Uitspraak
1.Tenlastelegging
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
opzettelijk
een ander, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of een of meer onbekend
gebleven personen
van het leven te beroven,
- meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2]
en/of [slachtoffer 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen heeft geschoten en/of
- (op korte afstand) met een vuurwapen in de buik, althans het lichaam, van die
[slachtoffer 1] heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.Geldigheid van de dagvaarding
3.Bewijs
FARR-verklaring [4] Betreffende [slachtoffer 1]
Informatie ontvangen van de spoedeisende hulp van het Erasmus MC betreffende consult op 27-12-2025 en de aansluitende opname tot en met 19-01-2026. Lopend zich gemeld in het lkazia ziekenhuis.
Een wond in de bovenbuik en een wond op de ruig, respectievelijk geduid als inschotwond en uitschotwond.
CT: leverbeschadiging met actieve bloeding slagaderlijke bloeding in linker en rechter leverkwab.
Gebroken rib 10, rechts.
Er is een 'vreemd voorwerp' in de darm.
Er is lekkage van gal.
Er ontstond nog vocht onder in de rechter long.
Betrokkene werd geïntubeerd (beademingstube ingebracht) om dieper te kunnen verdoven wegens zijn onrust en derhalve niet kunnen stilliggen op de interventietafel. De ingreep bestond uit het bekijken van letsels en stoppen (sealen) van bloedingen. Er werd een drain in de galblaas achter gelaten.
Betrokkene verbleef kortdurend op de Intensive Care.
Betrokkene kreeg nog drains voor afvloed vocht bij de longen en bij de lever.
Bij ongecompliceerd beloop minimaal twee maanden. Het betreft hier potentieel dodelijk letsel.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering van de benadeelde partijen
materiëleschade oordeelt de rechtbank, gelet op de vele stukken ter onderbouwing, dat de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest om hierop gedegen verweer te kunnen voeren en het strafproces onevenredig wordt belast als de zaak in verband hiermee moet worden aangehouden.
immateriëleschade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waardoor hij op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van zijn immateriële schade.
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 25.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
141 (honderdeenenveertig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.