ECLI:NL:RBROT:2026:8014
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- L. den Teuling
- A.J. van der Velden
- Rechtspraak.nl
Voortzetting van ISD-maatregel na tussentijdse beoordeling door rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2026 uitspraak gedaan over een verzoek tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de ISD-maatregel die aan de veroordeelde was opgelegd op 12 juni 2024 voor de duur van twee jaar.
Tijdens de openbare zitting van 15 juni 2026 zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een deskundige gehoord. De officier van justitie stelde voor de maatregel voort te zetten, terwijl de veroordeelde wijziging van de invulling van het traject wenste, met name met betrekking tot uitstroom naar Begeleid Wonen.
De rechtbank oordeelde dat de wet geen wijziging van de invulling van de maatregel toestaat, maar alleen de voortzetting of beëindiging ervan. Gelet op de verklaring van de directeur van de inrichting en het feit dat nog steeds actief wordt gewerkt aan de doelen van het behandeltraject, acht de rechtbank voortzetting noodzakelijk. De keuzemogelijkheden van de veroordeelde zijn beperkt, vooral wat betreft het vinden van een passende woonplek.
De rechtbank concludeert dat beëindiging van de maatregel zou leiden tot onveiligheid en dat voortzetting zinvol is. Daarom wordt de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank besluit tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel omdat de doelen van het behandeltraject nog niet zijn bereikt en beëindiging onveiligheid zou veroorzaken.