ECLI:NL:RBROT:2026:7834

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
12016550 CV EXPL 25-26898
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 RvArt. 242 RvArt. 237 RvArt. 6:44 lid 1 BWArtikel 43 van de algemene voorwaarden
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding leaseovereenkomsten en betaling openstaande leasetermijnen na verduistering auto

De zaak betreft de ontbinding van twee leaseovereenkomsten tussen eiseres en gedaagde voor een Volkswagen Golf en een Mercedes-Benz Sprinter. Gedaagde betaalde de leasetermijnen niet, waarop eiseres de overeenkomsten beëindigde en betaling en teruggave van de auto's vorderde.

Gedaagde stelde dat de Volkswagen Golf was verduisterd en wilde afspraken maken over betaling van de Mercedes-Benz. Eiseres handhaafde haar vorderingen en stelde dat verduistering de betalingsverplichting niet opheft. De kantonrechter wees de vorderingen toe en verklaarde de overeenkomsten beëindigd.

Gedaagde moet de auto's binnen 72 uur inleveren, met een dwangsom voor de Mercedes-Benz bij niet-naleving. Voor de Volkswagen Golf, die gestolen is, wordt geen dwangsom opgelegd, maar de inleverplicht blijft bestaan. Daarnaast moet gedaagde € 34.251,94 betalen aan achterstallige leasetermijnen, schadevergoeding, incassokosten en rente. Proceskosten van € 2.881,35 worden eveneens aan gedaagde opgelegd.

Uitkomst: De leaseovereenkomsten zijn ontbonden, gedaagde moet de auto's inleveren en € 34.251,94 plus rente en kosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12016550 CV EXPL 25-26898
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] (gemeente [gemeente] ),
eiseres in de hoofdzaak en het incident,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak en het incident,
vertegenwoordigd door: [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 26 november 2025, met bijlagen;
  • het antwoord van 15 januari 2026, met bijlagen;
  • de repliek van 12 maart 2026, met bijlage.
1.2.
[gedaagde] heeft de kans gekregen om te reageren op de repliek van [eiseres] , maar heeft dit niet gedaan. De kantonrechter heeft daarna bepaald dat zij vonnis wijst.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft van [eiseres] twee auto’s geleased: een Volkswagen Golf en een Mercedes-Benz Sprinter. [gedaagde] moest elke maand een leasebedrag aan [eiseres] betalen en heeft dat niet gedaan. [eiseres] heeft daarom de overeenkomsten beëindigd. Zij eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt de auto’s terug te geven, de achterstand te betalen en de schade van [eiseres] te vergoeden.
2.2.
[gedaagde] geeft aan dat de Volkswagen Golf is verduisterd. Zij wil graag met [eiseres] om de tafel om afspraken te maken. Daarnaast benoemt [gedaagde] de maandelijkse leasetermijnen voor de Mercedes-Benz weer te betalen aan [eiseres] .
2.3.
[eiseres] heeft hierop gereageerd door aan te geven dat de verduistering van de Volkswagen Golf [gedaagde] niet ontslaat van haar betalingsverplichtingen. [eiseres] bevestigt verder dat [gedaagde] maandelijks bedragen betaalt, maar zegt ook dat de overeenkomst inmiddels is beëindigd en zij dus niet langer de auto wil leasen aan [gedaagde] . [eiseres] handhaaft dan ook haar vorderingen.
2.4.
De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd.
De kantonrechter komt niet toe aan de voorlopige voorziening
2.5.
De kantonrechter wijst de voorlopige voorziening die [eiseres] vordert af, omdat in dit vonnis een eindbeslissing wordt gegeven. [1]
De kantonrechter verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomsten zijn beëindigd
2.6.
De gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomsten voor de twee auto’s zijn beëindigd, wordt toegewezen. [gedaagde] geeft toe dat zij enkele leasetermijnen niet (op tijd) heeft betaald, vanwege de tegenslagen die zij heeft gehad. [eiseres] heeft [gedaagde] meerdere keren aangeschreven over de achterstallige leasetermijnen, waarna geen betaling volgde. [eiseres] mocht de overeenkomsten dan ook op 13 augustus 2025 beëindigen. [2]
2.7.
Dat [gedaagde] aan de kantonrechter heeft laten zien dat zij sinds november 2025 weer de maandelijkse leasetermijnen betaalt voor de Mercedes-Benz Sprinter, maakt dit oordeel niet anders. De huurkoopovereenkomsten waren op dat moment namelijk al door [eiseres] beëindigd.
[gedaagde] moet de Volkswagen Golf en de Mercedes-Benz Sprinter inleveren
2.8.
Omdat de overeenkomsten zijn beëindigd, moet [gedaagde] de auto’s teruggeven aan [eiseres] . De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom om binnen 72 uur na betekening van dit vonnis de auto’s bij [eiseres] in te leveren. Als [gedaagde] de Mercedes-Benz Sprinter niet op tijd inlevert, dan moet zij aan [eiseres] een dwangsom betalen. De kantonrechter stelt de dwangsom per dag vast op een bedrag dat zij redelijk vindt.
2.9.
De kantonrechter wijst de dwangsom die wordt gevorderd voor het geval de Volkswagen Golf niet op tijd wordt ingeleverd echter af, omdat deze auto is verduisterd. [eiseres] heeft bevestigd dat de auto is gestolen. Dit maakt het inleveren van de auto op dit moment niet mogelijk. Een dwangsom verbinden aan deze veroordeling vindt de kantonrechter dan ook niet redelijk. Het komt voor rekening en risico van [gedaagde] dat de auto is verduisterd. De verplichting om de Volkswagen Golf in te leveren, als deze nog wordt gevonden, blijft daarom staan en wordt wel toegewezen.
2.10.
Als [gedaagde] de auto’s niet vrijwillig inlevert en [eiseres] kosten moet maken voor het innemen van de auto’s en het doen van aangifte, dan moet [gedaagde] deze kosten ook betalen aan [eiseres] . De kosten voor het innemen van de auto’s zijn € 1.040,60 per auto en de kosten voor het doen van aangifte zijn € 217,80. [gedaagde] heeft deze kosten niet betwist. De kantonrechter geeft ook hier aan [eiseres] in overweging mee dat de Volkswagen Golf gestolen is. Pas wanneer deze auto is gevonden en niet door [gedaagde] zelf wordt ingeleverd, dan heeft het zin om kosten te maken voor het innemen van de auto.
[gedaagde] moet € 34.251,94 aan [eiseres] betalen
2.11.
De kantonrechter wijst de gevorderde bedragen toe. Hieronder wordt dit uiteengezet.
2.12.
De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom van € 33.219,33 toe. Deze hoofdsom bestaat uit de achterstallige leasetermijnen voor beide auto’s tot en met juli 2025 (ruim vier maanden) en de resterende leasetermijnen aan schadevergoeding omdat de overeenkomsten vroegtijdig zijn beëindigd. [3] [gedaagde] betwist niet dat zij deze hoofdsom moet betalen.
2.13.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 1.107,19 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop [eiseres] recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [4] [eiseres] heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.
2.14.
De gevorderde contractuele rente van 1,5% wordt toegewezen. [gedaagde] heeft ook deze post niet betwist. In de hoofdsom wordt dan ook een bedrag van € 1.135,14 aan rente meegenomen. Dit is de verschenen rente tot 17 november 2025.
2.15.
[gedaagde] heeft € 1.209,72 betaald aan [eiseres] . Dit strekt eerst in mindering op de kosten, de verschenen rente en pas daarna op de hoofdsom en de lopende rente. [5] Hetzelfde geldt voor de (maandelijkse) bedragen die [gedaagde] na de dagvaarding heeft betaald.
2.16.
In totaal moet [gedaagde] aan [eiseres] € 33.219,33 + € 1.107,19 + € 1.135,14 - € 1.209,72 = € 34.251,94 betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.17.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. [6] De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres] op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 1.154,00 (2 punten x € 577,00) aan salaris voor de gemachtigde en het maximale bedrag van € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.881,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomsten tussen de partijen over de Volkswagen Golf met het kenteken [kentekennummer 1] en de Mercedes-Benz Sprinter met het kenteken [kentekennummer 2] zijn beëindigd;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om de Volkswagen Golf en de Mercedes-Benz Sprinter binnen 72 uur nadat dit vonnis is betekend af te geven aan [eiseres] of aan iemand die door [eiseres] is aangewezen en bepaalt dat als [gedaagde] de Mercedes-Benz Sprinter niet afgeeft dat zij aan [eiseres] een dwangsom moet betalen van € 500,00 per dag met een maximum van € 15.000,00;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 34.251,94 met de contractuele rente van 1,5% per maand over € 33.219,33 vanaf 17 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald en bepaalt dat als [gedaagde] de auto’s inlevert en [eiseres] de auto’s verkoopt, de opbrengst afgaat van het bedrag dat [gedaagde] moet betalen;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.040,60 aan kosten per auto als [gedaagde] de auto’s niet op tijd afgeeft en [eiseres] deze moet innemen;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 217,80 aan kosten als [gedaagde] de auto niet op tijd afgeeft en [eiseres] aangifte moet doen bij de politie;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 2.881,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als dit bedrag nadat dit vonnis is betekend niet wordt betaald binnen de termijn die de deurwaarder noemt;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Artikel 43 van Pro de algemene voorwaarden bij beide huurovereenkomsten.
3.Artikel 43 van Pro de algemene voorwaarden bij de beide overeenkomsten.
4.Artikel 242 Rv Pro.
5.Artikel 6:44 lid 1 BW Pro.
6.Artikel 237 Rv Pro.