ECLI:NL:RBROT:2026:8245
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering inschrijving in basisregistratie personen
Verzoekers, bestaande uit een moeder en haar twee zonen, dienden een verzoek in tot inschrijving in de basisregistratie personen (brp) bij de gemeente Rotterdam. De inschrijving werd op 3 juni 2026 mondeling geweigerd omdat verzoekers niet beschikten over het juiste verblijfsrecht, aangezien zij op dat moment met een toeristenvisum in Nederland verbleven.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze weigering en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de mondelinge weigering als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt, waardoor een voorlopige voorziening mogelijk is.
Echter, verzoekers hadden op 29 juni 2026 per e-mail meegedeeld dat zij inmiddels in een andere gemeente (Den Haag) waren ingeschreven in de brp, waardoor het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening was komen te vervallen. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af.
Tijdens de zitting erkende de gemachtigde van het college dat verzoeker met een geldig Nederlands paspoort direct had moeten worden ingeschreven en dat verzoekers zich opnieuw konden melden zodra hun verblijfsrecht was gewijzigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering tot inschrijving in de basisregistratie personen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.