ECLI:NL:RBROT:2026:8141

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/10/708778 / HA ZA 25-928
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:752 BWArt. 6:234 lid 2 BWArt. 150 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid en toepasselijkheid algemene voorwaarden bij revisie catamaranmotoren

In deze zaak vordert eiser vergoeding van schade en terugbetaling van een te hoog gefactureerd bedrag door Deutz Netherlands B.V. (voorheen Ausma) wegens ondeugdelijke revisie van twee dieselmotoren van een catamaran. Eiser kocht de catamaran in 2021 en ontdekte in november 2022 motorproblemen. Na telefonische contacten en e-mailcorrespondentie werd op 28 november 2022 een overeenkomst gesloten voor revisie van de motoren.

De rechtbank oordeelt dat er geen prijsafspraak was op 24 november 2022, maar dat de overeenkomst pas op 28 november 2022 tot stand kwam. De factuur van €24.100 exclusief BTW is redelijk en is door eiser betaald. De algemene voorwaarden van Ausma, waaronder een aansprakelijkheidsbeperking tot het factuurbedrag, zijn van toepassing omdat zij ondubbelzinnig via e-mail zijn gecommuniceerd.

Eiser stelt dat de revisie ondeugdelijk was doordat industriële kleppen werden geplaatst die koelvloeistof in de cilinderkop lieten komen, wat leidde tot vastlopen van de stuurboordmotor. Ausma betwist dit en wijst op binnengedrongen zeewater als oorzaak. Foto’s tonen roestvorming, maar eiser betwist dit laat en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank benoemt een onafhankelijke deskundige om de oorzaak van het defect te onderzoeken en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor deskundigenonderzoek naar de oorzaak van het motorvastlopen en verdere beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Civiel recht
Zittingsplaats Rotterdam
Zaaknummer: C/10/708778 / HA ZA 25-928
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser] , [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. P.A.M. Vermeer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEUTZ NETHERLANDS B.V.,
te Dordrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Ausma,
advocaat: mr. R.J.G. van Brakel.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 februari 2025, met producties 1 tot en met 42;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 33;
- de zittingsagenda van 23 juni 2025;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 29 oktober 2025 voor de mondelinge behandeling van 31 maart 2026;
- de akte overlegging aanvullende producties van Ausma, met productie 34;
- de akte overlegging producties van [eiser] , met producties 43 tot en met 47;
- productie 35 van Deutz;
- de akte overlegging producties van [eiser] , met productie 48;
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026;
- de spreekaantekeningen van [eiser] ;
- de spreekaantekeningen van Ausma.
1.1.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft in 2021 de catamaran ‘Shangri-la’ gekocht in Florida (Verenigde Staten). Hij heeft de boot destijds zelf overgevaren naar Nederland. In januari 2023 zou
[eiser] voor een langere periode naar de Caraïben vertrekken. Daar zou [eiser] de catamaran gaan gebruiken voor charters.
2.2.
[eiser] merkte in november 2022 dat er problemen waren met de twee dieselmotoren van de catamaran. Het gaat om motoren van het merk Yanmar. Zoals hieronder vanaf 2.3 nader uiteen is gezet, heeft [eiser] toen het bedrijf Ausma Motorenrevisie B.V. benaderd. Ausma is op 1 januari 2025 gefuseerd met Deutz. Daarom wordt in dit vonnis met “Ausma” (ook) Deutz bedoeld.
2.3.
Het eerste contact van [eiser] met Ausma heeft plaatsgevonden op 22 november 2022. [eiser] heeft toen gebeld naar Ausma en is vervolgens doorverbonden met [persoon A] (hierna ook: [persoon A] ), [functie] bij Ausma. [persoon A] heeft toen een vrijblijvende indicatie gegeven voor de kosten van een revisie. Die vrijblijvende indicatie kwam neer op een bedrag tussen € 6.500,-- en € 7.000,--, exclusief BTW, per motor. Tegen het einde van dit telefoongesprek heeft [eiser] aangegeven dat hij zich “gewoon even aan het oriënteren” was. Ook heeft [eiser] nog aangegeven dat hij over de revisie van de motoren ook in gesprek was met een andere partij, Mulder Motoren.
2.4.
Op 24 november 2022 heeft [eiser] voor de tweede keer telefonisch contact opgenomen met Ausma. De transcriptie van dit telefoongesprek, dat wil zeggen: de in geschreven tekst omgezette weergave van dit gesprek, maakt deel uit van productie 3 van [eiser] .
2.5.
Op 28 november 2022 om 12:10 uur heeft [persoon A] vervolgens het volgende e-mailbericht gestuurd naar [eiser] :
“Goedemorgen [eiser] .
Nog even een paar vragen en overlegpunten over de motoren:
Hoeveel uur hebben deze motoren gedraaid?
Zijn ze al eens eerder los gehaald?
Zijn er storingen geweest?
Het probleem wat bekent is:
Dat de motoren water/vocht in de verbrandings ruimte hebben en hierdoor
corrosie op de cilinder wanden. Oorzaak volgens jullie is de kwaliteit van de huidige diesel.
Bij binnenkomst gaan wij de motoren eerst inspecteren, waarom en hoe dit ontstaan is.
Daarna gaan wij de motor demonteren en reinigen en maken hierna een offerte.
Graag uw adres gegevens voor de facturering.
Met vriendelijke groet,
[persoon A] ”.
Geheel onderaan dit e-mailbericht staat een standaardtekst. Van die standaardtekst maken onder meer deel uit de domeinnaam van Ausma en – geheel aan het eind van deze tekst – de volgende volzin met de volgende twee
deeplinks:
“Onze
Algemene Voorwaarden Zakelijken onze
Algemene Voorwaarden Particulierzijn van toepassing.”
2.6.
Diezelfde dag, 28 november 2022, om 13:30 uur heeft [eiser] het volgende e-mailbericht gestuurd naar [persoon A] :
“Beste [persoon A] ,
Ik heb het schip vorig jaar in Florida gekocht en hem zelf over gevaren. Groot gedeelte zelfs op de
motoren.
Gezien de leeftijd van de motoren had ik op deze problemen helemaal niet gerekend, ik dacht dat
ook gezien het prima starten dat in orde zou zijn. Aan het einde van de oversteek vorig jaar begon
de stuurboord motor meer te roken.
• De Stuurboord (met de problemen) motor is op 5 juni 2014 geplaatst (motornr: E40326).
De compressie is slechts een 19 a 20 Bar.. Bij endoscopie is het “hoonprofiel” niet meer
zichtbaar, echter al wel vertikale groefvorming.
De klacht was dat hij te veel rookte en er wat olie/diesel op het water bleef liggen.
Starten deed hij echter gewoon nog prime.
Verstuivers van deze motor zijn door Yanmar dealer getest en prima bevonden. Deze zijn
daarna op mijn verzoek aan boord komen meten en kijken . met helaas slecht nieuws!
Vorige week heb ik deze motor nog voorzien van een nieuw brandstoffilter en nieuwe impeller
van de buitenwaterpomp.
De olie heb ik afgetapt en in de carterpan zit nog een stuk afgebroken tule van het "olie-aftap
systeem" dat op de motoren zat. Gelieve deze te vervangen door een gewone aftap-plug.
• De Bakboord motor is in maart 2016 geplaatst (motornr: E40292) loopt en start prima en ik
heb er eigenlijk geen klachten over. Echter bij meten van de compressie bleek dat deze ook
slechts max 22 bar haalt en dat is te weinig.
Endoscopie leverde ook geen fraaie beelden op, wel was het "hoonprofiel" redelijk zichtbaar.
Hiervan zijn de verstuivers niet gecontroleerd.
Hier zit nog geen nieuw dieselfilter of nieuwe impeller op.
• Daar wij op het punt staan met het schip voor een jaren te vertrekken uit Nederland, wil ik
geen risico lopen en mede gezien het prettige en directe contact maar ook de prijsindicatie
die u heeft gegeven, kiezen we voor Ausma als bedrijf om de revisie uit te laten voeren.
• Op de urentellers staat een 5000 uur, maar dit zijn de oorspronkelijke bedieningsunits en het
schip is namelijk in 1999 te water gelaten.
Ik weet niet of het mogelijk is om deze bedieningspanelen te “resetten” als er een andere
motor in komt en ook niet of dat destijds is gebeurd.
Ik hoop dat ik u van voldoende info zo heb kunnen voorzien.
Het factuuradres staat onderaan, maar graag de factuur per email!
Met hartelijke groet / Best regards,
[eiser] / BLT&D”.
2.7.
Op 29 november 2022 heeft Ausma de motoren laten ophalen bij [eiser] . Vervolgens is Ausma met de revisiewerkzaamheden aan de slag gegaan.
2.8.
De motoren waren klaar op 12 januari 2023. Op diezelfde dag heeft Ausma een factuur voor een bedrag van € 24.100,--, exclusief BTW/€ 29.161,--, inclusief BTW, naar [eiser] gestuurd voor het uitgevoerde werk. Na betaling van die factuur zijn de motoren aan [eiser] geretourneerd. [eiser] heeft vervolgens zélf gezorgd voor de inbouw van de motoren in de catamaran.
2.9.
Op bovengenoemde factuur van Ausma staat de volgende garantie:
“Garantie: 1 jaar, of 2000 draaiuren het geen het eerst bereikt wordt.”
2.10.
Op 19 januari 2023 is [eiser] met de catamaran gaan varen naar de Caraïben.
2.11.
Op 6 maart 2023 is de stuurboordmotor van de catamaran vastgelopen. Dit is vervolgens die dag door [eiser] gemeld aan Ausma, toen hij de haven van Grenada naderde.
2.12.
In de periode tussen 6 en 20 maart 2023 hebben Ausma en [eiser] vervolgens
in de vorm van e-mailberichten met elkaar gecorrespondeerd over de mogelijke oorzaak van het vastlopen van de stuurboordmotor van de catamaran. Zij zijn het daarover toen niet eens geworden.
2.13.
Daarna hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden naar de oorzaak van het vastlopen van de stuurboordmotor van de catamaran. In die periode zijn de beide motoren voor nader onderzoek terug naar Nederland vervoerd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank Rotterdam, voor zoveel mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Deutz veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:
1. ter zake van vergoeding van geleden schade een bedrag van primair € 96.383,63 en subsidiair € 70.960,35, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
2. een bedrag van € 9.800,-- exclusief BTW, zijnde het door Deutz teveel gefactureerde
aan [eiser] ;
3. voormelde bedragen vermeerderd met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente, vanaf 28 juni 2023 dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen ingangsdatum, tot de dag van de algehele betaling;
4. ter zake van de buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 1.738,84,
met veroordeling van Deutz in de proceskosten en de nakosten, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen - voor het geval betaling van de proceskosten niet binnen deze termijn plaatsvindt - met de wettelijke (handels)rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn tot de dag van betaling.
3.2.
Deutz voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] , voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te betalen binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn tot de dag van betaling.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Inleiding
4.1.
Partijen zijn het erover eens dat zij een overeenkomst tot aanneming van werk hebben gesloten voor het reviseren door Ausma van de twee motoren van de catamaran. Zij verschillen van mening over de vraag of een prijs is afgesproken, of de Algemene Voorwaarden van Ausma met beperking van aansprakelijkheid van toepassing zijn, of een garantie afspraak is geschonden en of Ausma tekort is geschoten door ondeugdelijke revisie van de motoren.
De rechtbank behandelt deze vragen hieronder in dezelfde volgorde.
Geen prijsafspraak
4.2.
[eiser] stelt dat hij tijdens het hierboven in 2.4 genoemde telefoongesprek op 24 november 2022 akkoord is gegaan met het “voorstel van Ausma”, waardoor op dat moment een overeenkomst is gesloten. Dat voorstel van Ausma houdt volgens [eiser] in dat de werkzaamheden uitgevoerd konden worden voor een prijs van maximaal € 7.000.--. Daarop baseert hij zijn stelling dat Ausma hem teveel heeft gefactureerd en zijn vordering tot terugbetaling.
4.3.
In dit verband is in geschil wanneer (en op welke wijze) de overeenkomst is gesloten. Volgens Ausma is de overeenkomst (uiteindelijk) pas tot stand gekomen op 28 november 2022, namelijk in een e-mailcorrespondentie.
4.4.
Het bovenstaande betekent dat [eiser] , overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro, de stelplicht heeft en de bewijslast draagt dat de overeenkomst al op 24 november 2022 tot stand is gekomen. In dat verband overweegt de rechtbank verder als volgt.
4.5.
Tot de essentialia van een overeenkomst als de onderhavige behoort dat voor partijen duidelijk is welke werkzaamheden precies moeten worden verricht en vervolgens voor welke prijs deze werkzaamheden kunnen worden verricht. Op 24 november 2022 bevonden Ausma en [eiser] zich nog in de oriënterende fase. Zij wisten allebei niet welke werkzaamheden dienden te worden verricht voor de revisie van de motoren. Voordat een prijsafspraak kon worden gemaakt was nodig dat Ausma de motoren zou kunnen diagnosticeren om te bezien wat de oorzaak van de schade was en hoe beschadigd de motoren waren. [eiser] was zich hiervan bewust en heeft dat tijdens het telefoongesprek aan [persoon A] laten blijken. Zie het volgende gedeelte van de transcriptie van dit telefoongesprek –Ausmaheeft geen (gemotiveerd) bezwaar gemaakt tegen deze door [eiser] in het geding gebrachte transcriptie:
00:04:05 Spreker 1
Ik, Ik ga aan de gang. Ik ben hartstikke blij met uw antwoord. Ik wil ook dat dieselpomp gecontroleerd wordt. Dat zal er wel bijkomen.
00:04:12 Spreker 2
Ja, ja, oke, maar daar zien we dan...
4.6.
Bovendien was [eiser] op 24 november 2022 nog ‘in gesprek’ met een voormalige cliënt van hem die hij kende vanuit zijn werkzame leven als dierenarts, te weten [persoon B] :
00:01:47 Spreker 1
Ik heb een…
00:01:47 Spreker 1
…oude, ik weet niet of u dat vorige keer verteld heb, maar ik ben altijd dierenarts geweest in mijn werkzame leven en een goede klant mij, dat was [persoon B] in [plaats 1] dat…
00:01:56 Spreker 1
…was ook een revisiebedrijf.
00:01:59 Spreker 1
Die heb ik nog gesproken, en ja, die zei, joh, dat komt wel goed dit en dat, maar die is geen Yanmar dealer dus daar waarschuwde hij me voor. Joh als ik iets moet hebben van Yanmar, dan is het maar de vraag of ze mij dat willen leveren.
00:02:10 Spreker 2
Per prijsmodel.
00:02:11 Spreker 11
Hij zei dus, ik wil je graag…
00:02:13 Spreker 1
…helpen en dat kost zoveel en dat kost zoveel en dat zijn in inderdaad bedragen opgeteld en alles bij elkaar. Ja, dan kom ik, omdat ik hem natuurlijk goed ken, een stuk lager uit dan bij jullie, maar hij weet niet zeker dat hij mij kan helpen.
4.7.
Ook uit de eigen stellingen van [eiser] blijkt dat er op 24 november 2022 geen
overeenstemming was over de essentialia van de overeenkomst. Zo blijkt uit het e-mailbericht van [eiser] aan [persoon A] van 28 november 2022 om 13:30 uur dat hij pas op dat moment – gezien de prijsindicatie en het prettige contact met Ausma – voor Ausma kiest:
“Daar wij op het punt staan met het schip voor een jaren te vertrekken uit Nederland, wil ik geen risico lopen en mede gezien het prettige en directe contact maar ook de prijsindicatie die u heeft gegeven, kiezen we voor Ausma als bedrijf om de revisie uit te laten voeren.”
Er is dus pas op 28 november 2022 om 13:30 uur een overeenkomst gesloten voor de revisie van de twee motoren.
4.8.
Tijdens het telefoongesprek van 24 november 2022 zijn geen definitieve afspraken gemaakt. Dat telefoongesprek heeft dus niet geleid tot een prijsafspraak (in vervolg op de door [persoon A] tijdens het telefoongesprek van 22 november 2022 verstrekte vrijblijvende prijsindicatie van € 6.500,-- à € 7.000,-- voor de revisie van iedere motor).
4.9.
Gesteld noch gebleken is dat er op een later moment wél een prijsafspraak is gemaakt.
4.10.
Het staat dus vast dat er geen prijsafspraak is gemaakt. Dit betekent dat [eiser] een redelijke prijs was verschuldigd (artikel 7:752 BW Pro). Ausma betoogt dat haar factuur van
€ 24.100,-- (exclusief btw), die destijds ook zonder protest is betaald, redelijk is. Zij verwijst daartoe naar het voor vergelijkbare werkzaamheden aan een andere partij in rekening gebrachte bedrag. [eiser] heeft de redelijkheid van dit bedrag niet betwist. Dit alles betekent dat [eiser] niet teveel heeft betaald en dat zijn vordering 2 zal worden afgewezen.
De toepasselijkheid van (artikel 16.1 van) de algemene voorwaarden van Ausma
4.11.
Ausma betoogt dat, áls zij aansprakelijk is wegens ondeugdelijke revisie, die aansprakelijkheid op grond van artikel 16.1 van haar eigen algemene voorwaarden, dat wil zeggen haar ‘Algemene Voorwaarden Zakelijk en Particulier’, is beperkt:
Artikel 16 Aansprakelijkheid Pro
1. Wanneer koper/ opdrachtgever wegens een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van
een overeenkomst reparatie, herstel, vervanging of nieuwe bewerkingen van de gebruiker
vordert, zijn de kosten hiervan slechts voor rekening van gebruiker tot een maximum van het
aan koper/opdrachtgever wegens deze overeenkomst gefactureerde bedrag.
4.12.
Volgens Ausma maken haar hierboven genoemde algemene voorwaarden deel uit van de op 28 november 2022 om 13:30 uur tot stand gekomen overeenkomst. [eiser] betwist dat. Volgens [eiser] zijn bovengenoemde algemene voorwaarden niet van toepassing op de overeenkomst en kan het beroep van Ausmaop artikel 16.1 (dus) niet slagen.
4.13.
Met zijn e-mailbericht aan [persoon A] van 28 november 2022 om 13:30 uur reageerde [eiser] op het door [persoon A] naar hem om 12:10 uur op diezelfde dag verstuurde e-mailbericht. In de standaardtekst onderaan dat e-mailbericht worden vorenbedoelde algemene voorwaarden van Ausma van toepassing verklaard in de volgende volzin, waarvan, als gezegd, twee
deeplinksdeel uitmaken:
“Onze
Algemene Voorwaarden Zakelijken onze
Algemene Voorwaarden Particulierzijn van toepassing.”
4.14.
Na het aanklikken van ieder van deze
deeplinksverschijnt de tekst van de desbetreffende set algemene voorwaarden, zo is niet in geschil. Anders dan [eiser] van mening is, heeft Ausma daarmee aan [eiser] een redelijke mogelijkheid geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Zie artikel 6:234 lid 2 BW Pro.
4.15.
De rechtbank volgt [eiser] niet in zijn argument dat hier geen sprake is van een ondubbelzinnige verwijzing naar één set algemene voorwaarden maar van een cumulatieve verwijzing, anders gezegd in dit geval: een verwijzing naar twee sets algemene voorwaarden die gelijktijdig van toepassing zijn. Zoals volgt uit bovengenoemde verwijzingstekst in het e-mailbericht van [persoon A] van 28 november 2022 om 12:10 uur, hangt het af van de kwalificatie van de overeenkomst welke set algemene voorwaarden daarop van toepassing is: op een relatie met een zakelijk optredende klant zijn alleen de “Algemene Voorwaarden Zakelijk” van toepassing en op een relatie met een particulier optredende klant alleen de “Algemene Voorwaarden Particulier”. [eiser] wilde onder zijn handelsnaam, als ondernemer derhalve, met Ausma contracteren, zo is de rechtbank gebleken. Het was voor hem dus duidelijk dat niet de laatstgenoemde set algemene voorwaarden van toepassing was maar uitsluitend de eerstgenoemde.
4.16.
Tegen de toepasselijkheid van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden voert [eiser] ook nog het volgende verweer. Hij betwist dat het door Ausma geciteerde artikel 16.1 onderdeel was van de algemene voorwaarden op 28 november 2022.
4.17.
De rechtbank gaat ook hier niet in mee. Pas op de zitting is [eiser] zich op het standpunt gaan stellen dat de algemene voorwaarden waarop Ausma zich in deze zaak beroept, waaronder artikel 16 van Pro die algemene voorwaarden, destijds niet tevoorschijn kwamen bij het aanklikken van de
deeplinksin het e-mailbericht van 28 november 2022 om 12:10 uur. [eiser] heeft bij akte van 31 maart 2026 algemene voorwaarden met “romeinse cijfers” in het geding gebracht waarvan het bepaalde in artikel 16.1 geen deel uitmaakt ( [eiser] productie 44). Uit de in de akte opgenomen toelichting bij deze productie valt niet anders af te leiden dan dat dit volgens [eiser] de voorwaarden zijn die tevoorschijn komen als men “thans” op de link in de email van 28 november 2022 klikt. Zo staat het in die toelichting. Echter, de advocaat van [eiser] , zo verklaarde hij opeens op de zitting, had die versie met romeinse cijfers aangetroffen toen hij in 2023 de
deeplink(s)aanklikte.
In de akte staat dat de versie met romeinse cijfers de versie is die men krijgt als men de link nu aanklikt. De advocaat van [eiser] had het – overigens zonder onderbouwing - over een moment in 2023. Uit deze stellingen volgt op zichzelf al niet dat op het moment van het e-mailbericht van 28 november 2022 om 12:10 uur (de tekst van) het hierboven in r.o. 4.11 geciteerde artikel 16.1 geen deel uitmaakte van die algemene voorwaarden. Voorts heeft de advocaat van Ausma ter zitting op zijn laptop een document laten zien zonder romeinse cijfers dat tevoorschijn kwam via een link in de door Ausma als productie 5 overgelegde email van 28 november 2022. De betwisting van [eiser] wordt daarom gepasseerd.
4.18.
Het bovenstaande betekent dat de algemene voorwaarden van Ausma, waaronder artikel 16.1, van toepassing zijn op de overeenkomst.
4.19.
Aangezien Ausma gefactureerd heeft voor een bedrag van € 24.100,--, exclusief BTW, is zij op grond van artikel 16.1 van haar algemene voorwaarden aansprakelijk voor een schadevergoeding van maximaal € 24.100,--.
De garantie(afspraak)
4.20.
[eiser] stelt dat Ausma de hierboven in 2.9 genoemde garantie niet is nagekomen en op grond daarvan gehouden is tot kosteloos herstel. Deutz betwist dit.
4.21.
Volgens [eiser] is de garantie onvoorwaardelijk en maakt het voor de toepasselijkheid van de garantie dus niet uit wat de oorzaak is van een gebrek. De garantie is volgens [eiser] dus ook van toepassing als er geen sprake is van aan Ausma toe te rekenen tekortkomingen. Ausma betwist dit. Omdat de schade geen gevolg is van een revisiefout van haar, komt [eiser] geen beroep toe op de garantie, aldus Ausma.
4.22.
Bij de beoordeling van dit geschil komt het aan op de uitleg van de garantie, een contractuele bepaling. Voor de uitleg zijn de bewoordingen van de garantie van belang, maar beslissend is de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit de stellingen van partijen blijkt niet dat over de tekst van de garantie is onderhandeld. De garantie is opgenomen in verband met de revisiewerkzaamheden en staat onder een opsomming van die werkzaamheden. Dit betekent dat in ieder geval gebreken die geheel los staan van de revisie niet onder de garantie vallen. De uitleg is in deze zaak overigens alleen van doorslaggevend belang, als komt vast te staan dat het gebrek geen gevolg is van een tekortkoming van Ausma. Dat laatste is echter nog niet komen vast te staan. Zie r.o. 4.32 hieronder. Mede daarom zal de rechtbank de wijze waarop de garantie verder moet worden uitgelegd vooralsnog in het midden laten.
De door [eiser] gestelde tekortkoming van Ausma
4.23.
[eiser] is van mening – kort samengevat en zakelijk weergegeven – dat Ausma toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de met [eiser] overeengekomen verbintenis tot het reviseren van de motoren van de catamaran en dat Ausma aansprakelijk is voor de schade die [eiser] geleden heeft als gevolg daarvan. Zoals hierboven al is geoordeeld, zal die aansprakelijkheid sowieso beperkt zijn tot maximaal € 24.100,--.
4.24.
Ausma heeft als deel van de revisiewerkzaamheden de ‘inlaat’-klep (
‘intake’) en de ‘uitlaat’-klep (
‘exhaust’) van de motoren van de catamaran vervangen. Die originele Yanmar-kleppen zijn toen vervangen door zogenaamde ‘industriële’ in- en uitlaatkleppen, omdat in- en uitkleppen van het merk Yanmar niet tijdig beschikbaar waren. Partijen zijn het daarover eens.
4.25.
Op de zitting is van de kant van [eiser] uitdrukkelijk gesteld dat de tekortkoming van Ausma eruit bestaat dat deze kleppen niet geschikt waren voor de revisie. Als gevolg daarvan is er volgens [eiser] koelvloeistof terechtgekomen in de cilinderkop van de stuurboordmotor, waterslag dus – de situatie dat water of een andere vloeistof in een cilinder van een motor komt en vervolgens leidt tot een schokgolf. Daardoor is de stuurboordmotor op 6 maart 2023 vastgelopen, aldus [eiser] .
4.26.
Ausma betwist dat. Volgens haar waren de geplaatste kleppen wél geschikt en is het defect raken van de stuurboordmotor dus niet het gevolg van die kleppen.
4.27.
[eiser] heeft op 31 maart 2023 via WhatsApp naar [persoon A] foto’s en filmpjes van de
stuurboordmotor gestuurd. Deze foto’s zijn door [eiser] als productie 13 in het geding gebracht. Het is niet in geschil tussen partijen dat op deze foto’s roest in de cilinders is te zien.
4.28.
Bij conclusie van antwoord heeft Ausma als onderdeel van haar verweer aangevoerd dat de schade op 6 maart 2023 is ontstaan door binnengedrongen zeewater in de stuurboordmotor. Daarbij wijst zij op genoemde foto’s waarop roest in de cilinders is te zien.
4.29.
[eiser] was al bekend met dit argument van Ausma dat de schade is ontstaan door binnengedrongen zeewater. Zo gaat [eiser] al bij dagvaarding in op dit argument. Zie randnummer 9 e.v. van de dagvaarding.
4.30.
Ondanks dat [eiser] dus al lang bekend was met dit argument van Ausma, heeft hij pas voor het eerst op de zitting de volgende drie stellingen ingenomen met betrekking tot de roestvorming:
  • i) Er was geen roest maar aanslag.
  • ii) De roest is ontstaan nadat [eiser] (bij de eerste inspectie) op zee de verstuiver er even had uitgehaald en de motor daardoor werd blootgesteld aan de lucht;
  • iii) [persoon C] (de monteur [persoon C] van [bedrijf 1] B.V.) heeft geen melding gemaakt van roest bij de eerste inspectie op verzoek van [eiser] en Ausma.
4.31.
De rechtbank gaat aan deze stellingen van [eiser] – vooralsnog – voorbij bij de beoordeling van zijn vorderingen. Nog daargelaten het onbegrijpelijk late tijdstip in deze zaak waarop [eiser] deze stellingen pas heeft aangevoerd, heeft hij nagelaten (de eerste twee van) deze stellingen nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het in het geding brengen van relevante stukken. De derde stelling kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat er geen roest was, aangezien Gombert de inspectie heeft verricht op 30 maart 2023 en op de foto’s en filmpjes van een dag later juist wél roest was te zien.
De rechtbank zal een deskundige benoemen
4.32.
Beide partijen hebben zich beroepen op o.a. rapporten van deskundigen: [eiser] op het rapport van Yacht Design van 15 december 2023, Ausma op het rapport van Mobiel Expertise & Advies van een onderzoek dat op 2 september 2025 is uitgevoerd door [deskundige] . Ter zitting heeft Ausma betoogd dat dit laatste rapport een gezamenlijk uitgevoerde expertise betrof. Dat heeft [eiser] betwist en dat blijkt ook niet uit het rapport zelf, waarin immers op de eerste pagina staat dat [deskundige] is opgetreden voor Ausma als partijdeskundige. Weliswaar was [persoon D] van [bedrijf 2] voor [eiser] aanwezig maar dit was om toezicht te houden, zoals ook blijkt uit de email van Ausma zelf van 24 januari 2025. Gegeven de (voldoende gemotiveerde) betwisting door Ausma van een tekortkoming van haar bij de revisiewerkzaamheden staat die tekortkoming nog niet vast. De rechtbank heeft op dit punt behoefte aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige. Partijen krijgen gelegenheid om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor het nemen van een akte, eerst door [eiser] en daarna door Ausma. De rechtbank verzoekt partijen met elkaar te overleggen over de persoon van de deskundige en de stellen vragen, zodat zo mogelijk een eenduidig voorstel kan worden gedaan. Dit komt de voortgang van de procedure uiteraard ten goede. Het voorschot van de deskundige zal door [eiser] moeten worden betaald.
Tot besluit
4.33.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 5 augustus 2026voor het nemen van een akte door [eiser] als vermeld in r.o. 4.30;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.M. Diekman. Het is ondertekend door de rolrechter en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.
901/2502