Uitspraak
Rolbeslissing van de kantonrechter
[eiser] ,
[gedaagde] ,
donderdag 23 juli 2026 om 11.30 uuren stelt [gedaagde] in de gelegenheid op die zitting – uitsluitend – op de eisvermeerdering van [eiser] te reageren.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat de vraag centraal of een huurprijswijzigingsbepaling in een huurovereenkomst met een consument oneerlijk en onredelijk bezwarend is. De huurovereenkomst bevat een bepaling dat de jaarlijkse huurprijswijziging plaatsvindt op basis van de consumentenprijsindex (CPI) met een minimale verhoging van 2,5%. De kantonrechter heeft onderzocht of deze bepaling voldoet aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter stelt vast dat het beding niet oneerlijk is, omdat de verhuurder de huurprijs alleen mag verhogen met minimaal 2,5% en maximaal met de CPI-indexatie, waarbij een opslag bovenop de indexatie van meer dan 3% of een onbeperkte eenzijdige verhoging niet is toegestaan. Dit betekent dat de huurprijs nooit met meer dan 2,5% bovenop de CPI-indexatie kan worden verhoogd.
Eiser heeft echter aangevoerd dat de verhuurder de huurprijs per 1 juli 2024 en 1 juli 2025 onrechtmatig heeft verhoogd met een bedrag dat hoger is dan toegestaan, waardoor zij in totaal € 546,14 te veel heeft betaald. Dit wordt aangemerkt als een beroep op onverschuldigde betaling en als een vermeerdering van eis. De kantonrechter geeft de verhuurder de mogelijkheid om op deze eisvermeerdering te reageren tijdens een rolzitting.
De zaak is verwezen naar de rolzitting van 23 juli 2026, waarbij de verhuurder uitsluitend op de eisvermeerdering kan reageren. Schriftelijke reacties moeten uiterlijk een dag voor de zitting worden ingediend. De beslissing is gegeven door kantonrechter A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De huurprijswijzigingsbepaling is niet oneerlijk, maar de huur is onjuist verhoogd; verhuurder krijgt gelegenheid om op eisvermeerdering te reageren.