ECLI:NL:RBROT:2026:7573

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718946 / JE RK 26-808
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, aanvankelijk voor zes maanden, later gewijzigd naar negen maanden. De ouders hebben recent hun relatie hervat, wat zowel kansen als risico's voor de minderjarige met zich meebrengt. De minderjarige woont om de week bij beide ouders en ervaart emotionele belasting door eerdere conflicten.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders, een vertegenwoordiger van de GI en een begeleider van Focus op Zorg aanwezig. De minderjarige werd gehoord maar gaf geen mening. De begeleider benadrukte het belang van voortzetting van de hulpverlening en wekelijkse afspraken met de minderjarige.

De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging, wisselende schoolprestaties, loyaliteitsproblematiek en onvoldoende structuur in de opvoedsituatie. De recente relatiehervatting van de ouders vereist monitoring. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 29 maart 2027 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor negen maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718946 / JE RK 26-808
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[persoon A],
begeleider van Focus op Zorg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 april 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum;
  • de brief van de moeder van 4 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] ;
  • de begeleider van Focus op Zorg.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont om de week bij haar vader en moeder.
2.3.
Bij beschikking van 26 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 29 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van negen maanden. De ouders hebben een week geleden besloten hun relatie te hervatten. De GI wil de komende periode monitoren hoe dit verloopt en welk effect dit heeft op [voornaam minderjarige] . Daarnaast is het van belang dat de ingezette hulpverlening betrokken blijft. Gelet hierop is de verzochte termijn van zes maanden te kort en in plaats daarvan wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden.
4.2.
De ouders stemmen in met het gewijzigde verzoek en brengen het volgende naar voren. De ouders hebben er afgelopen week voor gekozen hun relatie opnieuw een kans te geven. Dit is ook in het belang van [voornaam minderjarige] , omdat de conflicten tussen de ouders een negatieve invloed op haar hebben. De relatie is nog pril en de ouders willen deze rustig opbouwen. Met [voornaam minderjarige] gaat het over het algemeen goed. Wel is zij recent van klas gewisseld, waardoor zij niet langer bij haar vriendinnen in de klas zit. [voornaam minderjarige] heeft hier veel moeite mee en de ouders maken zich hier zorgen over.

5.De informatie

5.1.
De begeleider van Focus op Zorg brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Het is wenselijk dat de ondertoezichtstelling voor een langere periode dan zes maanden wordt verlengd. In de komende periode moet worden gemonitord hoe de relatie tussen de ouders zich verder ontwikkelt en welke gevolgen dit heeft voor [voornaam minderjarige] . Het is van belang dat [voornaam minderjarige] elke week een afspraak heeft met de begeleider. Hier moeten goede afspraken over worden gemaakt met de ouders.

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [voornaam minderjarige] is opgegroeid in een gezinssituatie waarin gedurende langere tijd sprake is geweest van spanningen en conflicten tussen de ouders. Dit heeft geleid tot emotionele belasting bij [voornaam minderjarige] . Tijdens de ondertoezichtstelling is hulpverlening ingezet waardoor er een positieve ontwikkeling te zien is bij [voornaam minderjarige] . Deze ontwikkeling is echter nog kwetsbaar en onvoldoende stabiel. Het gaat wisselend op school en er is sprake van loyaliteitsproblematiek. Verder zijn er zorgen dat er onvoldoende duidelijke structuur, toezicht en beschikbaarheid is voor [voornaam minderjarige] in de opvoedsituatie. Ter zitting is gebleken dat de ouders hun relatie recent hebben hervat en weer samen willen gaan wonen. Dit kan kansen bieden voor [voornaam minderjarige] , maar brengt mogelijk ook opnieuw verandering en onduidelijkheid mee voor haar. Het is van belang dat door de GI wordt gemonitord hoe deze ontwikkeling verloopt en welke gevolgen dit heeft voor [voornaam minderjarige] . Ook is het van belang dat de ingezette hulpverlening wordt gecontinueerd, zodat [voornaam minderjarige] de ondersteuning blijft krijgen die zij nodig heeft. Gelet op de prille positieve ontwikkelingen en op de nieuwe situatie tussen de ouders acht de kinderrechter voortzetting van de betrokkenheid van de GI noodzakelijk. Om die reden wijst de kinderrechter het gewijzigde verzoek toe en verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden.
6.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 29 maart 2027;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.