Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mr. N. Claassen, advocaat van verzoekster;
- mevrouw J. Cok, werkzaam bij Ornithos.EU B.V., beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt tot ontruiming van haar huurwoning over te gaan. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming op 8 juni 2026.
Verzoekster ontvangt een netto inkomen uit arbeid van €1.615 per maand, huurtoeslag van €385 en kindgebonden budget van €559, waarmee zij de lopende huurtermijnen van €1.217,85 kan voldoen. Zij heeft de huur over juni 2026 voldaan, zij het te laat, en is bezig haar inkomen te verhogen en vaste lasten te verlagen, onder meer door het leasecontract van haar auto over te dragen. Beschermingsbewind is ingesteld en de beschermingsbewindvoerder beheert haar financiën.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster om het proces-verbaal ten uitvoer te leggen. Daarom wordt het moratoriumverzoek toegewezen voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog in de opstartfase is. De rechtbank bepaalt dat schuldhulpverlening uiterlijk twee weken voor het aflopen van de voorziening verslag uitbrengt.
De ontruiming wordt geschorst en de huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening, die zes maanden vanaf 4 juni 2026 geldt.
Uitkomst: Moratoriumverzoek toegewezen en ontruiming geschorst voor zes maanden onder voorwaarde tijdige betaling lopende huurtermijnen.