ECLI:NL:RBROT:2026:7825
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en wrakingsverbod bij herhaald wrakingsverzoek tegen rechters
Verzoeker diende op 3 juni 2026 een wrakingsverzoek in tegen een rechter in een kantonzakenprocedure. Dit eerste verzoek werd op 15 juni 2026 door de wrakingskamer afgewezen, waarmee de behandeling van dat verzoek was beëindigd.
Op dezelfde dag, na de uitspraak, diende verzoeker een tweede wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer zelf. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het werd ingediend nadat de wrakingskamer haar einduitspraak had gedaan, waardoor het doel van wraking niet meer kon worden bereikt.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte door herhaaldelijk wrakingsverzoeken in te dienen met het doel het vonnis van de rechter aan te tasten. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd, waardoor toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in verband met deze zaken niet meer in behandeling worden genomen.
De beslissing werd op 26 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het tweede wrakingsverzoek en een wrakingsverbod is opgelegd wegens misbruik van het wrakingsmiddel.