Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 maart 2026, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een betalingsachterstand op een zorgverzekeringsovereenkomst die is gesloten met persoon A, die onder bewind staat. De bewindvoerder erkent de achterstand, die door de kantonrechter wordt vastgesteld op €991,65. Daarnaast wordt een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €48,40 toegewezen, omdat hogere kosten niet zijn onderbouwd conform de wettelijke vereisten.
De rente over de achterstand wordt eveneens toegewezen, omdat de bewindvoerder dit niet heeft betwist. Na aftrek van een betaling van €503,30 door persoon A, resteert een bedrag van €549,99 plus rente vanaf 2 maart 2026. De proceskosten worden begroot op €935,77 en komen voor rekening van de bewindvoerder.
Na het uitbrengen van de dagvaarding is een betalingsregeling getroffen waarbij de bewindvoerder maandelijks €50 betaalt. De kantonrechter bepaalt dat de vordering en proceskosten pas opeisbaar zijn indien de bewindvoerder zich niet aan deze regeling houdt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: Bewindvoerder moet €549,99 plus rente en €935,77 proceskosten betalen, met uitstel van opeisbaarheid bij naleving betalingsregeling.