ECLI:NL:RBROT:2026:8636

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
10/187842-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 77s SrArt. 6:6:37 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel wegens voortgezet behandeltraject en risicobeheersing

Op 30 april 2024 werd aan de veroordeelde een PIJ-maatregel opgelegd wegens ernstige delicten waaronder medeplegen van ontploffing en bedreiging. De maatregel startte op 27 mei 2024. In maart 2026 verzocht het openbaar ministerie om verlenging van de maatregel met achttien maanden, ondersteund door een advies van de inrichting waar de veroordeelde verblijft.

De inrichting rapporteerde een positieve ontwikkeling in het gedrag van de veroordeelde, met afname van agressiedoorbraken en motivatie voor school en therapie. De veroordeelde stopte zelfstandig met cannabisgebruik en toont meer inzicht in zijn gedrag, hoewel er nog sprake is van een matig-hoog risico op gewelddadige recidive bij het wegvallen van kaders.

De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging is voldaan: het misdrijf betreft een bedreiging van de lichamelijke integriteit, de veiligheid van anderen vereist verlenging, en het is in het belang van de verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De verlenging van achttien maanden wordt passend geacht om het behandel- en resocialisatietraject zorgvuldig voort te zetten.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met achttien maanden om het behandeltraject voort te zetten en de veiligheid te waarborgen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/187842-23
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[verdachte],
geboren te [geboortedatum] op [naam JJI] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van de
[naam JJI] aan de [adres JJI],
hierna de inrichting,
raadsman mr. J.E.F.K. Liauw, advocaat te Rotterdam.

1.Procesverloop

Op 30 april 2024 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde opgelegd, ter zake van het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, het medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw beschadigen, het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk (super cobra 6) en diefstal met geweld in vereniging.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 27 mei 2024.
Op 26 maart 2026 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 25 maart 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 28 februari 2024 tot 23 februari 2026.
Op de zitting van 22 mei 2026 is de vordering is in het openbaar behandeld.
Gehoord zijn:
  • de officier van justitie, mr. C.J.A. de Bruijn;
  • de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman;
  • de deskundige [nummer], als gedragswetenschapper verbonden aan de inrichting.

2.Standpunt van partijen

2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met achttien maanden. Gelet op het advies van de inrichting moet er nog veel gebeuren in het kader van behandeling. Een verlenging van de PIJ-maatregel is noodzakelijk om het ingezette behandeltraject te doorlopen en dit zorgvuldig af te ronden. De officier van justitie benadrukt dat de veroordeelde inzicht toont in zijn situatie en zich goed bewust is van wat nog van hem wordt verwacht binnen het traject.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.Adviezen

3.1.
Advies inrichting
Het advies van de inrichting van 25 maart 2026 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling.
Verloop behandeling
Het traject van de veroordeelde binnen de JJI laat gedurende de eerste twee jaar van de PIJ-maatregel een beloop zien van eerst gewenning en opstandigheid naar uiteindelijk actieve betrokkenheid en positieve inzet bij zijn behandeling. De veroordeelde is op 24 mei 2024 binnen de JJI gestart en op 27 mei 2024 doorgestroomd naar langverblijfafdeling [naam afdeling], waar hij momenteel nog steeds verblijft. In eerste instantie heeft de veroordeelde een opstandige houding laten zien, waarbij hij moeite had om zich te houden aan de regels. Ook op [naam afdeling] ziet men dat de veroordeelde, op momenten waarop hij onrecht of
onduidelijkheid ervaart, kan gaan schreeuwen, schelden of zich klagerig opstelt. Gedurende zijn verblijf op [naam afdeling] nemen deze agressiedoorbraken echter af. De veroordeelde kan steeds beter het gesprek aangaan na afloop van dergelijke momenten en gaat sneller (ook op eigen initiatief) met zijn mentor aan de slag met het adequater kunnen uiten van zijn boosheid. Mede hierdoor lukt het hem in toenemende mate om zijn frustraties op meer rustige wijze bespreekbaar te maken. Deze leermomenten hebben een beschermende werking omdat de veroordeelde nu beter nadenkt over zijn gedrag. Geduld blijft voor de veroordeelde soms lastig. De wens tot directe behoeftebevrediging is weliswaar minder, maar nog steeds aanwezig. De veroordeelde heeft het grootste deel van zijn PIJ-maatregel consequent cannabis gebruikt. In september 2025 is hij daar zelfstandig mee gestopt.
Ten aanzien van het dagprogramma wordt gezien dat de veroordeelde gemotiveerd is voor zijn schoolgang en het erg vervelend vindt als zijn lessen uitvallen. De veroordeelde behaalt naar verwachting binnenkort zijn diploma voor MBO niveau 2, richting Dienst en Hulpverlening.
Alles overziend kan gesteld worden dat de veroordeelde op een aantal vlakken vooruitgang laat zien, doordat hij meer inzicht krijgt in zijn eigen gedrag, gedachten en gevoelens. De veroordeelde maakt een meer volwassen indruk, mogelijk deels door biologische rijping en deels door de behandelsetting. Hij is meer gericht op zijn toekomst dan om wat er om hem heen gebeurt. Hij heeft een meer uitgewerkt beeld van wat hij graag wil bereiken, in plaats van het enkel naar buiten komen en vrij zijn. Het stoppen met blowen heeft hier naast de ingezette behandelingen en het orthopedagogisch behandelklimaat zeker aan bij gedragen. Hierdoor is de veroordeelde zich meer bewust van zijn eigen gevoels- en belevingswereld.
Gevaar voor herhaling
De veroordeelde kan in toenemende mate reflecteren op zijn gedrag bij incidenten. Hoewel hij steeds beter kan aangeven wat zijn (negatieve) gedrag met een ander doet, en ook anderen kan confronteren met de gevolgen van hun gedrag, lijkt dit nog iets meer een cognitief weten dan een daadwerkelijk doorleven (risicofactor 'Gebrek aan empathie/berouw'). Indien de combinatie van historische, sociale, individuele en beschermende factoren tezamen vanuit de gestructureerde klinische blik in ogenschouw genomen worden, wordt, bij het wegvallen van alle kaders, een matig-hoog risico gezien op gewelddadige recidive.
Verder behandeltraject en –perspectief
Door middel van het voortzetten van behandeling en het opstarten van de verlofgang dient in de PIJ-maatregel verder gewerkt te worden aan de vermindering van de nog bestaande risicofactoren en aan het gefaseerd resocialiseren in de maatschappij. In dit kader zal de komende periode aandacht besteed worden aan het verder bestendigen van een aantal doelen. Dit gebeurt binnen een kader van toegenomen vrijheden zoals begeleid en onbegeleid verlof en, op termijn, STP, waarbij de veroordeelde naar verwachting zal uitstromen naar een begeleid wonen plek. Bij goed verloop van de behandeling (voldoende medewerking en daardoor bewerking van de risicofactoren) wordt verwacht dat de veroordeelde op zijn vroegst in het najaar van 2027 in aanmerking komt voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Begeleid verlof zal – eveneens bij voortzetting van het huidige gunstig beloop – in april 2026 worden aangevraagd (eerstvolgende verloffase). De verwachting is dat de veroordeelde de verschillende verloffasen volgens de reguliere termijnen zal doorlopen, waarbij na ongeveer een halfjaar kan worden gestart met EOV en hij na nog een half jaar klaar zal zijn voor een Scholings- en Trainingsprogramma (STP).
Gezien de fase van het traject waarin de maatregel zich bevindt, en de nog te nemen stappen, wordt geadviseerd de PIJ-maatregel met achttien maanden te verlengen.
3.2.
Ter zitting gegeven adviezen
Deskundige [nummer] heeft ter zitting in aanvulling op het verlengingsadvies van de inrichting toegelicht dat de veroordeelde nog dient te werken aan het nemen van eigen initiatief. De veroordeelde zet zich gemotiveerd in voor therapie en zijn behandeltraject. Een verlenging van de PIJ-maatregel met achttien maanden is noodzakelijk, niet alleen om zijn therapie voort te kunnen zetten maar ook om het resocialisatietraject zorgvuldig op te bouwen. Daarnaast dient de veroordeelde nog vaardigheden te ontwikkelen in het omgaan met ongeduld en het uitstellen van directe behoeftebevrediging.

4.Beoordeling

Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan alle voorwaarden is voldaan. De maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de verlenging van de maatregel.
Uit de adviezen en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de veroordeelde al geruime tijd geen fysieke agressie of grensoverschrijdend gedrag meer laat zien binnen de beschermende structuur van de JJI. De veroordeelde is gemotiveerd de PIJ-maatregel succesvol te doorlopen. Vanuit die motivatie is de veroordeelde ook gestopt met cannabisgebruik en dat is knap. Tegelijkertijd blijven er zorgen bestaan over zijn persoonlijkheidsontwikkeling, waardoor verdere behandeling nodig is. De veroordeelde volgt therapie, zet zich in voor zijn opleiding en is gemotiveerd om zijn behandeltraject tot een goed einde te brengen. De komende periode zal worden toegewerkt naar meer vrijheden, door middel van begeleid en onbegeleid verlof, waarna de veroordeelde op termijn kan starten met STP en kan doorstromen naar begeleid wonen. De veroordeelde heeft een realistisch beeld van hoe het met hem gaat en welke stappen er nodig zijn om toe te werken naar zelfstandigheid. Een verlenging van achttien maanden zoals is verzocht is passend.

5.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met achttien maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. P.C. Tuinenburg en S. Putting, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beschikking ondertekend door de jongste rechter. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (
art.6:6:37 Sv Pro)