Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
- dat zij sinds 1996 haar hoofdverblijf heeft in de woning;
- dat tijdelijk verblijf elders (onder meer tijdens verbouwingen of bij haar echtgenoot) het hoofdverblijf niet doorbreekt;
- dat verklaringen afkomstig uit de familiesfeer van [verzoekster] zijn ingegeven door een ernstig familieconflict en persoonlijke animositeit;
- dat verklaringen van medewerkers van Woonstad moeten worden aangemerkt als partijgetuigenverklaringen met beperkte bewijskracht;
- dat het door Woonstad uitgevoerde onderzoek onvolledig, moment-gebonden en suggestief is geweest;
- dat meerdere directe buren [verzoekster] structureel en duurzaam in de woning waarnemen.
- de feitelijke waarnemingen omtrent het hoofdverblijf van [verzoekster] ;
- de context en invloed van het familieconflict op eerder afgelegde verklaringen;
- de wijze waarop Woonstad haar onderzoek heeft verricht;
- de volledigheid, betrouwbaarheid en evenwichtigheid van de eerder afgelegde verklaringen.