ECLI:NL:RBROT:2026:8127

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/10/707612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 615/1980
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank wijst vordering af over uitleg aanbestedingsstukken arbodienstverlening

Na een aanbestedingsprocedure gunde de Gemeente Vlaardingen een opdracht voor arbodienstverlening aan Sthenos. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de aanbestedingsstukken en de overeenkomst. Sthenos factureerde op basis van het totaal aantal medewerkers (917), inclusief externe medewerkers, terwijl de Gemeente slechts betaling wenste over de 603 interne medewerkers.

De rechtbank oordeelt dat de aanbestedingsstukken en de overeenkomst duidelijk maken dat de arbodienstverlening betrekking heeft op interne medewerkers met een arbeidsovereenkomst. Externe medewerkers, zoals zzp'ers en gedetacheerden, vallen hier niet onder omdat de werkgever alleen verantwoordelijk is voor eigen werknemers. Sthenos had dit als professionele inschrijver moeten begrijpen.

Sthenos voerde aan dat de Gemeente ook een bredere arbo-verantwoordelijkheid heeft en verwees naar beleidsdocumenten en antwoorden in de Nota van Inlichtingen. De rechtbank vindt deze uitleg niet overtuigend en stelt dat de reguliere arbodienstverlening zich beperkt tot interne medewerkers.

De rechtbank wijst de vordering van Sthenos af en veroordeelt haar in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en duidelijke uitleg in aanbestedingsprocedures en bevestigt dat inschrijvers de inhoud van aanbestedingsstukken zorgvuldig moeten interpreteren.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Sthenos af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/707612 / HA ZA 25-858
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
STHENOS ARBEIDSMEDISCH ADVIESGROEP B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Sthenos,
advocaat: mr. E.S.C. van der Hoek,
tegen
GEMEENTE VLAARDINGEN,
te Vlaardingen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. A.J. van de Watering.

1.De zaak in het kort

Na een aanbestedingsprocedure gunt de Gemeente een opdracht voor arbodienstverlening aan Sthenos en sluiten zij een overeenkomst. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de aanbestedingsstukken en daarmee van de overeenkomst. Volgens Sthenos is er in de aanbestedingsstukken geen onderscheid gemaakt tussen de interne en externe medewerkers van de Gemeente. Daarom zijn haar facturen gebaseerd op het door Sthenos aangeboden tarief van € 194,00 per medewerker, vermenigvuldigd met het totaal aantal van 917 medewerkers van de Gemeente. Volgens de Gemeente is de arbodienstverlening uitsluitend overeengekomen voor haar 603 interne medewerkers (ambtenaren), dus met uitsluiting van 314 externe medewerkers (niet-ambtenaren). Daarom moet in de facturen het tarief van
€ 194,00 per medewerker worden vermenigvuldigd met 603. De rechtbank geeft de Gemeente gelijk en wijst de vordering van Sthenos af. Sthenos had als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver moeten begrijpen, dat zij haar arbodiensten alleen zou verlenen aan de 603 ambtenaren die in dienst zijn bij (en een arbeidsovereenkomst hebben met) de Gemeente en dat zij overeenkomstig daarmee had moeten factureren.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 september 2025 met producties S1 tot en met S17
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3
- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Sthenos met producties S18 tot
en met S20
- de akte houdende eisvermeerdering
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026
- de spreekaantekeningen van de advocaten van Sthenos met daarin een wijziging van eis
- de spreekaantekeningen van de Gemeente.
2.2.
Aan het eind van de zitting heeft de rechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.

3.De feiten

3.1.
In juli 2024 heeft de Gemeente een aanbesteding uitgeschreven voor een opdracht tot arbodienstverlening. De relevante bepalingen in de aanbestedingsstukken waarnaar partijen verwijzen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht. Op grond van de aanbestedingsregels dienden inschrijvers een prijs per medewerker van de Gemeente aan te bieden.
3.2.
Sthenos heeft ingeschreven voor deze aanbesteding.
3.3.
De Gemeente heeft de opdracht aan Sthenos gegund. Sthenos en de Gemeente hebben op 18 december 2024 een overeenkomst gesloten, die op 1 januari 2025 in werking is getreden. Op grond van artikel 3 (Levering en dienstverlening) vindt de dienstverlening plaats conform het programma van eisen.
3.4.
Sthenos heeft aan de Gemeente facturen gestuurd die zijn gebaseerd op de aangeboden en overeengekomen prijs per medewerker van € 194,00, vermenigvuldigd met 917 (het totaal aantal personen dat werkzaam is bij de Gemeente, zowel de medewerkers die werken op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente (‘intern’) als de personen die als zzp’er worden ingehuurd of bij de Gemeente zijn gedetacheerd (‘extern’)).
3.5.
De Gemeente heeft alleen het door haar niet-betwiste gedeelte van de facturen tot en met maart 2026 betaald. Dat gedeelte bestaat uit de aangeboden prijs per medewerker, vermenigvuldigd met 603 (het totaal aantal interne medewerkers van de Gemeente).

4.Het geschil

4.1.
Sthenos vordert na twee wijzigingen van eis - samengevat - het volgende:
primair
- te verklaren voor recht dat de Gemeente is gehouden tot betaling van de facturen,
gebaseerd op het totaal aantal medewerkers van de Gemeente, waaronder ook niet-
ambtenaren,
- de Gemeente te veroordelen tot betaling van de onbetaalde factuurbedragen tot en met
maart 2026, in totaal € 92.135,25,
subsidiair
- te verklaren voor recht dat de Gemeente is gehouden tot betaling van de facturen,
gebaseerd op het totaal aantal medewerkers van de Gemeente, waaronder ook niet-
ambtenaren, of een door de rechtbank te bepalen vergoeding,
- de Gemeente te veroordelen tot betaling van de overeengekomen vergoeding uit hoofde
van de overeenkomst, waarbij de overeengekomen vergoeding is gebaseerd op het totaal
aantal medewerkers, waaronder ook niet-ambtenaren, of een door de rechtbank te
bepalen vergoeding,
in alle gevallen
- uitvoerbaar bij voorraad, met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Sthenos legt daaraan nakoming van de overeenkomst ten grondslag.
4.2.
De Gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing of matiging van de vordering, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Sthenos in de kosten van deze procedure.
De Gemeente betwist dat zij haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt.

5.De beoordeling

5.1.
Het aan het aanbestedingsrecht ten grondslag liggende beginsel van transparantie impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in de aanbestedingsstukken worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier uitleggen. [1]
Omdat aanbestedingsstukken naar hun aard bestemd zijn om de rechtspositie van derden (namelijk potentiële inschrijvers) te beïnvloeden, zonder dat deze derden (relevante) invloed hebben op de inhoud of de formulering van die stukken, zijn bij de uitleg daarvan de bewoordingen van de in de aanbestedingsstukken opgenomen bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van die stukken, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Het komt daarbij aan op de betekenis die - naar objectieve maatstaven - volgt uit de bewoordingen die in de aanbestedingsstukken zijn gehanteerd. Ook komt betekenis toe aan de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van verschillende op zichzelf mogelijke interpretaties.
Deze wijze van uitleg van de aanbestedingsstukken werkt door bij de uitleg van de overeenkomst voor zover die op basis van die stukken met een van de inschrijvers tot stand komt. Voor die uitleg geldt dus dezelfde norm.
Partijen zijn het eens over het bovenstaande.
5.2.
Partijen verschillen van mening over hoe de aanbestedingsstukken (en daarmee de overeenkomst) moeten worden uitgelegd.
5.3.
Volgens Sthenos moeten ze zo worden uitgelegd dat, waar gesproken wordt over de medewerkers van de Gemeente, het daarbij gaat om alle 917 medewerkers van de Gemeente, dus zowel de interne als externe medewerkers. Daarom ook moet de overeengekomen prijs per medewerker worden vermenigvuldigd met dat totaal aantal medewerkers.
5.4.
Volgens de Gemeente is uit de aanbestedingsstukken duidelijk op te maken dat haar verleende opdracht alleen ziet op de ambtenaren met wie zij daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst heeft en niet op externen/niet-ambtenaren die bij de Gemeente werkzaam zijn. Sthenos heeft dus recht op een vergoeding gebaseerd op (slechts) het aantal interne medewerkers.
5.5.
De rechtbank wijst de vordering af. Sthenos had, als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende, professionele inschrijver, moeten begrijpen dat van haar werd verwacht zich bij de prijsstelling per medewerker te baseren op het aantal medewerkers aan wie de gevraagde diensten daadwerkelijk zouden worden verleend, en dat zijn uitsluitend interne medewerkers van de Gemeente. De rechtbank legt hierna uit waarom.
5.6.
In artikel 3 (Levering en dienstverlening) van de overeenkomst staat in het eerste lid vermeld dat de dienstverlening plaatsvindt conform het Programma van Eisen (PvE). In hoofdstuk 3 van het PvE is opgenomen waarop de gevraagde dienstverlening betrekking heeft, namelijk:
3.1.1
Basisdiensten
3.1.2
Inzet bedrijfsarts, kwaliteitsnormen en certificering
3.1.3
Inzet casemanager
3.1.4
Verzuimbegeleiding in administratie, samenwerken en systemen
3.1.5
Sociaal Medisch Team
3.1.6
Implementatie
Deze opsomming en de uitwerking daarvan in het PvE duidt op reguliere diensten van een arbodienst die zien op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie. Een professionele partij als Sthenos kan en moet weten dat een arbodienst deze diensten in beginsel alleen verleent aan interne medewerkers en niet aan externe medewerkers zoals gedetacheerden en zzp-ers, omdat een organisatie die een arbodienst inschakelt in beginsel alleen jegens eigen werknemers verantwoordelijkheid heeft op het gebied van verzuimbegeleiding en -preventie. [2] Bij detachering gaan verzuimende medewerkers doorgaans (tenzij anders afgesproken) naar de bedrijfsarts van de uitlenende organisatie voor verzuimbegeleiding en re-integratie. Zzp-ers zijn zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen bij ziekte.
5.7.
Sthenos erkent op zichzelf dat, voor zover de dienstverlening ziet op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie, een arbodienst deze diensten in beginsel alleen verleent aan interne medewerkers. Sthenos stelt echter dat de arbo-verantwoordelijkheid van de Gemeente verder reikt dan alleen deze terreinen en dat die ruimere verantwoordelijkheid ook geldt voor externe medewerkers. Verder vraagt de Gemeente in dit specifieke geval volgens Sthenos niet alleen om een arbodienstverlener die de wettelijke verzuimbegeleiding uitvoert, maar ook om een dienstverlener die adviezen en inzichten verstrekt die richting geven aan de directe en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Sthenos verwijst ter onderbouwing onder andere naar het door de Gemeente opgestelde HR-document “Leidende principes voor een denkkader inzetbaarheid” (bijlage X bij het aanbestedingsdocument) en het organisatieplan “Voortvarend Vlaardingen 2022” (bijlage XI bij het aanbestedingsdocument). Daarin staat dat de Gemeente beoogt een “strategisch partner” aan te trekken ter ondersteuning van een gezond en veilig werkklimaat. Ook wijst Sthenos op het antwoord van de Gemeente in de Nota van Inlichtingen (NvI) op een vraag van Sthenos over het aantal medewerkers. Sthenos verwijst ten slotte naar verklaringen van de bij de aanbesteding betrokken functionarissen.
5.8.
De rechtbank oordeelt dat, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de Gemeente, de uitleg van Sthenos niet voor de hand ligt en niet overtuigt.
5.9.
In de kern gaat het in de aanbestedingsstukken om reguliere arbodienstverlening die ziet op ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie van interne medewerkers. Daarbij hoort in de regel ook het verstrekken van adviezen en inzichten aan de opdrachtgever op die terreinen. Hieraan doet niet af dat dit alles in het nieuwe beleid van de Gemeente positief is geformuleerd door te spreken over het verhogen van de (duurzame) inzetbaarheid in plaats van het voorkomen van verzuim. Het is en blijft dienstverlening ten behoeve van de invulling van de arbo-verplichtingen die een werkgever jegens (uitsluitend) interne medewerkers heeft. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver mag uit de door de Gemeente vastgelegde doelstelling en de visie-documenten niet afleiden dat sprake is van meer dan die reguliere dienstverlening en/of dat de gevraagde reguliere diensten die de arbodienst moet verlenen, ook betrekking hebben op externe medewerkers. In de uitlatingen van Sthenos in het kader van haar aanbieding ziet de rechtbank overigens een bevestiging dat (klaarblijkelijk ook Sthenos zelf vindt dat) het in deze aanbesteding in wezen gaat om reguliere verzuimbegeleiding. In de aanbiedingsbrief van Sthenos geeft zij aan dat het vooral gaat om “optimale begeleiding”, wat leidt tot “snellere re-integratie van werknemers” en “vergroting van de inzetbaarheid en verlaging van ziekteverzuim”. Omdat de dienstverlening dus betrekking heeft op uitsluitend interne medewerkers, ligt het alleszins in de rede dat ook in de prijsstelling met uitsluitend interne medewerkers wordt gerekend. Een andere opvatting, namelijk dat de prijs per medewerker mag worden vermenigvuldigd met alle (interne én externe) medewerkers hoewel de dienstverlening alleen ziet op interne medewerkers, leidt tot een hoogst onaannemelijk rechtsgevolg.
5.10.
Hieraan doet niet af dat de Gemeente daarnaast verantwoordelijkheid draagt voor andersoortige verplichtingen die wel degelijk ook gelden jegens personen die geen arbeidsovereenkomst hebben met de Gemeente. Sthenos noemt in dat verband bijvoorbeeld het verrichten van werkplekonderzoeken, het zorgdragen voor werkruimtes met voldoende daglicht en het tot stand brengen en uitvoeren van beleid inzake het voorkomen van agressie en ongewenst gedrag. Juist is dat de Gemeente die verplichtingen tegenover iedereen heeft die binnen haar organisatie werkzaam is. Uit de aanbestedingsstukken kan echter niet worden afgeleid dat de opdracht mede op die verplichtingen ziet. Aan het bestaan van deze verplichtingen kan Sthenos dus geen argument ontlenen.
5.11.
Anders dan Sthenos aanvoert, mag zij uit het antwoord van de Gemeente in de NvI op een vraag van Sthenos naar het aantal medewerkers, niet afleiden dat de gevraagde reguliere arbodiensten ook zien op externe medewerkers en/of dat de prijs per medewerker mag worden vermenigvuldigd met het totaal aantal personen dat binnen de Gemeente werkzaam is. Vraag en antwoord luiden - voor zover relevant - als volgt:
Vraag:
“Het is ons opgevallen dat u in de documenten de basisgegevens niet kenbaar heeft gemaakt zoals:
- Aantal werknemers
- Arbeidsrechtelijke dienstverbanden (ambtenaren, niet ambtenaren, wsw etc)
- Verzuimpercentage op dit moment en eerdere jaren
- Verdeling van het verzuim in kort, middellang, lang en zeer lang
- Ziekmeldingsfrequentie
- Diagnosecode verdeling verzuimpercentage
De inzet is mede hierop gebaseerd en voor het doorrekenen van de kosten en daarmee een prijs voor u zijn deze gegevens nodig. Zijn bovenstaande gegevens aan te leveren ter
ondersteuning aan de inschrijving?”
Antwoord:
“Aantal werknemers: Aantal medewerkers (peildatum 1-9-2024)
Aantal internen: 603 (ambtenaren)
Aantal externen: 310 (niet ambtenaren)
Aantal stagiaires: 4 (niet ambtenaren)
- Arbeidsrechtelijke dienstverbanden (ambtenaren, niet ambtenaren, wsw etc);
- Verzuimpercentage op dit moment en eerdere jaren
- Verdeling van het verzuim in kort, middellang, lang en zeer lang
- Ziekmeldingsfrequentie
Jaar 2021: […]
Jaar 2022: […]
Jaar 2023: […]
Jaar 2024 tot 01-09-2024
[…]”
De Gemeente heeft aangevoerd dat zij met dit antwoord niet meer heeft gedaan dan de feitelijke vraag van Sthenos te beantwoorden, door per opsommingsteken de gevraagde informatie te geven en daarmee inzicht te geven in het aantal medewerkers met en zonder arbeidsrechtelijk dienstverband. De rechtbank volgt de Gemeente hierin. Sthenos vroeg niet alleen om het aantal “werknemers”, maar ook om het aantal “ambtenaren, niet ambtenaren”. Op die vragen heeft zij antwoord gekregen. Uit dat feitelijke antwoord kan in redelijkheid niet worden afgeleid dat de dienstverlening van de arbodienst ook zou zien op externe medewerkers of dat de vergoeding per medewerker gerekend zou mogen worden over het totaal van interne en externe medewerkers. Als Sthenos dat laatste wel uit dit antwoord heeft willen afleiden, dan had het, gelet op alle hierboven genoemde omstandigheden, op haar weg gelegen om daarover een verduidelijkingsvraag te stellen. Dat heeft Sthenos niet gedaan, naar eigen zeggen omdat de stukken wat haar betreft duidelijk waren. Die afweging komt voor haar risico.
5.12.
Sthenos benadrukt dat de Gemeente ook heeft gevraagd om leidinggevenden te begeleiden bij het coachend ondersteunen van medewerkers bij hun inzetbaarheid, terwijl een deel van de leidinggevenden extern is (dus niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente). Hierop zien ook de door Sthenos overgelegde verklaringen van twee voormalige medewerkers van de Gemeente. Een argument voor de door Sthenos bepleite uitleg ziet de rechtbank hierin niet. De ondersteunende rol van de door Sthenos geleverde casemanager is nadrukkelijk onderdeel van de opdracht, zoals volgt uit Eis 3.1.3 D. Inherent aan arbodienstverlening is dat leidinggevenden daarin een rol spelen. Gelet op de verantwoordelijkheid van de Gemeente op het gebied van verzuimpreventie en -begeleiding, doet het daarbij niet ter zake of de betrokken leidinggevende wel of niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente. Het gaat om de medewerker ten behoeve van wie de arbodienstverlening wordt geleverd. Dat zijn alleen interne medewerkers. Voor de prijsstelling van de arbodienstverlening is dus niet van belang of de leidinggevenden wel of niet op basis van een arbeidsovereenkomst met de Gemeente werkzaam zijn.
5.13.
Uit de stukken volgt wel dat het mogelijk is om op zichzelf staande diensten af te nemen, zoals het coachen van leidinggevenden en andere trainingen en workshops op het gebied van gezond werken en duurzame inzetbaarheid die Sthenos aanbood in haar inschrijving. In dat geval is echter sprake van maatwerk dat apart wordt overeengekomen, zoals omschreven in Eis 3.1.2 R PvE. Deze maatwerk-diensten zelf zijn, anders dan de reguliere diensten die Sthenos aanbood, niet opgenomen in het PvE. Deze uitleg van de aanbestedingsstukken sluit ook aan bij de inhoud van het prijsformulier (bijlage V bij de aanbestedingsstukken), waarin is opgenomen dat bepaalde diensten, zoals diensten van een inzetbaarheidscoach, optioneel zijn en niet worden meegenomen in de weging. De Gemeente heeft daarbij geen afnameverplichting. Voor zover dus sprake is van specifieke dienstverlening als hier bedoeld aan (externe) leidinggevenden, kan dit geen argument zijn om aan te nemen dat bij de prijs voor de reguliere arbodienstverlening rekening gehouden moet worden met medewerkers jegens wie de Gemeente geen arbo-verplichtingen heeft. In het midden kan nog blijven dat, zoals de Gemeente onbetwist heeft aangevoerd, slechts tien externe medewerkers een leidinggevende functie hebben, terwijl Sthenos alle 310 externe medewerkers in haar prijs zou willen nemen.
5.14.
Op de mondelinge behandeling heeft Sthenos aangevoerd dat de door haar aangeboden prijs per medewerker is gebaseerd op een berekening van haar totale kosten voor de dienstverlening (als lumpsum), welk bedrag zij vervolgens heeft omgeslagen over het aantal (interne en externe) medewerkers. Zou zij slechts per interne medewerker mogen factureren, dan impliceert dat een aanzienlijk verlies, omdat zij in dat geval geen dekking heeft voor een deel van haar kosten. Dit betoog werpt geen ander licht op het voorgaande. De afwegingen van Sthenos bij het aanbieden van een prijs per medewerker liggen in haar risicosfeer. Zij heeft daarbij - gelet op het voorgaande - ten onrechte gerekend met de 310 externe medewerkers. Dat kan niet aan de Gemeente worden tegengeworpen.
5.15.
Sthenos is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van de Gemeente op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.764,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vordering af,
6.2.
veroordeelt Sthenos in de proceskosten van € 5.764,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat de veroordeling in de proceskosten betreft, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
615/1980
7. Bijlage: Relevante bepalingen in de aanbestedingsstukken waarnaar partijen verwijzen
7.1.
Paragraaf 1.2:
“De ambitie van de gemeente Vlaardingen is te zorgen voor een glimlach op het gezicht van de Vlaardinger én haar eigen medewerkers door flexibel en daadkrachtig in te spelen op de behoefte van de stad! Dat is de bedoeling. Het gaat bij inzetbaarheid uiteindelijk over mensen en gedrag en de wijze waarop wordt samengewerkt. Het inzetbaarheidsbeleid moet daarom aansluiten op het proces van organisatieontwikkeling dat loopt langs vijf
sturingsprincipes en gebruik maakt van vier kernwaarden.
(...)
De Aanbestedende dienst wil een goede werkgever zijn voor haar medewerkers. Dat betekent dat er gerichte aandacht is voor de duurzame inzetbaarheid en het welzijn van medewerkers en dat wordt gestreefd naar een veilig en plezierig werkklimaat en een goede aansluiting tussen aangeboden taken en het aanwezig talent en vaardigheden.
(...)
Omdat het afgesproken 'werk' voortdurend verandert, valt aanpassen aan veranderingen ook binnen deze overeenkomst. Wederkerigheid is hier het uitgangspunt: de gemeente organiseert als werkgever de 'beste omstandigheden', de medewerker 'organiseert' diens inzetbaarheid. Samen stemmen we dat af. Hoe we dit doen, willen we regelen in een aanvulling op de arbeidsovereenkomst in de vorm van een overeenkomst van inzetbaarheid.
Hierin wordt van beide partijen initiatief verwacht.”
(...)
Om bovenstaande ambitie mogelijk te maken, zoeken we naar het creëren van vitale werkrelaties tussen leidinggevenden en medewerkers en medewerkers onderling. Wederkerigheid tussen leidinggevenden en medewerkers en medewerkers onderling vormt zoals gezegd hierin steeds de essentie (‘de balans van geven en nemen’).
(...)
Het beleid is erop gericht dat leidinggevende en medewerker samen een goede analyse
van de situatie maken.”
7.2.
Paragraaf 1.3:
“Doelstelling Opdrachtgever:
• Waardevolle adviezen en inzichten opleveren om sturing te kunnen geven aan de directe (en duurzame) inzetbaarheid van medewerkers (mede aan de hand van eigen praktijkgericht
onderzoek en bijbehorende rapportages);
• De inzetbaarheid van medewerkers structureel verhogen naar een inzetbaarheidspercentage van 96% of hoger;
• Met Opdrachtnemer een partnership opbouwen om de inzetbare mogelijkheden optimaal te benutten zodat loonsancties voorkomen worden.”
7.3.
Het Programma van Eisen:
Eis 3.1.2.R
De Aanbestedende dienst kan aanvullend maatwerk op aanvraag met
betrekking tot de dienstverlening verwachten. Inzet, soort en eventuele kosten van een maatwerktraject worden in overleg tussen partijen bepaald.
Eis 3.1.3.D
De casemanager heeft een ondersteunende rol op afstand en belt de
verzuimende medewerker en/of diens leidinggevende gedurende de eerste zes weken van het verzuim om te verifiëren of het re-integratieproces volgens verwachting verloopt en stelt zo nodig een interventie voor. Is waar nodig een sparringpartner van de leidinggevende en arbo-coördinator van de Aanbestedende dienst.
7.4.
De Nota van Inlichtingen:
Vraag 1
“Het is ons opgevallen dat u in de documenten de basisgegevens niet kenbaar heeft gemaakt zoals:
- Aantal werknemers
- Arbeidsrechtelijke dienstverbanden (ambtenaren, niet ambtenaren, wsw etc)
- Verzuimpercentage op dit moment en eerdere jaren
- Verdeling van het verzuim in kort, middellang, lang en zeer lang
- Ziekmeldingsfrequentie
- Diagnosecode verdeling verzuimpercentage
De inzet is mede hierop gebaseerd en voor het doorrekenen van de kosten en daarmee een prijs voor u zijn deze gegevens nodig. Zijn bovenstaande gegevens aan te leveren ter
ondersteuning aan de inschrijving?”
Het antwoord van de Gemeente
“Aantal werknemers: Aantal medewerkers (peildatum 1-9-2024)
Aantal internen: 603 (ambtenaren)
Aantal externen: 310 (niet ambtenaren)
Aantal stagiaires: 4 (niet ambtenaren)
- Arbeidsrechtelijke dienstverbanden (ambtenaren, niet ambtenaren, wsw etc);
- Verzuimpercentage op dit moment en eerdere jaren
- Verdeling van het verzuim in kort, middellang, lang en zeer lang
- Ziekmeldingsfrequentie
Jaar 2021: KV 0.30%; MLV 0.72%; LV 3.20%; ELV 0.60% Totaal: 4.82% ZMF 0.63
Jaar 2022: KV 0.67%; MLV 0.96%; LV 4.73%; ELV 0.80% Totaal: 7.16% ZMF 0.88
Jaar 2023: KV 0.66%; MLV 0.83%; LV 3.24%; ELV 0.72% Totaal: 5.36% ZMF 0.83
Jaar 2024 tot 01-09-2024
KV 0.68%; MLV 0.85%; LV 3.91%; ELV 0.91% Totaal: 6.35% ZMF 0.99
- Diagnosecode verdeling verzuimpercentage: er zijn in genoemde jaren geen beroepsziektes geconstateerd door de bedrijfsarts. De registratie van codes t.a.v. aard en oorzaak van ziekte, is voorbehouden aan de bedrijfsarts en door de bedrijfsarts geregistreerd in het medisch dossier dat niet inzichtelijk is en hoort te zijn voor de opdrachtgever.”
Vraag 2
“In het document schetst u de rol van de casemanager als ondersteuner op afstand. Staat u open voor een andere positionering van de casemanager en bedrijfsarts bij inschrijving waarbij er meer aansluiting is op de visie van Gemeente Vlaardingen? Hierbij moet u bijvoorbeeld bij de inzet van de casemanager denken aan op locatie en naast de benoemde taken ook het ophalen van thema’s in de operatie (1*6 weken van het verzuim) en coachend naar leidinggevende in regie nemen in verzuim en faciliteren van de (verzuimende) werknemer. De bedrijfsarts bespreekt dit na afstemming met de casemanager met het hoger management zodat de beweging naar een betere positionering en wat nodig is kan worden bewaakt.”
Het antwoord van de Gemeente:
“Wij staan open voor de inzet van de casemanager gedurende de eerste 6 weken van het verzuim. Inclusief de coaching van leidinggevenden waar nodig. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat leidinggevenden op een coachende wijze worden ondersteund.”
Vraag 3
“U stelt dat Inzetbaarheid vooral wordt gezien als een ontwikkelvraagstuk. Kunt u beeld geven waar in het proces van ontwikkeling de Gemeente Vlaardingen zich begeeft? Staat de Gemeente Vlaardingen aan het begin van de ontwikkeling, is het al goed belegd of gaat dit inmiddels op een natuurlijke wijze? Dit zal mede bepalend zijn van het soort ondersteuning en hoeveelheid aan inzet. Daarnaast de vraag in het verlengde welk effect het leiderschapsontwikkeltraject voor leidinggevende heeft?”
Het antwoord van de Gemeente:
“Proces: Dit bevindt zich in de beginfase. Er is consensus over de gewenste ontwikkeling organisatie breed. Er volgt in het najaar een training om het gedachtegoed van verzuim naar inzetbaarheid aan alle leidinggevenden over te dragen en aansluitend de benodigde vaardigheden te oefenen.
Positie: in het jaar 2024 is een basis gelegd en deze zal in het jaar 2025 verder uitgewerkt en geborgd gaan worden. Hierbij is adequate ondersteuning vanuit de arbodienst gewenst.
Leiderschapsontwikkeltraject: leidinggevenden worden getraind in leiderschap. Verder
t.a.v. verzuim naar inzetbaarheid wordt op coachende wijze, niet vrijblijvend, getraind
en geoefend. Inclusief intervisie om elkaar te versterken en te verbinden.”
7.5.
Bijlage V Prijsformulier:
G-1
Prijs (incl. alle kosten) per medewerker
per jaar (excl.BTW)
€ ......................................
BTW percentage
........................................%
De prijs per medewerker is per jaar en is exclusief BTW(ongeacht de duur van het traject) en inclusiefallekosten, zoals salariskosten (ingehuurde) werknemers, algemene kosten, no-show, winst en risico, reis-uren en reiskosten. De prijs heeft betrekking op alle door opdrachtnemer in het kader van deze Overeenkomst te verrichten diensten. De opdrachtnemer is niet gerechtigd een vergoeding van reiskosten zoals reis-uren en/of kilometervergoeding separaat te factureren. Alle overige kosten die gemoeid gaan met de opdracht zijn voor rekening van de opdrachtnemer. In het uurtarief is de social returnbijdrage verwerkt.
Optioneel:
De onderstaande tarieven zijn optioneel en worden niet meegenomen in de weging. De aanbestedende dienst heeft hiermee geen afnameverplichting.
Product
All-in uurtarief (exclusief BTW)
Inzetbaarheidscoach
Arbeidsdeskundige
Arbeidsfysiotherapeut
(Organisatie) psycholoog

Voetnoten

1.HR 4 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2806
2.Zie artikel 1. (Definities) Arbeidsomstandighedenwet voor de definitie van een werknemer.