ECLI:NL:RBROT:2026:78
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid terecht
Eiser, voormalig medewerker verkoop, meldde zich ziek in maart 2020 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag in mei 2022 af wegens een arbeidsongeschiktheid van 0,0%. Na een toename van beperkingen in juni 2022 werd tijdelijk volledige arbeidsongeschiktheid vastgesteld tot oktober 2022, waarna de belastbaarheid weer op het eerdere niveau was.
Het UWV beëindigde de uitkering per januari 2024 omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege artrose en mogelijk CTS, en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de belastbaarheid juist had vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de functies passend waren, met voldoende begeleiding aanwezig.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan binnen zes weken hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.