Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- i) de volledige voor- en achternaam/-namen;
- ii) het adres/de adressen;
- iii) het e-mailadres/de e-mailadressen;
[4051/3726/2009]
Rechtbank Rotterdam
HBL verzoekt de rechtbank om KPN te bevelen persoonsgegevens van een klant die een specifiek IP-adres gebruikte, te verstrekken. Dit verzoek is ingegeven door het plaatsen van circa 100 lasterlijke en smadelijke nepreviews over HBL op diverse websites sinds 2025, die ernstige reputatieschade veroorzaken. HBL kan de verantwoordelijke persoon niet identificeren zonder deze gegevens.
KPN heeft geen bezwaar tegen openbaarmaking van de gegevens mits een bevoegde rechtbank dit gerechtvaardigd acht en verzoekt om een belangenafweging tussen het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting van de klant enerzijds en het belang van HBL anderzijds. De rechtbank toetst het verzoek aan de vereisten van artikel 194 en Pro 197 Rv.
De rechtbank oordeelt dat HBL voldoende belang heeft bij inzage van een beperkt deel van de gevraagde gegevens, namelijk de volledige naam, het adres en e-mailadres van de klant die het IP-adres op 21 april 2022 toegewezen kreeg. Het verzoek tot verstrekking van overige gegevens zoals telefoonnummer, bankgegevens en abonnementsinformatie wordt afgewezen wegens onvoldoende belang.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van HBL om op te treden tegen de onrechtmatige publicaties zwaarder weegt dan het privacybelang van de klant. KPN wordt bevolen binnen veertien werkdagen de gevraagde gegevens te verstrekken, waarbij HBL de kosten draagt. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt KPN om binnen veertien werkdagen de volledige naam, het adres en e-mailadres van de klant die het IP-adres gebruikte aan HBL te verstrekken en wijst het overige verzoek af.