ECLI:NL:RBROT:2026:8284

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/10/718587 / JE RK 26-763
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R. van der Wal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds zijn geboorte in een pleeggezin verblijft. De kinderrechter nam het verzoek in behandeling op 18 juni 2026, waarbij de ouders en pleegouders niet aanwezig waren, ondanks juiste oproeping.

De minderjarige heeft omgang met de vader, maar vertoont na deze momenten zorgelijk gedrag en heeft tijd nodig om te herstellen. De moeder is lange tijd afwezig geweest en staat momenteel niet achter het verzoek; zij is emotioneel en moet eerst haar eigen traject doorlopen voordat omgang kan worden opgestart. De ontwikkeling van de minderjarige wordt ernstig bedreigd, vooral door de problematiek rondom de ouders.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen, de pleegouders te ondersteunen en het contact met de ouders waar mogelijk te bevorderen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct. Een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag is ingediend en wordt in augustus 2026 behandeld.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 5 juli 2027 en de beslissing is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718587 / JE RK 26-763
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 1] ,
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 april 2026, ontvangen op diezelfde datum;
  • de brief van de pleegouders van 4 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;
  • het Rapport Raadsonderzoek van 28 mei 2026, ontvangen op 12 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] ;
  • een pleegzorgwerker, [persoon C] .
1.3.
De moeder en de vader zijn niet verschenen. Ook zijn de pleegouders, met schriftelijke afmelding voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder, de vader en de pleegouders juist zijn opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van 26 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 5 juli 2026. Daarnaast is bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 5 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Het gaat op dit moment wisselend met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft omgang met de vader. Na die omgangsmomenten heeft [voornaam minderjarige] ruim twee weken tijd nodig om bij te komen. Er is geen omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. De moeder was lange tijd niet in beeld, maar heeft contact met de GI gezocht en een paar gesprekken gevoerd. Hoewel de moeder haar leven beter op orde probeert te krijgen, is dat nog niet gelukt en is zij nog erg emotioneel. Het is belangrijk dat zij eerst haar eigen traject en behandeling doorloopt voordat de omgang met [voornaam minderjarige] wordt opgestart. [voornaam minderjarige] zoekt namelijk veel bevestiging bij volwassenen en is gevoelig voor wat anderen van hem vinden. Daardoor voelt [voornaam minderjarige] zich verantwoordelijk voor het behouden van relaties, past hij zich aan en heeft hij minder ruimte om stil te staan bij zijn eigen gevoelens. Omdat de moeder op dit moment zo emotioneel is, zal het waarschijnlijk moeilijk voor [voornaam minderjarige] zijn om daarmee om te gaan. De speltherapie voor [voornaam minderjarige] is gestart. Er zijn al 5 of 6 sessies geweest, maar er zullen waarschijnlijk nog veel meer nodig zijn. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) heeft een verzoek ingediend bij de rechtbank om het gezag van de moeder en de vader over [voornaam minderjarige] te beëindigen en om de GI tot voogd van [voornaam minderjarige] te benoemen. De GI steunt dit verzoek. In augustus 2026 wordt het verzoek op een zitting behandeld.

5.De informatie van de pleegzorgwerker

5.1.
De pleegzorgwerker deelt het volgende mee. In het pleeggezin gaat het wisselend met [voornaam minderjarige] . Na de omgangsmomenten met de vader vraagt [voornaam minderjarige] meer van de pleegouders. Los daarvan ontwikkelt [voornaam minderjarige] zich goed. Hij heeft afscheid genomen van de peuterspeelzaal en zal naar de basisschool gaan. Daarvoor moet nog een intake plaatsvinden.

6 De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
[voornaam minderjarige] verblijft sinds zijn geboorte in het huidige pleeggezin. Zijn zusje [naam zusje] verblijft daar ook. De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is met name gelegen in de omgang met de ouders. [voornaam minderjarige] heeft omgang met de vader, maar laat na die omgangsmomenten zorgelijk gedrag zien en heeft veel tijd nodig om bij te komen. De vader staat achter het opgroeien van [voornaam minderjarige] binnen het pleeggezin en zet zich in om op positieve en stabiele wijze betrokken te zijn in het leven van [voornaam minderjarige] . De moeder staat niet achter het verzoek van de GI. Op dit moment heeft [voornaam minderjarige] geen omgang met de moeder. Zij was lange tijd niet in beeld, maar is sinds kort weer in contact met de GI en probeert haar leven beter op orde te krijgen. De GI maakt zich echter zorgen over de gevolgen voor [voornaam minderjarige] als de omgang met de moeder wordt opgestart, gelet op de huidige problematiek bij de moeder. Het lukt de ouders vanwege hun eigen situatie helaas niet om hun ouderlijke verantwoordelijkheid te (kunnen) nemen en te werken aan de gestelde doelen. Een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van beide ouders is inmiddels bij de rechtbank ingediend. Dit zal, voor zover dat nu bekend is, in augustus 2026 worden behandeld.
6.3.
De kinderrechter acht de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te waarborgen, de pleegouders te ondersteunen en het contact tussen de ouders en [voornaam minderjarige] waar mogelijk te bevorderen. Daarnaast is het van belang dat het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de pleegouders wordt voortgezet. [voornaam minderjarige] is hier gewend, hij ontwikkelt zich hier goed en de pleegouders sluiten goed aan bij zijn behoeften.
6.4.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. Daarnaast verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 5 juli 2027;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 5 juli 2027;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. R. van der Wal, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 29 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.