Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 september 2025, met bijlagen;
- de twee verslagen van de mondelinge reactie en het schriftelijke antwoord, met bijlagen;
- de toelichting van Volkswagen, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een leaseovereenkomst tussen Volkswagen Pon Financial Services B.V. en een gedaagde die een Volkswagen Transporter had geleased. De auto werd in beslag genomen door het Openbaar Ministerie omdat de gedaagde zonder rijbewijs en onder invloed had gereden. Vervolgens werd de auto teruggegeven aan Volkswagen, waarna deze de leaseovereenkomst ontbond.
Volkswagen vorderde betaling van de openstaande leasetermijnen, verminderd met de verkoopopbrengst van de auto, inclusief rente en incassokosten. De gedaagde wilde de auto terug en de overeenkomst voortzetten, stellende dat de auto nog op zijn naam stond en dat hij nog drie maanden na de inbeslagname had betaald.
De kantonrechter wees de vorderingen van Volkswagen toe. De ontbinding van de overeenkomst was gerechtvaardigd vanwege het rijden zonder rijbewijs en onder invloed. De gedaagde moest de openstaande leasetermijnen van €4.659,09 betalen, vermeerderd met contractuele rente en incassokosten van €715,00. Ook werd hij veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.556,71. De auto behoorde niet meer toe aan de gedaagde, ondanks het kentekenbewijs dat hij toonde.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Volkswagen direct kon incasseren. De gedaagde werd niet in het gelijk gesteld in zijn verzoek om de auto terug te krijgen of de overeenkomst voort te zetten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van openstaande leasetermijnen, rente, incassokosten en proceskosten en wijst het verzoek tot teruggeven van de auto af.