ECLI:NL:RBROT:2026:80
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig hovenier, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering vanwege gezondheidsklachten die zijn arbeidsvermogen zouden beperken. Het UWV wees de aanvraag af, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd vastgesteld en aangepast na bezwaar. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor enkele andere functies met een inkomensverlies van circa 20,73%, wat onder de 35% grens voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ligt.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen onderschat zijn en dat hij de voorgestelde functies niet kan uitvoeren. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de beperkingen objectief zijn vastgesteld. De klachten van eiser en medicatiegebruik zijn in de FML meegenomen, en er is geen sprake van een situatie zonder benutbare mogelijkheden.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat zijn arbeidsongeschiktheid op 20,73% is vastgesteld, onder de 35% grens.