Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
regio Rotterdam-Dordrecht,
1.Het (verdere) verloop van de procedure
- de moeder en haar advocaat;
- de vader en zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] .
1.4. Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de taal Tigrinja, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van tolk H. Salvatore, in de taal Tigrinja. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2.De feiten
3.Het (aangehouden) verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
5.2. De 5-jarige [voornaam minderjarige 1] en 4-jarige [voornaam minderjarige 2] zijn pasgeleden met spoed uit huis geplaatst, omdat er grote zorgen waren over hun thuissituatie. Er zijn signalen van geweldgebruik door de vader tegen de moeder, waar de kinderen getuige van zouden zijn geweest. Na een politiemelding in mei 2026, heeft de vader een huisverbod gekregen tot 14 juni 2026, en een contactverbod met de moeder voor de duur van drie maanden. De moeder is toen met de kinderen ondergebracht in een woonvoorziening van Fier. Daar werd gezien dat de moeder voortdurend ondersteuning nodig heeft bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. Daarom is, na de terugkeer van de moeder en de kinderen naar huis, Ambulante Spoedhulp ingezet. Dat bleek echter niet afdoende. Er zijn grote zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en haar mogelijkheden om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Zo is een van de kinderen, toen de moeder onvoldoende oplette, op een stoel geklommen op het balkon van hun woning op de 14e etage van een flatgebouw. Intensievere hulpverlening is dus nodig om een thuisplaatsing van de kinderen bij de moeder op verantwoorde wijze vorm te kunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van een gezinsopname en/of plaatsing in een moeder-kindvoorziening. Ook een thuisplaatsing van de kinderen bij de vader, die inmiddels teruggekeerd is naar zijn woning, is op dit moment niet aan de orde. Gezien de signalen van geweldgebruik door de vader, zal er eerst meer zicht moeten komen op zijn opvoedvaardigheden en op de interactie tussen de vader en de kinderen. Uit het raadsrapport komt naar voren dat [voornaam minderjarige 2] angstig is voor de vader. Verder is op dit moment nog onduidelijk of de vader en de moeder, die zwanger is van hun derde kind, samen verder gaan of niet. Ook daar moet duidelijkheid over komen en zo nodig hulpverlening voor worden ingezet.
6.De beslissing
6 augustus 2026 om 14:45 uurin de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan het
Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam, om nader op het verzoek te worden gehoord;
uiterlijk op 30 juli 2026de verzochte rapportage aan de kinderrechter toe te sturen, en een kopie daarvan aan de GI, de vader, de moeder en hun advocaten te sturen.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.