ECLI:NL:RBROT:2026:7838

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
10-061694-26, 10-047995-26 (ttz. gev.) en 10-060894-26 (ttz. gev.), TUL: 10-194455-25 en 10-257926-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 138 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor overtreden winkelverbod en winkeldiefstal met gevangenisstraf van zes weken

De verdachte heeft binnen twee weken driemaal een winkel betreden ondanks een opgelegd winkelverbod en heeft daarbij eenmaal lege flessen gestolen. Deze feiten zijn bewezen verklaard door de rechtbank Rotterdam op 12 juni 2026. De verdachte heeft een geschiedenis van soortgelijke delicten en kampt met verslaving en psychische problemen.

De rechtbank heeft de feiten gekwalificeerd als diefstal en wederrechtelijk binnendringen in besloten lokalen. Gezien de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf van zes weken opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De proeftijd van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf is verlengd met een nieuwe bijzondere voorwaarde gericht op dagbesteding.

De rechtbank heeft de gevorderde tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen afgewezen vanwege de problematiek van de verdachte, maar acht verlenging van de proeftijd en uitbreiding van de voorwaarden noodzakelijk om recidive te voorkomen en ondersteuning te bieden. Het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven omdat de opgelegde straf korter is dan de doorgebrachte detentietijd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf en verlenging van proeftijd met nieuwe bijzondere voorwaarde.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-061694-26, 10-047995-26 (ttz. gev.) en 10-060894-26 (ttz. gev.)
Parketnummers vorderingen tenuitvoerlegging (TUL): 10-194455-25 en 10-257926-25
Datum uitspraak: 12 juni 2026
Datum zitting: 12 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 op [geboorteland] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in Detentiecentrum [verblijfsplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. S. Ben Ahmed
Officier van justitie: mr. N. van der Meij
Kern van het vonnis
De verdachte is binnen twee weken tijd drie keer winkels binnengegaan terwijl hij voor die winkels een winkelverbod had. Bij een van die keren heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan diefstal. Hij deed dit telkens omdat hij in de winkels lege flessen wilde inleveren. De spullen die hij in een van de winkels stal waren lege flessen (die bij de sap-automaat stonden). De verdachte is verslaafd en heeft psychische problemen. Hij is al vele maken veroordeeld voor diefstallen e.d.
Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van zes weken opgelegd.
De proeftijd van een ingediende vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken wordt verlengd, met toevoeging van een nieuwe bijzondere voorwaarde.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – goederen heeft gestolen en driemaal wederrechtelijk een besloten lokaal is binnengedrongen.
De volledige tenlastelegging (hierna ook beschuldiging) houdt in dat de verdachte
Parketnummer 10-061694-26
1.
op of omstreeks 27 februari 2026 te Rotterdam één of meer flessen, in elk geval enige goederen, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn gevestigd aan [adres 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
op of omstreeks 27 februari 2026 te Rotterdam in het besloten lokaal gevestigd aan [adres 2] bij Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Parketnummer 10-047995-26
op of omstreeks 16 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal aan de [adres 3] bij Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Parketnummer 10-060894-26
op of omstreeks 24 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal [adres 4] bij de Lidl, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 18 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd worden bewezen verklaard.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs van de tenlastegelegde feiten. De tenlastegelegde feiten zijn door de verdachte bekend.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-061694-26
Feit 1
de verdachte op 27 februari 2026 te Rotterdam flessen die aan Albert Heijn gevestigd aan [adres 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Feit 2
de verdachte op 27 februari 2026 te Rotterdam in het besloten lokaal gevestigd aan [adres 2] , bij Albert Heijn in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Parketnummer 10-047995-26
de verdachte op 16 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal aan de [adres 3] , bij Albert Heijn in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 14 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die Albert Heijn ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Parketnummer 10-060894-26
de verdachte op 24 februari 2026 te Rotterdam, in het besloten lokaal [adres 4] , bij de Lidl in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 18 januari 2026 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-061694-26 feit 1
diefstal;
Parketnummers 10-061694-26 feit 2, 10-047995-26 en 10-060894-26, telkens
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de tenlastegelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf weken, met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Een gevangenisstraf van maximaal de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht is passend.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte is in twee weken tijd drie keer een winkel binnengegaan waarvoor hij een winkelverbod had. Hij deed dit om lege flessen in te leveren. Verder heeft hij in een van die winkels lege flessen die bij de sap-automaat stonden gestolen, met de bedoeling om die flessen voor statiegeld in te leveren.
De verdachte kreeg de winkelverboden omdat hij eerder diefstallen had gepleegd in de betreffende winkels. Om dat te voorkomen willen de eigenaren hem daar niet meer binnen hebben. De verdachte heeft hier lak aan gehad, wat hinderlijk is en voor overlast zorgt en hem er in een van de gevallen opnieuw toe heeft gebracht om te stelen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder meermaals onherroepelijk is veroordeeld, onder meer tot gevangenisstraffen, voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Verslavingsreclassering GGZ van 1 juni 2026 staat het volgende.
De verdenkingen passen in een patroon van eerdere veroordelingen in 2024 en 2025 voor soortgelijke feiten, te weten verwervingsdelicten om met name in het middelengebruik te kunnen voorzien. In oktober 2025 heeft de verdachte reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden opgelegd gekregen. Vanwege detentie is de start van de executie van dit toezicht verschoven naar eind december 2025. Daarna is het reclasseringstoezicht per half februari 2026 toegewezen aan een toezichthouder. Zij heeft echter geen contact met de verdachte kunnen leggen vanwege zijn dakloosheid. Zij heeft wel enige acties voor de verdachte ondernomen, waaronder het regelen van huisvesting. Nu de verdachte weer in beeld is en de verwachting is dat hij dit ook blijft, adviseert de reclassering om alsnog vorm te geven aan het eerder opgelegde reclasseringstoezicht. Daarbij is een aanvulling op de reeds geldende bijzondere voorwaarden gericht op dagbesteding passend. Na detentie is er een geschikte woonplek voor de verdachte beschikbaar bij de beschermde woonvorm [woonlocatie] van [zorginstelling] . Het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan is rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Ook is rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van zes weken opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

5.Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden opheffen, omdat de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf korter is dan de tijd die hij inmiddels in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze beslissing is afzonderlijk vastgelegd.

6.Vorderingen tot tenuitvoerlegging

6.1.
Vorderingen
De officier van justitie heeft twee vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij vonnissen van respectievelijk 30 juni 2025 en 3 oktober 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen van twee weken (parketnummer 10-194455-25) en vier weken (parketnummer 10-257926-25), omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering in de zaak met parketnummer 10-194455-25 moet worden afgewezen.
De vordering in de zaak met parketnummer 10-257926-25 moet worden afgewezen. De proeftijd moet worden verlengd en de bijzondere voorwaarden moeten worden gewijzigd.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering in de zaak met parketnummer 10-194455-25 moet worden afgewezen. De vordering in de zaak met parketnummer 10-257926-25 moet worden afgewezen en de proeftijd moet worden verlengd zodat de bijzondere voorwaarden blijven gelden en de nieuw voorgestelde bijzondere voorwaarde hieraan kan worden verbonden.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
De nu bewezen feiten zijn tijdens de beide proeftijden gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de beide voorwaardelijke veroordelingen verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zal plegen.
De rechtbank ziet toch af van de gevorderde tenuitvoerleggingen, omdat dit gelet op de problematiek van de verdachte niet passend is. Beide vorderingen worden dus afgewezen.
Het is wel nodig de proeftijd in de zaak met parketnummer 10-257926-25 te verlengen met 1 jaar en de bijzondere voorwaarden uit te breiden. Dit is van belang om de verdachte de verdere ondersteuning te bieden die hij nodig heeft. De reclasseringsinstelling die belast is met het toezicht op de bijzondere voorwaarden wordt gewijzigd en als bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd dat de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van een dagbesteding.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf is gebaseerd op de artikelen 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-061694-26 en de feiten in de zaken met de parketnummers 10-047995-26 en 10-060894-26, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van zes weken;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-194455-25)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 30 juni 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-257926-25)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 3 oktober 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;
verlengt de proeftijd van de bij dit vonnis opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar;
wijzigt de voorwaarden verbonden aan de in dit vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, als volgt:
  • in de eerste voorwaarde wordt ‘
  • de volgende bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd: ‘

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mrs. L. Feraaune en H. Wielhouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 juni 2026.
Mrs. L. Feraaune en H. Wielhouwer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.