ECLI:NL:RBROT:2026:782
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging belaging en vrijspraak bedreiging schoolmedewerker
De verdachte werd beschuldigd van het stelselmatig belagen van medewerkers van een school door het versturen van vele e-mails in de periode van december 2024 tot januari 2025, en van het bedreigen van een medewerker via een e-mail in januari 2025.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was in de vervolging van de belaging omdat niet was voldaan aan het klachtvereiste van artikel 285b, tweede lid, Sr. De klacht was ingediend door de directrice van de school, maar zij was niet uitdrukkelijk gevolmachtigd door de medewerkers die belaagd werden, en er waren geen klachten van de medewerkers zelf.
Ten aanzien van de bedreiging sprak de rechtbank de verdachte vrij omdat de uitlatingen niet kwalificeerden als een bedreiging met de dood of zware mishandeling.
De voorlopige hechtenis van de verdachte werd opgeheven, die eerder was geschorst. De dagvaarding werd geldig verklaard, maar de vervolging van belaging niet ontvankelijk en de verdachte vrijgesproken van bedreiging.
Uitkomst: Het OM is niet-ontvankelijk in de vervolging van belaging en de verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging.