ECLI:NL:RBROT:2026:852

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711185 / KG ZA 25-1204
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11.4 Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbankenArt. 557a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en terugkeerverbod woonruimte na verstek in kort geding

In een kort geding vordert Stichting Woonstad Rotterdam de ontruiming van een woning in Rotterdam die door krakers wordt bewoond, het verbod voor deze krakers om terug te keren in de woning of andere eigendommen van Woonstad, en een dwangsom bij overtreding van dit verbod. De krakers zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, ondanks een poging tot zuivering van het verstek.

De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de krakers en wijst de vorderingen tot ontruiming en het terugkeerverbod toe, gelet op het spoedeisend belang en de stellingen van Woonstad. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat niet duidelijk is wie zich momenteel in de woning bevindt, waardoor executie van de dwangsom niet mogelijk is.

De krakers worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan tot een jaar na uitspraak tegen iedereen die zich in de woning bevindt worden uitgevoerd.

Uitkomst: De krakers worden veroordeeld tot ontruiming en terugkeerverbod, dwangsom wordt afgewezen, en proceskosten worden aan Woonstad toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711185 / KG ZA 25-1204
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. R. van der Hoeff,
tegen
HIJ/ZIJ DIE VERBLIJFT/VERBLIJVEN TE ( [postcode] ) ROTTERDAM AAN DE [adres],
gedaagde partij,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna Woonstad en de Krakers genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 29 december 2026, met bijlagen 1 tot en met 24;
  • de aanvullende bijlagen 25 en 26 van Woonstad;
  • de mondelinge behandeling op 7 januari 2026;
  • de voortzetting van de mondelinge behandeling op 28 januari 2026.

2.De vorderingen

2.1.
Woonstad vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de Krakers, ieder afzonderlijk, te veroordelen om de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , binnen drie dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woningen bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;
te bepalen dat het vonnis tot een jaar na de dag waarop het is uitgesproken dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand, bestaande uit de woningen te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
de Krakers, ieder afzonderlijk, te verbieden om na vertrek uit de woningen te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad de flatgebouwen aan de [straatnaam] 6A t/m 34D en 36A t/m 64D, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per persoon per dag dat de Krakers in gebreke blijven aan een desbetreffende veroordeling te voldoen, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend;
e Krakers, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van het geding, daaronder begrepen het salaris en de verschotten van de advocaat van Woonstad, inclusief de nakosten indien de Krakers niet vrijwillig meewerken aan de veroordeling.

3.De beoordeling

3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling op 7 januari 2026 is namens de Krakers niemand verschenen. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter een e-mail ontvangen die is ondertekend door [persoon A] , met de mededeling dat deze persoon onderweg was naar de mondelinge behandeling maar dat hij/zij door omstandigheden niet op tijd aanwezig kon zijn. De voorzieningenrechter heeft deze e-mail aangemerkt als een schriftelijke mededeling dat deze persoon alsnog op de mondelinge behandeling wil verschijnen om verweer te voeren (het verstek te zuiveren). Daarom is, na opgave van verhinderdata via de e-mail, een voortzetting van de mondelinge behandeling bepaald op 28 januari 2026. Tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling is namens de Krakers echter opnieuw niemand verschenen. Omdat het verstek pas wordt gezuiverd als de gedaagde partij op de voortzetting van de mondelinge behandeling verschijnt (artikel 11.4 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken), betekent dit dat de voorzieningenrechter alsnog verstek verleent tegen de Krakers. Bij de oproeping van de Krakers voor deze zaak zijn namelijk alle wettelijke termijnen en regels gevolgd, terwijl de Krakers dus ook niet zijn verschenen tijdens (de voortzetting van) de mondelinge behandeling.
3.2.
Het spoedeisend belang van Woonstad bij haar vorderingen onder a. en b. volgt uit de stellingen in de dagvaarding. Deze vorderingen komen de voorzieningenrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden om die reden toegewezen, met dien verstande dat in de vordering onder b. de zinsnede “
het pand, bestaande uit de woningen” wordt gelezen als “
de woning”.
3.3.
De vordering onder c. wordt toegewezen voor zover Woonstad vordert – zo begrijpt de voorzieningenrechter de vordering – om de Krakers, ieder afzonderlijk, te verbieden om na vertrek uit de woning te [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad in eigendom toebehorende woning in de flatgebouwen aan de [straatnaam] 6A t/m 34D en 36A t/m 64D te betrekken. Het spoedeisend belang van Woonstad bij dat gedeelte van haar vordering onder c. volgt uit de stellingen in de dagvaarding. Voor zover Woonstad onder c. ook vordert om aan de Krakers een dwangsom op te leggen voor het geval zij het verbod niet nakomen, wordt de vordering afgewezen. Het is namelijk niet bekend wie er op dit moment in de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] verblijft. Sterker nog, tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Woonstad gezegd dat de deurwaarder in de Basisregistratie Personen geen persoon genaamd [persoon A] heeft kunnen vinden, zodat zelfs van de persoon die zich via de e-mail bij de voorzieningenrechter heeft gemeld niet duidelijk is wat zijn of haar naam is. Gelet op het voorgaande kan een op te leggen dwangsom niet worden geëxecuteerd. Om die reden wordt de vordering onder c. in zoverre afgewezen.
3.4.
De Krakers zijn voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonstad worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.773,45
3.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt de Krakers, ieder afzonderlijk, om de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;
4.2.
bepaalt dat dit vonnis op grond van artikel 557a lid 3 Rv tot een jaar na de dag waarop het is uitgesproken dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
4.3.
verbiedt de Krakers, ieder afzonderlijk, om na vertrek uit de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door Woonstad in eigendom toebehorende woning in de flatgebouwen aan de [straatnaam] 6A t/m 34D en 36A t/m 64D te betrekken;
4.4.
veroordeelt de Krakers in de proceskosten van € 1.773,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de Krakers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten de Krakers € 92,00 extra aan eiseres betalen, plus de kosten van betekening;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
[3349 / 1729]