ECLI:NL:RBROT:2026:8436

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12173865 CV EXPL 26-9061
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 EVEX IIArt. 16 EVEX IIArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 6 lid 1 Verordening Rome IArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling koopprijs wegens onvoldoende bewijs aflevering bestelling

Alektum Capital IV AG vordert betaling van €86,22 voor een kledingbestelling bij SHEIN, die zij stelt aan gedaagde te hebben geleverd. De koopprijs zou achteraf via Klarna worden betaald, waarbij de vordering is gecedeerd aan Alektum. Gedaagde betwist de ontvangst van de bestelling en heeft dit meerdere malen gemeld bij SHEIN en Klarna.

Alektum heeft een afleverbewijs overgelegd, maar zonder handtekening van gedaagde, waardoor niet is bewezen dat de bestelling daadwerkelijk is ontvangen. Gedaagde was op het aflevermoment op vakantie en ontkent ontvangst. De kantonrechter oordeelt dat Alektum onvoldoende feiten heeft gesteld om de aflevering te bewijzen en dat het aan haar was om nadere bewijsstukken te leveren.

Omdat Alektum haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd, wordt de hoofdvordering afgewezen en daarmee ook de nevenvorderingen. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot. De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van het Verdrag van Lugano en Nederlands recht is van toepassing volgens Verordening Rome I.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de koopprijs wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aflevering.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12173865 CV EXPL 26-9061
datum uitspraak: 3 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
Alektum Capital IV AG,
vestigingsplaats: Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 26 februari 2026, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, met bijlage;
  • de dupliek, met bijlagen.
1.2.
De kantonrechter heeft daarna vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Volgens Alektum heeft [gedaagde] kleding besteld bij SHEIN voor € 86,22 en is de bestelling bij [gedaagde] afgeleverd. [gedaagde] zou ervoor gekozen hebben de koopprijs achteraf (in één keer) te betalen aan Klarna, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Na het voltooien van de koopovereenkomst heeft SHEIN haar vordering op [gedaagde] aan Klarna overgedragen (met een zogeheten cessie) en Klarna vervolgens weer aan Alektum. Alektum heeft een aanmaning gestuurd, maar [gedaagde] heeft het aankoopbedrag niet betaald. Daarom eist Alektum in deze procedure dat [gedaagde] het aankoopbedrag aan Alektum betaalt, met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] wil het aankoopbedrag niet betalen aan Alektum, omdat zij de bestelling nooit heeft ontvangen. [gedaagde] heeft hierover meerdere keren geklaagd bij SHEIN en Klarna. Alektum heeft wel een afleverbewijs laten zien, maar volgens [gedaagde] was zij op het aflevermoment niet thuis, omdat zij toen op vakantie was.
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen af. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.4.
Omdat Alektum gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en Pro 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.
2.5.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum als cessionaris en [gedaagde] als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
Alektum heeft onvoldoende gesteld
2.6.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het aankoopbedrag niet hoeft te betalen aan Alektum, omdat Alektum onvoldoende heeft onderbouwd dat de bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd. [1] Alektum heeft slechts een afleverbewijs zonder handtekening van [gedaagde] overgelegd. Hieruit blijkt echter niet dat de bestelling door [gedaagde] is ontvangen. [gedaagde] heeft van meet af aan betwist de bestelling te hebben ontvangen en zij heeft dat ook onderbouwd. Onder die omstandigheden had het op de weg van Alektum gelegen om nadere feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit – eventueel na bewijslevering – zou kunnen blijken dat de bestelling daadwerkelijk bij [gedaagde] is afgeleverd. Dat heeft Alektum niet gedaan. Nu Alektum haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd is er geen reden om haar toe te laten tot het leveren van bewijs. Dat brengt mee dat de hoofdvordering wordt afgewezen.
De nevenvorderingen worden afgewezen
2.7.
De overige vorderingen worden afgewezen, omdat de hoofdvordering wordt afgewezen.
Alektum moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Alektum, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Alektum aan [gedaagde] moet betalen op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van Alektum af;
3.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Artikel 7:26 lid 2 BW Pro.