Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2025, met bijlagen;
- het herstelexploot van 23 april 2025;
- de aantekeningen van het mondeling antwoord;
- de aanvullende bijlage van Rabo Direct;
- de akte van Rabo Direct.
Rechtbank Rotterdam
Rabo Direct Financiering B.V. vordert betaling van een deel van een openstaand kredietbedrag van € 25.000,- van de consument die meerdere termijnen niet heeft betaald. De consument verscheen in de procedure maar voerde geen inhoudelijk verweer.
De rechtbank oordeelt dat Rabo Direct niet heeft aangetoond dat zij voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument heeft getoetst, zoals vereist op grond van artikel 4:34 Wft Pro en de Richtlijn consumentenkredieten. Hoewel Rabo Direct stelt dat een BKR-toets en leencapaciteitsberekening zijn uitgevoerd, ontbreken hiervoor bewijsstukken.
Hierdoor is sprake van een oneerlijke handelspraktijk en wordt de kredietovereenkomst ambtshalve vernietigd op grond van artikel 6:193j lid 3 BW. De vernietiging heeft terugwerkende kracht, waardoor het kredietbedrag onverschuldigd is verstrekt en de consument het nog niet afgeloste bedrag moet terugbetalen. De consument is niet gehouden tot betaling van contractuele rente.
De rechtbank veroordeelt de consument tot betaling van € 25.000,- aan Rabo Direct, het deel dat Rabo Direct vordert, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd wegens niet-toetsen kredietwaardigheid en de consument wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 25.000,-.