Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 28 mei 2026, met bijlagen 1 tot en met 19;
- de bijlagen 1 tot en met 12 van [gedaagde];
- de mondelinge behandeling op 17 juni 2026;
- de pleitnotities van mr. Uittenbogaart;
- de pleitnotitie van mr. Dill.
3.De vorderingen
4.De beoordeling
- € 42.985,00 aan directe kosten;
- € 5.785,00 aan verbeterkosten;
- € 7.950,00 aan kosten voor de installatie van de gasleiding;
- € 6.037,90 aan dakdekkerskosten; en
- € 3.954,27 aan door [gedaagde] zelf uitgevoerde reparatiewerkzaamheden.
Bij terugplaatsen kunststof gevelbekleding aan de onderzijde een startprofiel met afwatering monteren. (Advies het object volledig met kunststof te bekleden.)”, waarvan het de voorzieningenrechter op voorhand niet duidelijk is of dit een kostenpost betreft vanwege een gebrek waarvoor [eiser] aansprakelijk is. Tegen de achtergrond van deze onduidelijkheid en met inachtneming van de belangen van partijen, waarbij het belang van [eiser] bij opheffing van het beslag erin is gelegen dat hij op korte termijn geld nodig heeft om in zijn eigen bedrijf te investeren en het belang van [gedaagde] erin is gelegen dat hij zekerheid heeft voor zijn vermeende vordering op [eiser], herbegroot de voorzieningenrechter de vordering van [gedaagde] op [eiser] in redelijkheid op € 20.000,00. Daarmee krijgt [eiser] weer de beschikking over een aanzienlijk bedrag om in zijn eigen bedrijf te investeren, terwijl [gedaagde] voor een redelijk bedrag zekerheid houdt voor de voldoening van zijn vermeende vordering op [eiser].
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
3349 / 2009