Uitspraak
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding
3.Bewijs
Proces-verbaal van de politie [1] Op maandag 9 maart 2026, belde ik, aan bij de woning op [adres] in Rotterdam. Een man deed de deur open. Dit bleek later [persoon A] te zijn.
- stekker uit het drugslab in het stopcontact van zijn hal zat.
- hij voor de plaat ging staan en toen de plaat vermoedelijk door [verdachte] naar voren geduwd werd tijdens onze komst, hij dit verbloemde met het feit dat hij tegen de plaat schopte.
- hij vooraf toen wij het lab betraden erg zenuwachtig vertelde dat dit stuk van de woning niet van hem was en hij dit verhuurde.
- dat er twee veiligheidsbrillen in de hal van [persoon A] hingen met hetzelfde soort fijnstof erop dat [verdachte] op zijn kleding had.
- wij in de tuin het gesuis hoorde van de afzuiging uit het drugslab, dus hij dit ongetwijfeld ook gehoord moet hebben.
- wij in de tuin een pan aantroffen van hetzelfde soort als uit het drugslab afkomstig.
Verklaring van verdachte op de terechtzitting van 11 juni 2026
Proces-verbaal van Landelijke Faciliteit Ontmantelen van de politie [3] Op maandag 9 maart 2026, heb ik een onderzoek ingesteld aan goederen en chemicaliën, welke waren aangetroffen op locatie [adres] te Rotterdam.
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk
meermalen,
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden,
te weten
- het opzettelijk bewerken
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten een grote
hoeveelheid heroïne zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet
behorende lijst I,
voorwerpen
enstoffen voorhanden heeft gehad te weten
- een of meer (grote) hoeveelheden coffeïne, paracetamol en kleurstoffen
- gasflessen welke aangesloten stonden aan een kookstel met daarop grote ketels
met inhoud en zakken
met een onbekende poeder,
- zeven en ventilator en meerdere pannen en afzuiginstallatie en
- een garage
waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat die
bestemd waren tot het plegen van dat feit.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;