ECLI:NL:RBROT:2026:7650

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
11706059 CV EXPL 25-11919
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I. van Drongelen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:193j lid 3 BWArt. 6:203 BWArt. 3:53 BWArt. 7:60 BWArt. 4:34 Wft
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging consumentenkredietovereenkomst wegens niet-toetsen kredietwaardigheid

Rabo Direct Financiering B.V. vordert betaling van een deel van een openstaand kredietbedrag van € 25.000,- van de consument die meerdere termijnen niet heeft betaald. De consument verscheen in de procedure maar voerde geen inhoudelijk verweer.

De rechtbank oordeelt dat Rabo Direct niet heeft aangetoond dat zij voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument heeft getoetst, zoals vereist op grond van artikel 4:34 Wft Pro en de Richtlijn consumentenkredieten. Hoewel Rabo Direct stelt dat een BKR-toets en leencapaciteitsberekening zijn uitgevoerd, ontbreken hiervoor bewijsstukken.

Hierdoor is sprake van een oneerlijke handelspraktijk en wordt de kredietovereenkomst ambtshalve vernietigd op grond van artikel 6:193j lid 3 BW. De vernietiging heeft terugwerkende kracht, waardoor het kredietbedrag onverschuldigd is verstrekt en de consument het nog niet afgeloste bedrag moet terugbetalen. De consument is niet gehouden tot betaling van contractuele rente.

De rechtbank veroordeelt de consument tot betaling van € 25.000,- aan Rabo Direct, het deel dat Rabo Direct vordert, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd wegens niet-toetsen kredietwaardigheid en de consument wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 25.000,-.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11706059 CV EXPL 25-11919
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Rabo Direct Financiering B.V.,
vestigingsplaats Eindhoven,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Zieltjens,
tegen
[gedaagde],
woonplaats [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Rabo Direct’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 maart 2025, met bijlagen;
  • het herstelexploot van 23 april 2025;
  • de aantekeningen van het mondeling antwoord;
  • de aanvullende bijlage van Rabo Direct;
  • de akte van Rabo Direct.
1.2.
Op 16 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren de gemachtigde van Rabo Direct en [gedaagde] aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Rabo Direct en [gedaagde] hebben een kredietovereenkomst gesloten voor een bedrag van € 50.000,-. [gedaagde] heeft meerdere termijnbedragen niet op tijd betaald. Rabo Direct heeft daarom de kredietovereenkomst opgezegd en het openstaande kredietbedrag opgeëist. [gedaagde] heeft dit bedrag niet betaald. Rabo Direct eist in deze procedure betaling van € 25.000,-. [gedaagde] is wel verschenen in de procedure, maar heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Rabo Direct voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft gecheckt. Daarom wordt de kredietovereenkomst vernietigd. Aangezien [gedaagde] een kredietbedrag heeft ontvangen zonder dat hij daar recht op had moet hij het gevorderde bedrag van € 25.000,- wel aan Rabo Direct betalen. Dit wordt hierna uitgelegd.
De overeenkomst wordt vernietigd
2.3.
Het gaat in dit geval om een consumentenkredietovereenkomst. Bij zo’n overeenkomst moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of Rabo Direct heeft voldaan aan haar precontractuele informatieverplichtingen (artikel 7:60 BW Pro) en of zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst (artikel 4:34 Wft Pro).
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat Rabo Direct [gedaagde] voldoende heeft geïnformeerd, maar dat niet kan worden vastgesteld of Rabo Direct de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst. Rabo Direct stelt dat een BKR-toets is gedaan, maar dat daarvan geen kopie bewaard is gebleven. Rabo Direct stelt daarnaast dat een leencapaciteitsberekening is uitgevoerd, maar heeft geen documenten overgelegd waaruit dit blijkt. Rabo Direct heeft wel bankafschriften en salarisgegevens van [gedaagde] overgelegd, maar dit is onvoldoende om te onderbouwen dat de kredietwaardigheid is getoetst. Rabo Direct heeft daarom niet voldaan aan haar verplichting op dit punt.
2.5.
De verplichting om de kredietwaardigheid te toetsen vloeit voort uit de Richtlijn consumentenkrediet [1] en heeft tot doel de consument te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken [2] . Met de toets kan de kredietverstrekker beoordelen of het aangaan van de kredietovereenkomst verantwoord is. Daarmee kan het risico op terugbetalingsproblemen aan de kant van de consument worden beperkt. De kantonrechter is van oordeel dat omdat Rabo Direct niet heeft voldaan aan haar verplichting sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen is vernietigbaar (artikel 6:193j lid 3 BW). [3] De kantonrechter vernietigt dan ook ambtshalve de kredietovereenkomst.
[gedaagde] moet € 25.000 aan Rabo Direct terugbetalen
2.6.
De vernietiging heeft terugwerkende kracht (artikel 3:53 BW Pro), waardoor Rabo Direct het kredietbedrag onverschuldigd aan [gedaagde] heeft verstrekt (artikel 6:203 BW Pro). [gedaagde] moet daarom het nog niet afgeloste kredietbedrag terugbetalen. Aangezien de overeenkomst is vernietigd hoeft [gedaagde] geen contractuele rente te betalen. Op het moment van dagvaarden was het kredietbedrag zonder rente € 44.063,31. Rabo Direct eist in deze procedure niet dit hele bedrag, maar een deel daarvan, namelijk € 25.000,-. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom € 25.000,- aan VGZ te betalen. Rabo Direct heeft wel haar rechten voorbehouden voor het invorderen van het andere deel van de vordering. Dat betekent dat Rabo Direct ervoor zou kunnen kiezen op een later moment een nieuwe procedure te starten over dat andere deel.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van Rabo Direct op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 406,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.563,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Rabo Direct dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Rabo Direct te betalen € 25.000,-;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Rabo Direct worden begroot op € 2.563,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken.
68254

Voetnoten

1.Richtlijn 2008/48/EG
2.In de zin van Richtlijn 2005/29/EG.
3.Vgl. Concl. P-G M.H. Wissink 10 oktober 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1093.