ECLI:NL:RBROT:2026:8498

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12062027 VZ VERZ 26-177
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BWArtikel 96 RvArtikel 40 Wet op de rechtsbijstandArtikel 288 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering, transitievergoeding en wettelijke verhoging wegens niet-betaald loon

Verzoekster trad op 1 december 2024 in dienst bij AHR Clean met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Over de periode mei tot en met oktober 2025 heeft AHR Clean geen loon betaald, terwijl verzoekster zich beschikbaar hield voor haar werkzaamheden. Dit leidde tot opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025.

Verzoekster vorderde betaling van het achterstallige loon, vakantiegeld, opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, transitievergoeding en een wettelijke verhoging. AHR Clean heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen tijdens de zitting.

De kantonrechter oordeelde dat AHR Clean de loonbetalingen onrechtmatig heeft nagelaten en veroordeelde haar tot betaling van de gevorderde bedragen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Tevens werd AHR Clean verplicht om salarisspecificaties te verstrekken, met een dwangsom bij niet-naleving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: AHR Clean wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, transitievergoeding, wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12062027 VZ VERZ 26-177
datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: [woonplaats],
verzoekster,
gemachtigde: mr. J.F. Cheung,
tegen
AHR Clean UG,
vestigingsplaats: Norderstedt (Duitsland),
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘AHR Clean’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 19 januari 2026), met bijlagen 1 tot en met 11;
  • het exploot van 3 februari 2026 waarmee het verzoekschrift en de oproepingsbrief voor de zitting betekend zijn aan AHR Clean.
1.2.
Op 7 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [verzoekster] en haar gemachtigde. Namens AHR Clean is niemand verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoekster] is op 1 december 2024 in dienst getreden bij AHR Clean op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd om werkzaamheden te verrichten als kamerdame voor de duur van 8 uur per week tegen een loon van € 540,85 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld. Over de periode van mei 2025 tot en met oktober 2025 heeft AHR Clean geen loon betaald aan [verzoekster], terwijl zij zich toen wel beschikbaar gehouden heeft voor het verrichten van haar werk. Dit is reden geweest voor [verzoekster] om bij brief van 15 september 2025 de arbeidsovereenkomst met AHR Clean op te zeggen per 1 november 2025. Bij brief van 18 december 2025 heeft [verzoekster] aan AHR Clean verzocht om aan haar te betalen
€ 165,26 bruto aan transitievergoeding, € 4.220,25 bruto aan loon over genoemde maanden plus vakantiegeld en een bedrag aan tijdens het dienstverband opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, alsmede € 2.110,13 bruto aan wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro. AHR Clean is niet overgegaan tot betaling van deze bedragen.
2.2.
[verzoekster] eist nu om AHR Clean bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van genoemde bedragen, tot verstrekking van salarisspecificaties, op straffe van verbeurte van een dwangsom € 50,- per dag voor iedere dag dat AHR Clean hieraan niet voldoet vanaf 7 dagen na betekening van de beschikking met een maximum van € 5.000,-, en tot betaling van € 846,74 netto aan buitengerechtelijke kosten, een en ander met de wettelijke rente. Met veroordeling van AHR Clean in de proceskosten, ook met rente.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
Toewijzing verzoeken
2.3.
De kantonrechter wijst de verzoeken toe. AHR Clean heeft geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het standpunt van [verzoekster] dat AHR Clean haar loon gedurende een half jaar niet heeft uitbetaald terwijl zij daarop wel recht had omdat zij beschikbaar was voor het verrichten van haar werk. Daarom moet AHR Clean het loon alsnog betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro. Dat [verzoekster] om deze reden de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd is begrijpelijk, want het niet uitbetalen van loon is ernstig verwijtbaar. Dat maakt dat [verzoekster] ook recht heeft op transitievergoeding. Van de betaling van (de netto equivalenten van) deze bedragen dient AHR Clean salarisspecificaties te verstrekken, waaraan de verzochte dwangsom wordt verbonden, omdat [verzoekster] daarbij belang heeft. Ook de incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen [1] . Voorts heeft [verzoekster] recht op rente over de niet of niet op tijd betaalde bedragen, zoals hieronder vermeld.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van AHR Clean, omdat zij ongelijk krijgt.
De kantonrechter begroot de kosten die AHR Clean aan [verzoekster] moet betalen op € 93,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 814,-. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Er wordt geen bedrag toegewezen voor het uitbrengen van het exploot, omdat [verzoekster] met een toevoeging procedeert en daarom deze kosten niet verschuldigd is [2] .
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [3] . Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt AHR Clean tot:
  • betaling aan [verzoekster] van € 165,26 bruto aan transitievergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 1 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
  • betaling aan [verzoekster] van € 4.220,25 bruto aan loon van mei 2025 tot en met oktober 2025, vakantiegeld en vakantiedagen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de verschillende bedragen aan loon, vakantiegeld en vakantiedagen, die opgeteld het bedrag van € 4.220,25 bruto opleveren, steeds vanaf de data waarop deze bedragen verschuldigd zijn geworden tot de dag dat volledig is betaald;
  • betaling aan [verzoekster] van € 2.110,13 bruto aan wettelijke verhoging, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de bedragen die opgeteld het bedrag van € 2.110,13 bruto opleveren, steeds vanaf de data waarop deze bedragen verschuldigd zijn geworden tot de dag dat volledig is betaald;
  • verstrekking aan [verzoekster] van salarisspecificaties van de betaling van voormelde bedragen aan transitievergoeding, loon, vakantiegeld, vakantiedagen, en wettelijke verhoging, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag dat AHR Clean deze specificaties niet verstrekt vanaf 7 dagen na betekening van deze beschikking, met een maximum van € 5.000,-, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de bedragen aan dwangsom, steeds vanaf de data waarop deze bedragen verschuldigd zijn geworden tot de dag dat volledig is betaald;
  • betaling aan [verzoekster] van € 846,74 aan buitengerechtelijke kosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 19 januari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt AHR Clean in de proceskosten, die aan de kant van [verzoekster] worden begroot op € 814,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 96 Rv Pro
2.Artikel 40 Wet Pro op de rechtsbijstand
3.Artikel 288 Rv Pro