van €42.824,88 en ontruiming van een gehuurde bedrijfsruimte door [gedaagde], die verstek liet gaan. De huurder had de jaarlijkse huurindexeringen niet betaald en weigerde de achterstand te voldoen.
De kantonrechter weigert het verzoek van [gedaagde] om het verstek te zuiveren, omdat dit verzoek pas vlak voor de zitting werd ingediend en toewijzing daarvan de spoedprocedure onaanvaardbaar zou vertragen. De dagvaarding was tijdig betekend en de huurder had ruim drie weken om zich voor te bereiden.
De rechtbank oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en incassokosten gegrond is. De ontruiming wordt toegewezen omdat inmiddels vaststaat dat Erol de juridische eigenaar is van het gehuurde en de huurder ernstig tekort is geschoten in haar verplichtingen.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat Erol voldoende rechtsmiddelen heeft om ontruiming af te dwingen. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand met incassokosten, terwijl het verzoek tot zuivering van verstek en de dwangsom worden afgewezen.