Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 mei 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de brief van 2 december 2025 namens Woonstad.
Rechtbank Rotterdam
De huurder van een bedrijfsruimte had een aanzienlijke huurachterstand van € 15.247,08 opgebouwd, oplopend tot twaalf maanden. Woonstad Rotterdam vorderde betaling van deze achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van huur tot de oorspronkelijke einddatum.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst ontbonden kon worden op grond van artikel 6:265 BW Pro vanwege de ernstige huurachterstand. Hoewel de huurder aangaf een betaling te hebben gedaan, werd deze niet meegenomen omdat Woonstad dit niet kon bevestigen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de achterstand, de huur tot de datum van ontbinding en een gebruiksvergoeding tot de ontruiming.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld om binnen veertien dagen de bedrijfsruimte te ontruimen en werd hij aansprakelijk gesteld voor de schade van Woonstad vanaf de ontruiming tot de oorspronkelijke einddatum van de huurovereenkomst. De proceskosten werden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens een huurachterstand van twaalf maanden, met veroordeling tot betaling van achterstallige huur, ontruiming en gebruiksvergoeding.