ECLI:NL:RBROT:2026:8172

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
11663793 CV EXPL 25-10045
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling premieachterstand zorgverzekering en proceskosten

Zilveren Kruis heeft een procedure gestart tegen de verzekerde wegens een achterstand in de betaling van zorgpremies en nota's. De verzekerde betwistte de achterstand en stelde dat zij maandelijks €75 had betaald, waarmee zij meende alles te hebben afbetaald.

De rechtbank stelde vast dat de betalingen van €75 per maand eerst waren gebruikt voor het voldoen van een eerdere schuld inclusief proces- en executiekosten. Na aflossing van die oude schuld was een nieuwe achterstand ontstaan doordat de maandelijkse premie niet volledig werd voldaan. De betalingen werden in mindering gebracht op de nieuwe achterstand, waarbij eerst incassokosten en vervallen rente werden verrekend.

De verzekerde heeft de uitleg van Zilveren Kruis niet betwist, waardoor de rechtbank het overzicht van de verzekeraar aannam. De rechtbank veroordeelde de verzekerde tot betaling van de resterende hoofdsom van €315,02, met wettelijke rente vanaf 21 mei 2026. Tevens werden de proceskosten van €918,83 aan de verzekerde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €315,02 met wettelijke rente en proceskosten van €918,83.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11663793 CV EXPL 25-10045
datum uitspraak: 19 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorg Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: drs. M.D. Brouwer (Syncasso Gerechtsdeurwaarders).
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 maart 2025, met bijlagen;
  • de e-mail van de gemachtigde van Zilveren Kruis van 22 april 2025;
  • het antwoord;
  • de brief van [gedaagde] van 8 mei 2026, met bijlagen;
  • de akte van Zilveren Kruis van 21 mei 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 21 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens Zilveren Kruis aanwezig gemachtigde [persoon A] . [gedaagde] is, hoewel zij goed is opgeroepen, niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Zilveren Kruis is deze procedure tegen [gedaagde] begonnen omdat er volgens Zilveren Kruis een achterstand is ontstaan in de betaling van premie van de zorgverzekering en nota’s voor zorgkosten. Op de dag van de zitting, 21 mei 2026, was de achterstand nog € 315,02. Zilveren Kruis heeft haar eis aangepast naar dit bedrag.
2.2.
[gedaagde] heeft in haar stukken geschreven dat zij elke maand € 75,- aan de gemachtigde van Zilveren Kruis heeft betaald. Volgens haar heeft zij geen achterstand (meer).
[gedaagde] moet € 315,02 betalen
2.3.
Zilveren Kruis heeft in haar akte van 21 mei 2026 toegelicht welke achterstand er nog is. Zij heeft laten zien en toegelicht dat [gedaagde] inderdaad voor een langere periode € 75,- per maand heeft betaald. Deze betalingen zijn gedaan na een eerdere procedure, waarin [gedaagde] is veroordeeld om een bedrag aan Zilveren Kruis te betalen. De betalingen zijn grotendeels opgegaan aan proces- en executiekosten. Die vordering is door [gedaagde] inmiddels helemaal afbetaald.
2.4.
Zilveren Kruis heeft ook laten zien dat in de tussentijd een nieuwe achterstand is ontstaan, omdat [gedaagde] de maandelijkse premie niet (volledig) heeft betaald, naast de betalingen van € 75,- per maand. Nadat de oude schuld was afgelost, is het maandbedrag van € 75,- in mindering gebracht op de huidige achterstand. Daarbij zijn de betalingen die aan de gemachtigde van Zilveren Kruis zijn gedaan eerst in mindering gebracht op de incassokosten en vervallen rente (artikel 6:44 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek).
2.5.
[gedaagde] heeft deze uitleg van Zilveren Kruis niet weersproken en uit wat ze aan de rechtbank heeft gestuurd, blijkt ook niet dat die uitleg niet zou kloppen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het overzicht van Zilveren Kruis klopt en wijst het openstaande bedrag van € 315,02 toe. Dit bedrag bestaat alleen nog uit de hoofdsom.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De wettelijke rente over het openstaande bedrag van € 315,02 wordt toegewezen met ingang van 21 mei 2026, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Zilveren Kruis moet betalen op € 146,83 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 288,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 144,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 918,83. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 315,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 21 mei 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 918,83;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909