ECLI:NL:RBROT:2026:7692

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
10-331523-25, 10-264939-25 en 10-058891-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplichtigheid ontploffing, mishandeling, bedreiging, oplichting en diefstal met valse sleutel

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van medeplegen van een ontploffing, maar veroordeeld voor medeplichtigheid aan deze ontploffing, mishandeling van zijn moeder en zus, bedreiging van zijn moeder, oplichting door babbeltrucs en diefstal met valse sleutels. De feiten vonden plaats tussen juli en december 2025 in diverse plaatsen in Nederland.

De verdachte heeft zijn moeder en zus mishandeld en zijn moeder bedreigd met de dood. Daarnaast heeft hij samen met anderen meerdere oudere slachtoffers opgelicht door zich voor te doen als politie of beveiligingsmedewerker, waarna sieraden, geld en andere waardevolle goederen werden ontvreemd. Ook heeft hij geld gestolen met valse sleutels en pinpassen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder psychische problematiek en een hoog recidiverisico. De straf bestaat uit 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding.

De rechtbank kende aan de benadeelde partijen materiële schadevergoedingen toe, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel waarbij gijzeling kan worden toegepast. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk samen met mededaders. De straf en maatregelen zijn gebaseerd op diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-331523-25, 10-264939-25 en 10-058891-26 (gevoegd op de zitting)
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Datum zitting: 3 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. J.A.J. Brahm
Officier van justitie: mr. R.E.J. Planken
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met een ander bij een winkelpand stukken vuurwerk met daaraan een fles brandbare vloeistof heeft geplaatst en tot ontploffing heeft gebracht. Daarnaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij zijn moeder en zus heeft mishandeld en zijn moeder heeft bedreigd. Ook wordt hij beschuldigd van het medeplegen van oplichting en diefstal in vereniging door middel van valse sleutels. Voor de leesbaarheid zijn de feiten van drie dagvaardingen in dit vonnis doorgenummerd.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1. primair
hij op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door een of meer stuk(ken) vuurwerk met daaraan een fles brandbare vloeistof aan het pand aan [adres] te bevestigen en/of voor dit pand te plaatsen en deze tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
  • gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten het pand aan [adres] en/of omliggende winkelpanden en/of woningen te duchten was en/of
  • levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten of bewoners van de omliggende woningen en/of daar aanwezig zijnde personen en/of toevallige passanten te duchten was;
subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door een of meer stuk(ken) vuurwerk met daaraan een fles brandbare vloeistof aan het pand aan [adres] te bevestigen en/of voor dit pand te plaatsen en deze tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
  • gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten het pand aan [adres] en/of omliggende winkelpanden en/of woningen te duchten was en/of
  • levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten of bewoners van de omliggende woningen en/of daar aanwezig zijnde personen en/of toevallige passanten te duchten was bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte]
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door meermalen, althans eenmaal, tegen het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan.
3.
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld, door meermalen, althans eenmaal, tegen/op het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan, terwijl verdachte dit misdrijf begin tegen zijn moeder.
4.
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: “ik ga jullie allemaal doodmaken” en/of “ik ga je vermoorden”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2025 tot en met 2 december 2025 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, Zwijndrecht, Alblasserdam, Vlaardingen, Delft, Geervliet, Rijswijk, Maassluis en/of Zwaag, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere personen, te weten: [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meerdere goederen en/of gegevens: sieraden, sieradenkistjes (met inhoud) pinpassen, waardepapieren (identiteitskaarten), Ipad's, een of meerdere contante geldbedragen (van ongeveer €150, €210 en/of €50)), E.dentifiers en/of pincodes, door (telkens) aan die [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10]
  • zich telefonisch voor te doen als zijnde een medewerker van de Politie en (daarbij) 'POL-nummers' en/of dienstnummers te benoemen
  • mede te delen dat er verdachten waren aangehouden die vuurwapengevaarlijk en/of agressief zouden zijn en/of bij die verdachten gegevens van voornoemde personen waren aangetroffen en/of die verdachten achter sieraden aan zouden zitten
  • mede te delen dat er een (politie)collega bij hen zou langs komen om foto's van de sieraden te maken voor de verzekering en/of de sieraden veilig te stellen en/of een veiligheidsband met een noodknop langs te brengen
  • bij de woning van voornoemde personen langs te gaan, een 'POL-nummer' en/of dienstnummer te benoemen en/of een politielegitimatiebewijs te tonen en/of zich voor te doen als de wijkagent genaamd ' [naam] ' en/of (vervolgens) naar de
  • zich telefonisch voor te doen als zijnde een medewerker van de ABN AMRO en/of mede te delen dat door een Duitse bank geprobeerd was om geld van de rekening van die [slachtoffer 11] te halen en/of dit voorkomen kan worden en daarvoor de bankpas
  • zich (telefonisch) voor te doen als zijnde een medewerker van een beveiligingsbedrijf en/of daarbij aan te geven dat er in de buurt van die voornoemde personen veel wordt gestolen en/of (vervolgens) te vragen aan voornoemde personen of zij sieraden hebben en/of zich naar de woning van die voornoemde personen te begeven en/of naar de goederen en/of gegevens te vragen en/of de goederen en/of gegevens mee te nemen.
6
hij in of omstreeks de periode van 14 november 2025 tot en met 24 november 2025 te Schiedam, Pijnacker, Rotterdam en/of Maassluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
  • een geldbedrag van ongeveer € 1.114,50 toebehorend aan [slachtoffer 8]
  • een geldbedrag van ongeveer € 1.085,95 toebehorend aan [slachtoffer 10] en/o
  • een geldbedrag van ongeveer € 4.000 toebehorend aan [slachtoffer 11] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel door geld op te nemen met een bankpas en bijbehorende pincodes op naam van die [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1. De verdediging heeft zich ten aanzien van de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1 primair
Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte als medepleger van de ontploffing kan worden aangemerkt, omdat niet is komen vast te staan dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan de ontploffing van voldoende gewicht was om te kunnen spreken van medeplegen. De verdachte heeft de uitvoerder van de ontploffing naar de plaats van het misdrijf gereden en hem vervolgens na de ontploffing weer weggebracht. Dit zijn gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht. Er is geen sprake van aanvullende feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de verdachte toch als medepleger moet worden beschouwd. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
1. subsidiair
[medeverdachte] op 29 november 2025 te Rotterdam opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door meer stukken vuurwerk met daaraan een fles brandbare vloeistof aan het pand aan [adres] te bevestigen en/of voor dit pand te plaatsen en deze tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
  • gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand aan [adres] en/of omliggende winkelpanden en/of woningen te duchten was bij welk misdrijf verdachte op 29 november 2025 te Rotterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door die [medeverdachte]
  • per auto naar de plaats van het misdrijf te brengen en
  • (na de explosie) per auto van de plaats van het misdrijf weg te vervoeren.
2.
op 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] te slaan.
3.
op 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door eenmaal tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan, terwijl verdachte dit misdrijf begin
gtegen zijn moeder.
4.
op 23 juli 2025 te Schiedam, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: “ik ga jullie allemaal doodmaken” en “ik ga je vermoorden”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
5.
in de periode van 3 november 2025 tot en met 2 december 2025 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, Zwijndrecht, Alblasserdam, Vlaardingen, Delft, Geervliet, Rijswijk, Maassluis en Zwaag, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen, te weten: [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, , te weten de afgifte van een of meerdere goederen en/of gegevens: sieraden, sieradenkistjes (met inhoud) pinpassen, waardepapieren (identiteitskaarten), Ipad's, een of meerdere contante geldbedragen (van ongeveer €150, €210 en/of €50), E.dentifiers en/of pincodes, door telkens aan die [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10]
  • zich telefonisch voor te doen als zijnde een medewerker van de Politie en daarbij 'POL-nummers' en/of dienstnummers te benoemen;
  • mede te delen dat er verdachten waren aangehouden die vuurwapengevaarlijk en/of agressief zouden zijn en/of bij die verdachten gegevens van voornoemde personen waren aangetroffen en/of die verdachten achter sieraden aan zouden zitten,
  • mede te delen dat er een (politie)collega bij hen zou langs komen om foto's van de sieraden te maken voor de verzekering en/of de sieraden veilig te stellen en/of een veiligheidsband met een noodknop langs te brengen
  • bij de woning van voornoemde personen langs te gaan, een 'POL-nummer' en/of dienstnummer te benoemen en/of een politielegitimatiebewijs te tonen en/of zich voor te doen als de wijkagent genaamd ' [naam] ' en/of naar de
door aan die [slachtoffer 11]
  • zich telefonisch voor te doen als zijnde een medewerker van de ABN AMRO en mede te delen dat door een Duitse bank geprobeerd was om geld van de rekening van die [slachtoffer 11] te halen en/ dit voorkomen kan worden en daarvoor de bankpas
  • zich voor te doen als zijnde een medewerker van een beveiligingsbedrijf en daarbij aan te geven dat er in de buurt van die voornoemde personen veel wordt gestolen en/of te vragen aan voornoemde personen of zij sieraden hebben en/of zich naar de woning van die voornoemde personen te begeven en/of naar de goederen te vragen en de goederen mee te nemen.
6.
in of omstreeks de periode van 14 november 2025 tot en met 24 november 2025 te Schiedam, Pijnacker, Rotterdam en Maassluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen
- een geldbedrag van ongeveer € 1.114,50 toebehorend aan [slachtoffer 8] ,
  • een geldbedrag van ongeveer € 1.085,95 toebehorend aan [slachtoffer 10] en
  • een geldbedrag van ongeveer € 4.000 toebehorend aan [slachtoffer 11] , dat geheel aan [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel door geld op te nemen met een bankpas en bijbehorende pincodes op naam van die [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] , tot welk gebruik verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd was.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1. subsidiair
medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
2
mishandeling;
3
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder;
4
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
5
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
6
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft, door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht aan de verdachte een straf op te leggen met een groot voorwaardelijk strafdeel, zodat de bijzondere voorwaarden die gericht zijn op behandeling en begeleiding kunnen worden opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende ernstige strafbare feiten. Allereerst heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een ontploffing. De eigenaar van het winkelpand waar het explosief is geplaatst is geschrokken. Ook leidt zo’n ontploffing voor omwonenden in het bijzonder en in algemene zin in de samenleving tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. Daarnaast heeft de verdachte zijn moeder en zijn zus geslagen en zijn moeder met de dood bedreigd. Door de mishandeling van zijn moeder en zijn zus heeft hij hen pijn en letsel toegebracht. Ook heeft hij zijn moeder door haar te bedreigen angst en vrees aangejaagd. Tot slot heeft de verdachte samen met anderen tien personen opgelicht door middel van babbeltrucs en heeft hij vervolgens van drie personen geld gestolen door geld te pinnen met de afhandig gemaakte pinpassen. Het gaat in alle tien gevallen om kwetsbare, oudere slachtoffers die werden benaderd door iemand die zich voordeed als agent of beveiliger. Deze persoon maakte misbruik van het vertrouwen van de slachtoffers om hun vervolgens sieraden en geld afhandig te maken. Uit de aangiften en de toelichtingen op de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt dat het handelen van de verdachte grote impact op de levens van de slachtoffers heeft gehad. Bij de slachtoffers zijn sieraden gestolen die hun dierbaar zijn en waaraan zij emotioneel zeer gehecht waren, zoals trouwringen en familie-erfstukken. Met de diefstal zijn de slachtoffers niet alleen hun spullen kwijt, maar ook de herinneringen die hieraan verbonden zijn. Daarnaast heeft het ook psychische gevolgen voor de slachtoffers: deze zijn angstig en wantrouwend geworden en verwijten zij het zichzelf dat zij in de babbeltruc zijn getrapt.
De verdachte heeft puur uit financieel gewin gehandeld en heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen daarvan voor de slachtoffers.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
-
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
-
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 22 mei 2026 staat het volgende. De verdachte heeft problemen op meerdere leefgebieden zoals huisvesting, dagbesteding, financiën, middelengebruik, sociaal netwerk en psychosociaal functioneren.
In het verleden is een gedragsstoornis en een verstandelijke beperking bij de verdachte vastgesteld. Anderhalf jaar geleden zou de verdachte psychotisch zijn geweest en sindsdien wordt hij daarvoor behandeld. In juli 2025 is de thuissituatie van de verdachte geëscaleerd als gevolg van het stoppen van zijn medicatie. De verdachte is hierna bij zijn vriendin gaan wonen. In oktober 2025 bleek de verdachte niet meer in staat om te werken en vanaf november lijkt hij actief in een crimineel netwerk.
Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie middelengebruik, ambulante behandeling met een mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen, dagbesteding en beheersing middelengebruik.
Overige persoonlijke omstandigheden
Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij aan alle bijzondere voorwaarden wil meewerken.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank heeft in de eerste plaats rekening gehouden met de rol van de verdachte bij de strafbare feiten. De verdachte lijkt niet de organisator/initiator van de ontploffing en de babbeltrucs maar lijkt te worden aangestuurd van bovenaf. In de tweede plaats heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het dossier blijkt van psychische problematiek bij de verdachte, dat in ieder geval van grote invloed is geweest op de mishandelingen en de bedreiging.
De rechtbank komt alles afwegende uit op een gevangenisstraf met een totaalduur van 24 maanden. Daarvan wordt 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De totaalduur van de straf doet recht aan het element van leedtoevoeging dat gelet op de ernst van de feiten niet kan en mag ontbreken in de straf. De totaalduur komt ook tegemoet aan de strafdoelen van preventie. De verdachte moet goed begrijpen dat bij herhaling in de toekomst het vergeldingsdeel in de straf steeds groter zal zijn en dat daarnaast een voorwaardelijke straf van 12 maanden boven zijn hoofd hangt.
Dat een groot deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk is, biedt de verdachte de kans om het anders te gaan doen. Daarbij wordt hij geholpen door de algemene en bijzondere voorwaarden. De algemene voorwaarde waarschuwt hem. Als hij weer in de fout gaat en strafbare feiten pleegt, kan het voorwaardelijke deel van 12 maanden gevangenisstraf alsnog worden tenuitvoergelegd. De bijzondere voorwaarden moeten de verdachte ook helpen om het niet zover te laten komen. Houdt hij zich niet aan deze bijzondere voorwaarden, dan kan ook de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf volgen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5.Vorderingen van de benadeelde partijen

Vorderingen
In deze procedure hebben zich de volgende benadeelde partijen gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
  • [benadeelde partij 1] ;
  • [benadeelde partij 2] en
  • [benadeelde partij 3] .
De vordering van [benadeelde partij 1]
heeft als benadeelde partij voor feit 5 € 10.000,- als vergoeding voor materiële schade en € 180,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt verdediging
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 gepleegde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding voor de aanschaf van de videodeurbel merkt de rechtbank aan als materiële schade. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 10.180,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
De vordering van [benadeelde partij 2]
heeft als benadeelde partij voor de feiten 5 en 6 € 1.314,50 als vergoeding voor materiele schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt verdediging
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 5 en 6 gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte
€ 1.314,50 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
De vordering van [benadeelde partij 3]
heeft als benadeelde partij voor feit 5 € 13.512,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt verdediging
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte
€ 13.512,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe bij [benadeelde partij 1] vanaf 3 november 2025, bij [benadeelde partij 2] vanaf 14 november 2025 en bij [benadeelde partij 3] vanaf 17 november 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 180 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 48, 49, 57, 157, 285, 300, 304, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4, 5 en 6, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 24 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
12 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de forensische afdeling van GGZ [locatie] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek (psychose). Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
3. de verdachte verblijft in een instelling voor begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van (onbetaalde) arbeid. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
5. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak wordt gecontroleerd;
6. de verdachte, indien hier gedurende de proeftijd een noodzaak toe wordt gezien, deelneemt aan de gedragsinterventie ‘Leefstijltraining’ van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving/middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 6 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 5) te betalen een bedrag van € 10.180,00, als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 3 november 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 5
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 10.180te betalen, en de wettelijke rente vanaf 3 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
75 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feiten 5 en 6) te betalen een bedrag van € 1.314,50, als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 14 november 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 5 en 6
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 1.314,50te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
13 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (feit 5), te betalen een bedrag van € 13.512,-, als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 november 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 5
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] aan de staat
€ 13.512,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
92 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
Mr. C. Sikkel, voorzitter,
en mrs. J.H. Janssen en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Knook, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 juni 2026.

Voetnoten

1.De feiten 2, 3 en 4 staan op de dagvaarding met parketnummer 10-264939-25.
2.De feiten 5 en 6 staan op de dagvaarding met parketnummer 10-058891-26.