ECLI:NL:RBROT:2026:8472

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12051539 VZ VERZ 26-79 en 12086805 VZ VERZ 26-395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:678 BWArt. 7:669 lid 3 onder e BWArt. 6 EVRMArt. 6:119 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet wegens ontbreken dringende reden

De werknemer, werkzaam sinds 2018 bij DJI als Medior Penitentiair Inrichtingswerker, werd op 6 december 2025 op staande voet ontslagen na een geweldsincident. Hij vorderde vernietiging van het ontslag, loonbetaling en werkhervatting. DJI betwistte dit en verzocht om afwijzing en ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter beoordeelde het incident aan de hand van camerabeelden en verklaringen. Hoewel de werknemer niet altijd de-escalerend handelde, was er geen sprake van eenzijdig, disproportioneel geweld of andere dringende redenen zoals vermeld in de ontslagbrief. De beelden bevestigden dat de ingeslotene als eerste een slaande beweging maakte en dat het geweld van de werknemer binnen de geldende instructies viel.

Daarom werd het ontslag op staande voet vernietigd, moet DJI het loon vanaf 11 december 2025 doorbetalen met wettelijke verhoging en rente, en de werknemer toelaten tot het werk. Het verzoek van DJI tot ontbinding en gefixeerde schadevergoeding werd afgewezen. De proceskosten werden aan DJI opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en DJI moet loon doorbetalen en de werknemer toelaten tot het werk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12051539 VZ VERZ 26-79 en 12086805 VZ VERZ 26-395
datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats],
verzoeker en verweerder,
gemachtigde: mr. E.L. Eijkelenboom,
tegen:
de Staat der Nederlanden (Dienst Justitiële Inrichtingen),
zetelend in Den Haag,
verweerder en verzoeker,
gemachtigde: mr. P. Berkhoudt.
De partijen worden hierna ‘[verzoeker]’ en ‘DJI’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van [verzoeker], met bijlagen;
  • het verweerschrift van DJI met (voorwaardelijk) tegenverzoek, met bijlagen;
  • het verzoekschrift van DJI tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding;
  • het verweerschrift van [verzoeker];
  • de spreekaantekeningen van partijen.
1.2.
Op 16 april 2026 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken, onder andere aan de hand van camerabeelden die zijn bekeken.

2.De beoordeling in beide zaken

Waar gaan de zaken over?
2.1.
[verzoeker] werkte sinds 3 september 2018 bij DJI als Medior Penitentiair Inrichtingswerker op de locatie Detentiecentrum Rotterdam. Hij is op 6 december 2025 op staande voet ontslagen. [verzoeker] wil dat deze opzegging wordt vernietigd, dat hij weer aan het werk mag en dat DJI het salaris doorbetaalt. Als de opzegging in stand blijft, wil [verzoeker] de transitievergoeding. DJI vindt dat alle verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen en vraagt zelf een gefixeerde schadevergoeding. Als de opzegging wordt vernietigd, verzoekt DJI de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. [verzoeker] is het daar niet mee eens. Als de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, wil hij een transitievergoeding. De uitkomst is dat de opzegging wordt vernietigd en dat de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden. DJI moet het loon doorbetalen en [verzoeker] weer toelaten tot het werk. [verzoeker] hoeft geen gefixeerde schadevergoeding te betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Geen dringende reden
2.2.
Een ontslag op staande voet is een ultimum remedium. Gelet op de verstrekkende gevolgen van zo’n ontslag voor de werknemer mag dit alleen bij uitzondering worden gegeven. Er moet sprake zijn van een dringende reden (artikelen 7:677 en 7:678 BW). Voor de beoordeling van de vraag of zo’n reden er was, moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Bij deze beoordeling moeten ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer worden meegewogen, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem hebben.
2.3.
Geoordeeld wordt dat [verzoeker] ten onrechte op staande voet is ontslagen, omdat de dringende reden die in de ontslagbrief van 11 december 2025 is vermeld niet is komen vast te staan. Die brief is het uitgangspunt bij de beoordeling van het ontslag. Daarin staat:
‘Op zaterdag 6 december heeft er een incident plaatsgevonden op afdeling B waarbij u betrokken bent geweest. Het betreft een geweldsincident, waarvan camerabeelden beschikbaar zijn. (…) U heeft, door de confrontatie boven aan te gaan, en nadat u alarm heeft geslagen
als eerste geweld heeft toegepast, op geen enkele manier de-escalerend opgetreden conform de bij u bekende geweldsinstructie. (…) U heeft met uw handelen in strijd gehandeld met de geweldsinstructie alsook de Gedragscode DJI (Kernwaarde: Respect). (…) De dringende reden die aan dit ontslag op staande voet ten grondslag ligt, kan als volgt worden weergegeven:
- U heeft eenzijdig en niet-proportioneel geweld gebruikt tegen een ingeslotene;
- U heeft tegen het lichaam (waaronder waarschijnlijk ook het hoofd) van een ingeslotene geslagen;
- U heeft een ingeslotene geslagen en/of geschopt terwijl deze op de grond lag;
- U heeft escalerend gehandeld daar waar u de-escalerend had moeten handelen;
- U heeft in eerste instantie een onjuiste verklaring afgegeven over de gebeurtenissen;
- U heeft het vertrouwen dat de organisatie in u heeft gesteld, ernstig beschaamd met uw handelen.
De bovengenoemde verwijten gelden ieder voor zich en/of in onderlinge samenhang bezien als een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW Pro.’
2.4.
Uit de brief blijkt dat de camerabeelden van het incident bepalend zijn geweest bij de beslissing van DJI om [verzoeker] op staande voet te ontslaan. Die beelden zijn op zitting met partijen bekeken en besproken. Na de zitting hebben de kantonrechter en de griffier deze nog een keer bestudeerd. Op basis van wat op de beelden is waargenomen en de toelichting die [verzoeker] daarbij heeft gegeven, worden hierna de verwijten die in de ontslagbrief zijn opgesomd, besproken.
Escalerend handelen en gebruik (eenzijdig en niet-proportioneel) geweld
2.5.
Op de beelden is te zien dat [verzoeker] zich vanaf de begane grond van de afdeling richt tot een ingeslotene op de eerste verdieping, dat hij heel kort daarna met stevige tred de trap oploopt en dat hij al wijzend met zijn vinger de ingeslotene nadert tot hij dicht bij hem staat. Op zitting heeft [verzoeker] erkend dat deze manier van benaderen niet handig is geweest, maar dat hij nog wel een (kleine) stap naar achteren heeft gedaan toen hij voor de ingeslotene stond. Dit laatste wordt niet bevestigd door de beelden, waarop hooguit een kleine stap opzij is te zien. Met DJI wordt vastgesteld dat de wijze van benadering van de ingeslotene door [verzoeker] niet als de-escalerend kan worden aangemerkt. Van hem had in zijn functie en positie anders mogen worden verwacht. Deze enkele vaststelling is echter onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Daarvoor moeten ook het vervolg van het incident en met name het daarbij aan [verzoeker] verweten geweld komen vast te staan.
2.6.
Wat betreft dat vervolg is op de beelden te zien dat [verzoeker] en de ingeslotene op dichte afstand tegenover elkaar staan. [verzoeker] staat zodanig met zijn rug naar de camera dat de ingeslotene nauwelijks zichtbaar is. Over deze situatie heeft [verzoeker] verteld dat hij vanwege de dreigende houding van de ingeslotene zijn alarm indrukte waarbij de papieren die hij in zijn hand had op de grond vielen en dat de ingeslotene op dat moment een slaande beweging maakte. Hierop heeft hij gereageerd door met zijn (rechter)onderarm de slag tegen te houden en met de vlakke hand van zijn linkerarm de ingeslotene te slaan, waarna zij in een worsteling terecht zijn gekomen, aldus [verzoeker]. De discussie over de juistheid van deze verklaring beperkte zich tot de vraag of nu wel ([verzoeker]) of geen (DJI) slaande beweging van de ingeslotene is waar te nemen op de beelden. Het bekijken daarvan op zitting heeft geen duidelijkheid gebracht. Nauwkeuriger bestudering na de zitting heeft echter duidelijk gemaakt dat de beelden het verhaal van [verzoeker] bevestigen, namelijk dat de ingeslotene als eerste een slaande beweging maakt. De reactie van [verzoeker] (afweren en een klap met de vlakke hand) past volgens hem binnen de Geweldsinstructie DJI. Dit heeft DJI niet weersproken. Niet kan dan ook worden gezegd dat tot het moment van de worsteling, waarover hieronder wordt ingegaan, sprake is geweest van eenzijdig en niet-proportioneel geweld door [verzoeker]. Wat uit de beelden niet is op te maken, is of [verzoeker] voldoende afstand heeft gehouden tot de ingeslotene, zoals de Geweldinstructie DJI voorschrijft in dit soort situaties. Aangenomen dat die afstand te kort was, wat [verzoeker] betwist, dan wijst dat op onvoldoende de-escalerend optreden. Dat kan hem dan worden aangerekend, maar niet zodanig dat het een reden voor een ontslag op staande voet oplevert.
2.7.
De beelden laten zien dat [verzoeker] en de ingeslotene vervolgens in een worsteling terecht zijn gekomen, dat zij op de grond zijn gevallen, dat [verzoeker] op de ingeslotene zit en een aantal slaande bewegingen met zijn rechterarm maakt. Hierover heeft hij verteld dat de ingeslotene hem vast had, dat hij hem met de onderarm tegen zijn bovenarm heeft geslagen om te zorgen dat de ingeslotene los zou laten en dat dit volgens de Geweldsinstructie DJI is toegestaan. Dat dit laatste niet zou kloppen, heeft DJI niet aangevoerd. Zij stelt echter dat [verzoeker] de ingeslotene in het gezicht heeft geslagen. Als dat zou komen vast te staan dan zou dat zonder meer een dringende reden opleveren. Het standpunt vindt echter geen steun in de beelden. Daarop is namelijk te zien dat het klopt wat [verzoeker] heeft verteld. Enige steun kan overigens ook worden gevonden in het ontbreken van verwondingen bij de ingeslotene. Het is moeilijk voorstelbaar dat een aantal slagen in het gezicht geen enkel zichtbaar letsel zou veroorzaken. Maar wat daarvan ook zij, niet is komen vast te staan dat het toegepaste geweld door de ingeslotene een aantal keer te slaan niet-proportioneel was, zoals [verzoeker] is verweten.
2.8.
Uit de beelden blijkt ten slotte dat het [verzoeker] lukt om op te staan, waarna is te zien dat hij een aantal bewegingen met zijn rechterbeen maakt in de richting van het bovenlichaam van de ingeslotene. Volgens DJI heeft [verzoeker] zich hierbij schuldig gemaakt aan het schoppen van de ingeslotene terwijl die op de grond lag. Ook voor dit standpunt geldt dat als het zou komen vast te staan het zonder meer een ontslag op staande voet zou rechtvaardigen. Maar ook dit verwijt vindt geen bevestiging in de beelden. De uitleg van [verzoeker] is dat de ingeslotene zijn been vasthad en dat hij probeerde los te komen. Bestudering van de beelden levert steun op voor deze uitleg. Daarop is namelijk te zien dat [verzoeker] meer achterwaartse bewegingen maakt die passen bij het lostrekken van een been en niet bij het
schoppen van een ander. Dat [verzoeker] de ingeslotene heeft geschopt terwijl hij op de grond lag, kan dus evenmin worden vastgesteld.
Onjuiste verklaring afgegeven
2.9.
[verzoeker] heeft volgens DJI bewust onjuist gerapporteerd over het incident. Het verwijt zag vooral op zijn verklaring dat de ingeslotene als eerste een slaande beweging had gemaakt, terwijl dat volgens DJI niet uit de beelden bleek. Gelet op dat wat hiervoor is overwogen, is dat standpunt echter niet houdbaar. Verder kan het zo zijn dat de verklaring niet op alle punten precies overeen komt met de beelden, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat [verzoeker] bewust een onjuiste verklaring heeft afgelegd.
Vertrouwen ernstig beschaamd
2.10.
Dat [verzoeker] het vertrouwen dat DJI in hem heeft gesteld, ernstig zou hebben beschadigd, houdt direct verband met het incident en zijn optreden daarbij. Aan het belang van vertrouwen in (de functie van) [verzoeker] wordt niet getwijfeld. Maar gelet op het feit dat alleen het op momenten onvoldoende escalerend handelen is komen vast te staan, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat en waarom daardoor het vertrouwen zodanig ernstig is beschadigd dat dat een reden voor een ontslag op staande zou kunnen opleveren.
Conclusie
2.11.
Geconcludeerd wordt dat [verzoeker] niet op alle momenten voldoende de-escalerend heeft gehandeld, maar dat dit onvoldoende is voor een ontslag op staande voet. Het andere, ernstiger verwijt dat in de ontslagbrief staat, namelijk het onnodig, eenzijdig, disproportioneel en niet functioneel geweld gebruiken, is, zoals hiervoor is overwogen, niet vast komen te staan. Dit betekent dat het gegeven ontslag geen stand kan houden. Deze wordt daarom vernietigd.
Loon doorbetalen en werk hervatten
2.11.
Omdat de opzegging wordt vernietigd, is de arbeidsovereenkomst blijven bestaan. DJI moet daarom het loon doorbetalen vanaf 11 december 2025, met verstrekking van loonspecificaties. Omdat DJI het loon niet tijdig heeft betaald, moet zij ook de (maximale) wettelijke verhoging en wettelijke rente betalen. Daarnaast moet DJI [verzoeker] zijn werkzaamheden laten hervatten. De hieraan gekoppelde dwangsom die [verzoeker] heeft verzocht, wordt afgewezen. Zonder enige onderbouwing valt niet in te zien dat en waarom DJI als overheidsorganisatie niet zou meewerken aan een werkhervatting.
Verzoeken DJI
2.12.
Het verzoek van DJI tot toekenning van een gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen. Hiervoor ontbreekt namelijk een grondslag, omdat het ontslag op staande voet geen stand houdt.
2.13.
Ook het verzoek van DJI tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, omdat daarvoor geen redelijke grond is. Volgens DJI is sprake van verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker], waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 onder Pro e BW). Dit is gebaseerd op dezelfde feiten en omstandigheden die als grondslag voor het ontslag op staande voet zijn aangevoerd. Gelet op dat wat daarover is geoordeeld, kan niet worden gezegd dat dat voldoende zou zijn om te komen tot het aannemen van verwijtbaar handelen of nalaten.
Proceskosten
2.14.
De proceskosten in beide zaken komen voor rekening van DJI, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die zij aan [verzoeker] moet betalen op € 93,- aan griffierecht, € 1.297,50 aan salaris voor de gemachtigde (1 x tarief
€ 865,- in zaak 12051539 en een ½ tarief € 865,- in de zaak 12086805) en € 144,- aan nakosten. Dit is totaal € 1.534,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend. De wettelijke rente wordt toegewezen. DJI hoeft dus niet alle kosten te vergoeden die [verzoeker] heeft gemaakt, zoals hij heeft geëist. Dat kan namelijk alleen als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dat in dit geval sprake is van dergelijke omstandigheden is niet gesteld of gebleken. Dit mag ook niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM Pro).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.15.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
3.2.
veroordeelt DJI om aan [verzoeker] het salaris te betalen van € 3.484,93 bruto per maand exclusief emolumenten vanaf 11 december 2025 te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald, met overlegging van deugdelijke salarisspecificaties;
3.3.
veroordeelt DJI om [verzoeker] direct, maar uiterlijk binnen 24 uur vanaf het moment dat hij volledig arbeidsgeschikt is, dan wel door de bedrijfsarts is vastgesteld dat hij werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie kan verrichten, toe te laten tot het werk en hem in staat te stellen zijn gebruikelijke werkzaamheden zoals hij voorafgaand aan het ontslag deed te hervatten;
3.4.
veroordeelt DJI in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] tot vandaag worden begroot op € 1.534,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat deze beschikking is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
49196