ECLI:NL:RBROT:2026:7672

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
10-339872-25 en 10-259104-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 SrArt. 2.3 Wet forensische zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging woninginbraak, gevangenisstraf voor vernieling auto

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van woninginbraak en vernieling van een auto. Voor de woninginbraak oordeelde de rechtbank dat verdachte vanwege een floride psychotisch toestandsbeeld niet strafbaar was en sprak hem vrij. Voor de vernieling van de auto, gepleegd onder invloed van alcohol en zonder dat sprake was van een vergelijkbare psychose, werd verdachte wel strafbaar verklaard.

De rechtbank baseerde haar oordeel op een psychiatrisch rapport waarin meerdere stoornissen bij verdachte werden vastgesteld, waaronder een schizofreniespectrumstoornis en persoonlijkheidsstoornis. De psychiater adviseerde om de woninginbraak niet aan verdachte toe te rekenen vanwege zijn psychotische toestand. Voor de vernieling was dit niet het geval. Verdachte toonde spijt en verantwoordelijkheid tijdens de zitting.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van één maand op voor de vernieling, rekening houdend met het strafblad van verdachte en de reeds afgegeven zorgmachtiging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en ongeschiktheid voor strafrechtelijke toewijzing. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor woninginbraak en veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor vernieling van auto.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-339872-25 en 10-259104-25
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Datum zitting: 27 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) [PPC] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.C.A. Schulpen
Officier van justitie: mr. M. van Eck
Benadeelde partij: [benadeelde partij]

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van een woninginbraak (parketnummer 10-339872-25) en een vernieling van een auto (parketnummer 10-259104-25).
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
10-339872-25:
hij in of omstreeks de periode van 11 december 2025 tot en met 12 december 2025 te Rhoon, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een maatpak, althans kleding, en/of levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
10-259104-25:
hij op of omstreeks 14 augustus 2025 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
Beide feiten moeten bewezen worden verklaard.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich voor beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
10-339872-25:
hij in de periode van 11 december 2025 tot en met 12 december 2025 te Rhoon, in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een maatpak en levensmiddelen die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
10-259104-25:
hij op 14 augustus 2025 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een auto die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft vernield.
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor beide feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. [1]
Ten aanzien van het feit onder parketnummer 10-339872-25:
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1] [3]
Ten aanzien van het feit onder parketnummer 10-259104-25:
3.
Verklaring van de verdachte [4]
4.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2] [5]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-339872-25:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
10-259104-25:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
3.3.
Strafbaarheid van de verdachte
3.3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor het feit onder parketnummer 10-339872-25 (de woninginbraak) omdat het feit hem niet kan worden toegerekend. De verdachte is voor het feit onder parketnummer 10-259104-25 (de vernieling) wel strafbaar.
3.3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor beide feiten omdat beide hem niet kunnen worden toegerekend.
3.3.3.
Oordeel van de rechtbank
10-339872-25:
De verdachte is onderzocht door een psychiater. Uit zijn rapport van 17 maart 2026 volgt dat bij de verdachte sprake is van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, een (matige) stoornis in het gebruik van alcohol en (waarschijnlijk) een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornissen waren al aanwezig ten tijde van de woninginbraak. De psychiater rapporteert dat bij de verdachte sprake was van een floride psychotisch toestandsbeeld in aanloop naar, tijdens en na de woninginbraak, nadat hij een periode van herhaaldelijk oplopende spanning had doorgemaakt onder meer als gevolg van relatieproblemen. Mogelijk heeft alcoholgebruik bijgedragen aan het verergeren van de psychotische klachten. Er ontstonden paranoïde wanen, ook op de dag van de woninginbraak. De psychiater adviseert om de woninginbraak in het geheel niet aan de verdachte toe te rekenen, omdat aannemelijk is dat de keuzes en het handelen van de verdachte volledig werden beïnvloed door het aanwezig psychotisch toestandsbeeld en de verdachte niet in staat was andere keuzes te maken.
De rechtbank verenigt zich met bovenstaande conclusies van de psychiater en neemt deze over. De woninginbraak kan daarom niet aan de verdachte worden toegerekend. Dat betekent dat de verdachte voor dat feit niet strafbaar is en dat hij daarvoor zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
10-259104-25:
Het onderzoek van de psychiater en zijn conclusies strekken zich niet uit tot de vraag of de vernieling van de auto van zijn ex-partner aan de verdachte kan worden toegerekend.
De verdachte zelf heeft ter zitting verklaard dat hij een stuk minder psychotisch was toen hij die auto vernielde in augustus 2025, dan bij de woninginbraak in december 2025. Hij heeft verklaard dat hij die auto vernielde onder invloed van alcohol, dat hij toen verward was en dat hij uit onredelijkheid de auto van zijn ex-partner heeft vernield.
Hoewel het aannemelijk is dat de psychische problematiek van de verdachte ook toen van invloed is geweest op zijn handelen, zijn er geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte ten tijde van de vernieling zo psychotisch was dat zijn handelen hem volledig niet zou kunnen worden toegerekend. Ook andere gronden waarom de verdachte niet strafbaar zou zijn, zijn niet gevonden. De verdachte is dus strafbaar voor de vernieling.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de vernieling worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht geen straf of maatregel op te leggen naast de op 27 mei 2026 afgegeven zorgmachtiging.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft na een ruzie met zijn ex-partner het interieur van haar auto volledig vernield. Dat gebeurde midden op de dag op een parkeerplaats in een winkelgebied. De verdachte was naar eigen zeggen onder invloed van alcohol en verward. Dit is een vervelend feit, dat angst en een gevoel van onveiligheid kan veroorzaken bij mensen die er getuige van zijn. De verdachte heeft daarmee ook inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Pro Justitia rapport en reclasseringsadvies Fivoor
Uit het rapport van de psychiater dat hiervoor is besproken volgt dat bij de verdachte sprake is van meerdere stoornissen. De psychiater acht het van belang dat de verdachte hiervoor wordt behandeld, bij voorkeur binnen de forensische GGZ, en adviseert om de mogelijkheden van een zorgmachtiging te onderzoeken. Uit het reclasseringsadvies van Fivoor van 8 mei 2026 volgt dat de reclassering aansluit bij het advies van de psychiater en een afdoening adviseert zonder bijzondere voorwaarden.
Zorgmachtiging
De rechtbank heeft op 27 mei 2026 voorafgaand aan de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte via de schakelbepaling van artikel 2.3 Wet forensische zorg een zorgmachtiging afgegeven ( [nummer] ).
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het feit en op het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee dat de verdachte op de zitting openhartig inzicht heeft getoond in zijn handelen, zijn verantwoordelijkheid hiervoor heeft genomen en oprecht spijt heeft betuigd tegenover de slachtoffers. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat op 27 mei 2026 zorgmachtiging voor de verdachte is afgegeven. Al met al is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van één maand passend en geboden is.

5.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag op.

6.Vordering van de benadeelde partij

6.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor het feit onder parketnummer 10-339872-25 € 2695,81 als vergoeding van materiële schade en € 500,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie en van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
6.3.1.
Materiële schade
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering ter vergoeding van de materiële schade, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en gemotiveerd is betwist. De beoordeling van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. De behandeling van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dus niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.3.2.
Immateriële schade
De rechtbank wijst de vordering ter vergoeding van de immateriële schade af, omdat niet is onderbouwd dat het gaat om een feit waarvoor volgens de wet een vergoeding van immateriële schade kan worden toegewezen.
6.3.3.
Proceskosten
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging tegen de vordering, omdat de benadeelde partij voor een deel niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering en deze voor het overige wordt afgewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 zijn omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 10-339872-25 niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor dat feit van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 10-259104-25;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 1 (één) maand;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering van de materiële schade;
wijst af de vordering van de immateriële schade van de benadeelde partij [benadeelde partij] ;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 juni 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
3.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] , p. 6 e.v. van het procesdossier.
4.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
5.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] , p. 5 e.v. van het procesdossier.