ECLI:NL:RBROT:2026:7874

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
10-098783-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging

De verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging samen met anderen op 23 december 2022 in Rotterdam, waarbij het slachtoffer meerdere malen werd geslagen en geschopt. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging vooral op camerabeelden uit een café, waarin een groep mannen het slachtoffer mishandelde. Een verbalisant verklaarde de verdachte te hebben herkend op de beelden.

De verdachte ontkende op de zitting dat hij op de beelden te zien was en dat hij geweld had gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de camerabeelden onvoldoende duidelijk waren om met redelijke zekerheid vast te stellen dat de verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld. De chaotische situatie en de bewegende personen maakten identificatie onzeker, waardoor de verklaring van de verbalisant niet doorslaggevend was.

Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij. De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, die nihil werden begroot. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 24 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor openlijke geweldpleging.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-098783-23
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Datum zitting: 10 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.C.A. Schulpen
Officieren van justitie: mrs. L.H. de Jong en J.B. Wooldrik
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaten van de benadeelde partij: mrs. A.R. Hamers. en R.V. Hamers, waarnemend voor mr. F.J.M. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - te Rotterdam samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon op 23 december 2022.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café] en/of op/aan de Witte de Withstraat, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande dat in vereniging gepleegde geweld uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het meermalen schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het naar de grond toebrengen van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het meermalen schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het trekken aan en/of duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
De officier van justitie baseert de bewezenverklaring voornamelijk op de beschrijving van camerabeelden van [café] in Rotterdam alwaar een groep mannen waar de verdachte bij hoorde het slachtoffer ernstig heeft mishandeld. De verbalisant die de camerabeelden heeft bekeken heeft geverbaliseerd dat hij de verdachte heeft herkend en dat hij heeft gezien dat de verdachte geweld tegen het slachtoffer heeft gebruikt. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij zichzelf niet herkent op deze beelden en dat hij geen geweld heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging. De rechtbank stelt namelijk vast dat op de camerabeelden moeilijk is vast te stellen wie wie is en dat er sprake is van een chaotische situatie waarin allerlei personen door elkaar bewegen. De rechtbank kan alles afwegende uiteindelijk niet met voldoende zekerheid uitsluiten dat de verbalisant zich heeft vergist en de verklaring van de verdachte klopt dat hij geen geweld heeft gebruikt. De verdachte wordt daarom vrijgesproken.

3.Vordering van de benadeelde partij

3.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 3.477,13 als vergoeding voor materiële schade, € 25.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 3000,- toekomstige, nog nader te onderbouwen schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

4.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.
Mrs. Spoormaker en Van Vliet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.